Alle vluchtelingen de kerk uit?
1997-09-19
Kerken in Nederland mogen uitgeprocedeerde vluchtelingen niet langer onderdak bieden. Dat vindt minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken. Hij maakt zich al enkele weken boos over de kleine vijftig asielzoekers die tijdelijk asiel hebben gevonden in kerkgebouwen in ons land.- Jaargang 41
- nummer 19
Kerkasiel is het voorrecht van kerken om als vrijplaats te fungeren voor vluchtelingen. Het is een voorrecht dat niet wettelijk is vastgelegd, maar dat historisch is gegroeid. Tot nu toe gedoogt de overheid het verlenen van kerkasiel. Maar als het aan Dijkstal ligt, komt daaraan dus snel een einde. Hij vindt kerkasiel 'niet van deze tijd'. Dijkstal: 'In een democratische rechtsstaat als de onze mogen kerkgenootschappen niet het recht in eigen hand nemen. En daarvan is sprake als kerkleden onderdak verlenen aan uitgeprocedeerde vluchtelingen van wie de rechter heeft uitgesproken dat ze het land uit moeten.' Staatssecretaris Schmitz deed daar begin september een schepje bovenop. Zij stelde dat als de overheid eenmaal een beslissing heeft genomen, en de beslissing is bij herhaling getoetst door de rechter, de kerk 'geen staat in een staat moet zijn'. Schmitz voegde daaraan overigens toe dat zij nooit zou tolereren dat vluchtelingen door de sterke arm uit een kerk worden gehaald.
Publieke oproep
Momenteel herbergen Nederlandse kerken een kleine vijftig uitgeprocedeerde vluchtelingen. Hun aantal kan in korte tijd snel groeien als kerken gehoor geven aan de recente oproep van Vluchtelingenwerk aan kerken om zich bij voorbaat bereid te verklaren kerkasiel te verlenen aan uitgeprocedeerde vluchtelingen. Vluchtelingenwerk deed de oproep naar aanleiding van de dreigende uitzetting van circa 1.300 uitgeprocedeerde Iraanse vluchtelingen. Met alle respect voor het vele goede werk dat Vluchtelingenwerk verricht, kunnen vraagtekens worden gezet bij deze publieke oproep. Ds. A. Beeftink: 'Met zo'n oproep aan kerken lijk je tegen vluchtelingen te zeggen: 'De overheid wil jullie niet, maar kom maar bij ons.' Beeftink is dominee van de Nederlands Gereformeerde Kerk in IJsselmuiden die al negen maanden een gezin uit Azerbeidzjan onderdak verleent. 'Wij zijn niet tegen de algemene asielregels die in Nederland geiden. Maar nadat dit gezin was uitgeprocedeerd zocht het zijn toevlucht in ons gebouw, letterlijk doodsbang om terug te worden gestuurd. De kerkenraad heeft toen besloten asiel te verlenen.
Na rijp beraad en in overleg met de stichting INLIA (Internationaal Netwerk van Lokale Initiatieven ten behoeve van Asielzoekers) vond de kerkenraad dat toepassing van de algemene regels in dit individuele geval een onrechtvaardige uitwerking had.' Van burgerlijke ongehoorzaamheid is volgens Beeftink geen sprake omdat de kerkenraad onmiddellijk de overheid van het asiel op de hoogte heeft gesteld. De voordeur Met de oproep aan kerken om zich bij voorbaat bereid te verklaren tot kerkasiel, lijkt Vluchtelingenwerk de vóórdeuren van de kerken open te willen ietten voor uitgeprocedeerde vluchtelingen. Als een groot spandoek t~en het overheidsbeleid. Met het kleine achterdeurtje lijkt geen genoegen meer te worden genomen. En dat is jammer. Want door het kerkasiel te institutionaliseren schiet het zijn doel voorbij. Immers, de overheid dreigt met intrekken, bij uitgeprocedeerde vluchtelingen ontstaat weer hoop, en de kerk ziet zich voor ingewikkelde keuzes gesteld (wie krijgen er wel en geen asiel, wat te doen als de kerk vol is, enz.)
Het kerkasiel, met al zijn haken en ogen, moet blijven bestaan. Om legaal en in overleg met de overheid in bijzondere omstandigheden hulp te kunnen bieden. Allereerst omdat asielprocedures worden uitgevoerd door mensen.
Die kunnen fouten maken. Maar ten tweede omdat er individuele situaties kunnen zijn waarin toepassing van zorgvuldig afgewogen regels onrechtvaardig kan uitwerken. In die gevallen is het goed dat er een deur opengezet kan worden. Als erop wordt geklopt. Kerkasiel is een mooi, verworven recht. Dat moeten we zien te houden.
Maar de beste manier om een (voor)recht te gebruiken is niet altijd om het op te rekken tot het maximum.