Hoop voor de Bijlmer

1997-09-05
  • Jaargang 41
  • nummer 18
Op een warme zaterdag fiets ik met onze zoon Anne door de Bijlmermeer. Via Diemen rijden we de wijk binnen waar Amsterdam eind jaren ’60 zo trots op was. Het toppunt van moderne stedenbouw. Veel groen, ruime flats, vrijliggende fietspaden en een goed openbaar vervoer.

Inmiddels is deze wijk synoniem geworden voor verpaupering en criminaliteit. Voor de zekerheid hebben we ons geld maar over elkaars zakken verdeeld. Ondanks alles lijkt het geen onaardige wijk. Het groen is hoog geworden, soms hebben we het gevoel dat we door het bos fietsen. We rijden een aantal rondjes en passeren o.a Kruitberg en Kraaiennest. Kilometers lang komen we geen enkele auto tegen, op een paar surveillerende politieauto's na. De flats zijn in allerlei frisse kleuren geschilderd.

Buiten
Opvallend is dat het leven zich grotendeels buiten afspeelt. Veel mensen zitten of liggen buiten in het gras. Dat ligt natuurlijk mede aan het weer. Autochtone Nederlanders zie je hier nauwelijks. Het schijnt dat er in de Bijlmer tientallen verschillende talen worden gesproken. De sfeer komt op deze zomerse dag ontspannen over. Het enige verontrustende zijn de groepjes mensen in de fietstunneltjes, soms in felle discussie, soms ons aangapend, soms onderhandelend. Je proeft hier de sfeer in van de Amerikaanse getto's. 's Avonds lijkt het me hier minder plezierig. Verder valt de enorme rommei op: de blikjes die overal rondslingeren. Maar dat is in andere stadswijken in Nederland zo langzamerhand ook een probleem. Het enige wat zou kunnen helpen is statiegeld op de blikjes, want daar zijn we gevoelig voor...
Fietsen door de Bijlmer geeft je wel een vreemd gevoel: alsof je een vreemdeling in je eigen land bent. Hoe gaat het hier, wat zijn de gewoontes? Maar dat kan mede een kwestie van gewenning zijn. Op het marineterrein in Den Helder weet ik ook niet welke gewoontes daar gelden.

Geloven in de Bijlmer
In de Bijlmer zijn ook kerken aan het werk. Het schijnen er veel te zijn. Ze vallen niet op. Slechts twee gebouwen vallen wel op: een kerkgebouw van een aantal gezamenlijke kerken en een moskee. De meeste kerken vinden onderdak in parkeergarages, in een school, een buurthuis of gewoon als huisgemeente. Tegen de verpaupering en de criminaliteit in brengen ze een boodschap die hoop biedt. Dat is de hoop van de Bijlmer. Na onze fietstocht zetten we de fiets en onszelf op het pas geopende ringspoor terug naar Sloterdijk. In de sneltram horen we twee zwarte meisjes zacht gospelliedjes zingen. De naam van Jezus klinkt regelmatig. Ook dat is de Bijlmer .... Een paar dagen later ontmoet ik een Afrikaanse vrouw. Ze woont in de Bijlmer.
Haar zoontje is helemaal in de war. Hij verwondt zichzelf, slaakt alleen nog maar kreten en dreigt van het balkon van de flat te springen. Ze is ten einde raad. Ze legt uit wat er allemaal gebeurd is. We zijn het met elkaar eens: zo kan het thuis niet langer. Tijdens het gesprek pakt ze een Bijbeltje. Ze slaat het open bij de psalmen. Zou God ook van de Bijlmer houden? Ja: er is ook hoop voor de Bijlmer!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief