Schuilkelder en uniform
2010-03-05
Ik heb bij al die stukjes die ik geschreven heb in de loop der jaren bijna altijd ook gehoopt dat jongeren ze zouden lezen, maar de statistieken wijzen uit, dat die heel gewoon als groep nimmer zijn bereikt. Zijn wij de uitsterving nabij?- Jaargang 54
- nummer 5
De Gereformeerd Vrijgemaakte emerituspredikant ds. J.T. Oldenhuis is niet optimistisch. In De Reformatie van 6 februari schrijft hij over verleden en heden van de Vrijgemaakte kerken. Zijn verhaal sluit aan - onhistorisch; hij weet het - bij de sfeer die hij beluistert in het woord van Schilder uit 1940: ‘De schuilkelder uit, de uniform aan’. Oldenhuis:
Ik hoor er iets in van die hele tijd die daarna kwam: de vrijmaking, de kerkstrijd, de opbouw van het kerkelijke leven, de organisaties, de kerken, de scholen, de haast wereldwijde pretenties: ‘Kom naar buiten, treed naar voren, God heeft met ons iets groots in de zin’. En de toekomst van de kerk zal nu afhangen van hoe de vrijmaking benoemd wordt. De schuilkelder uit, de uniform aan: er is een gevecht gaande en we worden geroepen te strijden, en de wereld wacht op ons en we kunnen nog wat, nee, we kunnen nog veel en we moeten het laten horen en laten zien. Echo’s van wapengekletter hoor ik er in, gevat in een drang om zo mogelijk de wereld te veroveren. Daar heb ik aan meegedaan. Daar hebben we allemaal aan meegedaan, wij allemaal die nog met één been in dat verre verleden staan.
Het is voorbij. Het zijn geluiden uit een verleden die verwaaid zijn. We hebben de wereld niet veroverd. En we benoemen de vrijmaking niet allemaal meer gelijk. Zomaar zegt daar iemand, dat ie die niet meer verdedigen kan. En niemand reageert gestoken. Ik ook niet. ()
Het lijkt erop dat de middagdiensten steeds leger worden, we slagen er niet meer in jongeren vast te houden, de gereformeerde organisaties hebben hun grenzen opengesteld, er komt een berichtje voorbij in de krant, dat de gereformeerde studentenverenigingen leden verliezen aan de Navigators en we denken er bijna allemaal bij: so what? Als ze maar christelijk blijven denken en leven, want het gaat toch om de band met Christus? ()
Iemand schreef, dat men zich over vijftig jaar de vrijgemaakte kerk zal herinneren als een sterk geïsoleerde gemeenschap die veranderde in een evangelische beweging.
De tijd van de gezamenlijke antwoorden is voorbij. We zijn beland in de tijd van de vragen. Van veel vragen. Van nieuwe vragen. De jeugd heeft vragen. Is dat niet mooi? Is het geen bewijs van belangstelling? Is het geen teken van leven? Maar soms denk ik dat er vele vragen bij zijn, die al lang een antwoord hadden gekregen en dat ze dus alleen maar als vragen gesteld kunnen worden bij de gratie van een vergeten verleden. En ook dat het aantrekkelijk is om vragen te stellen zonder een antwoord te willen horen. Vragen stellen om de vragen. Niet om antwoorden te krijgen. Dan kun je zeggen dat je altijd een beetje gelijk hebt en dat de ander met zijn vragen natuurlijk ook een beetje gelijk heeft en dat we dus elk misschien toch wel ook een beetje gelijk hebben, al kunnen we dat dan eerlijk gezegd niet samen hebben, omdat de vragen daarvoor al te veel verschillen. En natuurlijk moet er niet iemand opstaan die zegt het antwoord te hebben waarmee hij het gelijk voor zichzelf opeist. Dat kan niet meer. En als er iemand is, die zegt dat bepaalde vragen toch al lang in het verleden zijn beantwoord, dan wordt daarmee natuurlijk helemaal de discussie dicht geslagen.
Ik ben niet meer zo zeker van veel. Alles komt wat los te zitten. Het zal ook wel de leeftijd zijn. Waarom dat ontkennen? ‘Het is een weelde om gereformeerd te zijn’. Die zin, die ook van Schilder afkomstig is en die zo vaak (ook te onpas) is geciteerd, wil ik toch graag vasthouden. Maar ik zie de mensen bij dat gereformeerde leven weg lopen. Soms alleen omdat er naar hun mening niet voldoende met hun gevoelens rekening wordt gehouden; en soms bedoelen ze, zonder het zich goed te realiseren, niet hun gevoelens, maar hun gevoel. En ik denk tegelijk ook, dat het, zeker in onze tijd, nodig is om het gevoel te laten spreken. Dat moet in ieder geval duidelijk worden in de sfeer van de kerkdiensten, waar het gevoel overigens meer gevoed moet worden door de boodschap van redding dan door de beat van drums of de swing van liederen.
Misschien moeten we eerst maar samen de schuilkelder in. De tijd van het wapengekletter en de wereldverovering is in ieder geval voorbij. Christenen hebben ook bijna nooit en nergens in zo’n bevoorrechte positie verkeerd als in de westerse cultuur van de paar laatste eeuwen. Ze zijn begonnen in de schuilkelder: een minderheid die zich niet beroepen kon op bescherming door de wetten. En het kon wel eens zo zijn, dat die christenen weer teruggeworpen worden in die situatie.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.