Eunice
1997-01-10
Elke maandagochtend komt ze buiten adem binnen.- Jaargang 41
- nummer 1
Vanaf de bus is ze komen rennen. Als ze dat niet doet, krijgt ze haar drie uur niet op tijd vol en mist ze om half één de bus terug.
.How are you?", vraagt ze terwijl ze de stofzuiger naar boven begint te sjouwen.
Ik aarzel of ik haar zal helpen, maar draai me om en loop naar de werkkamer.
Ik heb een snelle computer en ga binnenkort op Internet. Sinds kort heb ik zelfs een mobiele telefoon. We hebben twee auto's, weliswaar geen grote en die van mijn vrouw is van de zaak, maar toch - we hoeven nooit te rennen voor de bus. En we hebben dus Eunice. Ze komt uit Ghana, woont al vijf jaar met haar man op een veel te dure flat in Nederland en ze maakt schoon. Vijf dagen en tien adressen per week. Wij zitten op de maandagochtend.
In fel contrast met haar huidskleur en de fiscale status van haar bijverdiensten is ze onze witte tornado. Ons huis is nog nooit zo schoon geweest.
Als ik haar vraag of ze thee wil, moet ze heel hard lachen en ze maakt een afwerend gebaar met de handen. In de drie uur dat ze door ons huis raast, eet ze niets en drinkt ze niets. Ze zegt weinig en als ze denkt dat ik haar niet hoor, zingt ze Afrikaanse liedjes. Ik blijf het proberen met die thee.
Efficiëntie In zijn studie 'De gemobiliseerde samenleving' constateert de Brusselse socioloog Mark Elchardus dat er een nieuwe tweedeling dreigt in onze samenleving. De kloof tussen snellen en tragen. En dan hebben we het niet over werktempo, maar over levensstijl.
Elchardus: "Er is een groep mensen die, om hun opvatting van het goede leven te realiseren,een sneller ritme ontwikkelen. Zij bewegen zich letterlijk sneller dan anderen, voeren sneller een gesprek. Zij willen sneller bediend worden in winkels ~n ze verdragen moeilijk dat andere mensen wat trager zijn."
Efficiëntie is het nieuwe statussymbool, met name voor hoog opgeleide tweeverdieners. Werk en vrije tijd, alles efficiënt. En daar tegenover staan de schoonmakers, de klusjesmannen en de oppasmoeders, die zich volledig schikken naar de grillen van het snelle volksdeel. Het 'vermarkten' van huishoudelijke arbeid en zorgtaken heet dat in paars jargon. En het fabeltje is dat iedereen daar beter van wordt.
Het is net als in het bedrijfsleven.
Grote bedrijven willen af van hun dure voorraden en eisen van hun toeleveranciers dat ze 'just in time' leveren: op het moment en in de hoeveelheid die de afnemer wenst. Op die manier leggen grote bedrijven hun voorraadrisico bij hun kleine toeleveranciers. Zo gaat het ook met onze Eunice. Want als het ons ooit een beetje tegenzit, is zij de eerste die eruit vliegt. Dat is fundamenteel onrechtvaardig, hoewel ik geen idee heb hoe het anders zou moeten. Ik zou willen dat daar meer over in de Bijbel stond. Wat zou God vinden van mijn levensstijl, mijn drukte, mijn portable en mijn onvolprezen schoonmaakhulp? Het enige dat ik er nu aan overhoud is een alleszins dragelijk (en altijd voorbijgaand) schuldgevoel.
Even schuldig Ze is gezwicht. Eunice zit op de keukenstoel en nipt van haar thee. Ze kijkt onrustig rond; ik weet zeker dat ze aan haar bustijden denkt. Ik zeg dat ze best wat minder mag doen. Ze lacht ongemakkelijk. Om haar gerust te stellen zeg ik dat ik dankzij haar nu ook even achter de computer vandaan mag. Ze kijkt me niet begrijpend aan.
Laat maar, zeg ik. Heb je nog familie in Ghana? Dat heeft ze. Zonder een spoor van emotie vertelt ze over haar twee kinderen, waarvan er één is overleden. Haar dochter woont bij haar moeder in Ghana. AI jaren niet gezien. Haar man werkt in een vrieshuis.
Hij heeft een oude auto gekocht omdat hij om vijf uur moet beginnen en dan rijden er nog geen bussen. Zelf werkte ze ook in een fabriek, totdat de dokter zei dat ze geen zwaar werk meer mag doen. Is schoonmaken dan niet te zwaar, vraag ik bezorgd. Ze lacht hard en staat op. Nee, natuurlijk niet. Schoonmaken is goed werk.
Eunice verdwijnt in de badkamer. Ik zet de kopjes in de afwasmachine en voel me blank en efficiënt en even schuldig.