Het 'opdragen' van kinderen
1997-09-19
De doop is een belangrijk onderdeel van de christelijke leer. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat discussies hierover een zekere geladenheid hebben. Regelmatig blijkt die geladenheid zó groot te zijn, dat een open gesprek moeilijk wordt. Dat zien we ook gebeuren in de reacties in de kerkelijke pers op het besluit van de kerkenraad van Nijmegen om in één specifieke situatie over te gaan tot het ‘opdragen’ van een kind. Misschien hadden wij in Nijmegen het woord ‘opdragen’ niet moeten gebruiken en in plaats daarvan, een nieuwe term moeten verzinnen. Het woord ‘opdragen’ heeft geleid tot overhaaste reacties.- Jaargang 41
- nummer 19
Opdragen
Het is goed om eerst wat duidelijkheid te verschaffen over de term 'opdragen'. Regelmatig wordt gebruik gemaakt van zinswendingen als: 'Wij dragen zr./br.... in het gebed op aan de Heer'. Zo'n zinswending moeten we niet interpreteren als eigenwillige godsdienst, waarbij de vrome mens zich aan God opdringt en voorbijgaat aan Gods belofte om voor ons te zorgen. Dat moeten we ook niet doen als het gaat om het 'opdragen' van een baby en zijn/haar ouders.
Het 'opdragen' waar we in Nijmegen over gesproken hebben, heeft twee onderdelen, namelijk: gebed en zegen.
Eerst het gebed. In de dienst hebben we God gedankt voor het wonder van het nieuwe leven, dat uit Zijn hand mocht worden ontvangen. We hebben ook gedankt, omdat we mogen weten dat een kind van gelovige ouders, in die ouders geheiligd is. We hebben gebeden voor het leven en het geloofsleven van dit kind, we hebben gebeden om Gods kracht voor de christelijke opvoeding. Het tweede element is de zegen, in de dienst is dit als volgt ingeleid: "Broeders en zusters de apostel Petrus zegt in 1 Petr.3 'weest barmhartig en ootmoedig en vergeldt geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegent integendeel omdat gij daartoe geroepen zijt.' Zo is de gemeente geroepen om in deze wereld tot zegen te zijn. Maar zo zijn wij ook geroepen om in de gemeente elkaar te zegenen. Dat komt onder meer tot uiting in de zegen waarmee elke dienst besloten mag worden. Maar ook bij speciale gelegenheden die een kruispunt in het leven van de gemeente of van gemeenteleden zijn.
Bijvoorbeeld bij het doen van openbare geloofsbelijdenis, de bevestiging van ambtsdragers, bij een huwelijksdienst, of als zieken naar Jac. 5 de oudsten van de gemeente tot zich roepen. Zo is er binnen de gemeente de gelegenheid om in bijzondere situaties om Gods zegen te vragen en om die te ontvangen. In verband met de dienst van vandaag zouden we ook kunnen denken aan de ouders die hun kinderen tot Jezus brachten om hen te zegenen. Zoals we aan het eind van de dienst allemaal de zegen meekrijgen, zo mag ook vandaag in Gods Naam Zijn zegen aan dit kind en aan de ouders gegeven worden." Voor de twee elementen van gebed en zegen is de term opdragen gebruikt.
Hierbij is er geen sprake van dat wij Gods initiatief, dat heel ons leven omvat, negeren en naar Hem toekomen alsof het nieuwe leven van ons is, en dat wij het nog aan God zouden moeten aanbieden. Het is juist op grond van Gods genade, die in het leven altijd het eerste woord heeft, dat wij de vrijmoedigheid hebben om om Zijn zorg en liefde te bidden.
Wel of niet Gereformeerd?
Ds. Schaeffer schrijft: "Maar ik ben stellig van mening dat de wijze waarop de kerkenraad van Nijmegen naar een oplossing heeft gezocht onze integriteit als kerken uit de gereformeerde traditie aantast." De kerkenraad van de Nederlands GEREFORMEERDE Kerk van Nijmegen acht dit oordeel onterecht. Wij onderschrijven de schriftuurlijke leer over de doop, zoals die ook in onze belijdenisgeschriften te vinden is. Dit uitgangspunt heeft in het gesprek over de kinderdoop en het opdragen in Nijmegen ook het volle pond gekregen. In de gesprekken met de ouders is dit duidelijk naar voren gebracht. Bij de mededelingen voorafgaande aan de dienst waarin het opdragen plaatsvond, is gezegd: "In ons midden zijn we gewend dat kinderen gedoopt worden. De grote liefde van onze God, dat wij als gelovigen met onze kinderen tot zijn genadeverbond mogen horen, brengt voor ons mee, dat wij inden, dat de kinderen van de gelovigen gedoopt BEHOREN te worden." Op geen enkele manier hebben wij het belang van de kinderdoop af willen zwakken of willen verdoezelen, dat we hier te maken hebben met een meningsverschil over een belangrijk punt van de christelijke leer. In de reacties op ons besluit blijkt, dat men vindt dat het besluit in de praktijk toch in strijd is met de gereformeerde leer.
Want, schrijft Ds. Schaeffer: "Daarmee wordt immers de kinderdoop en het ritueel van 'opdragen' als gelijkwaardig naast elkaar geplaatst. En dat doet duidelijk afbreuk aan ons gereformeerd belijden". Eén van de uitgangspunten die de kerkenraad van Nijmegen heeft geformuleerd, luidt als volgt: "Het eventueel opdragen van kinderen mag nooit de indruk wekken, dat er bij ons een situatie ontstaat, waarbij het lijkt dat er twee gelijkwaardige mogelijkheden zijn, het dopen enerzijds en het opdragen van kinderen anderzijds." Jammer genoeg is dit dus niet gelukt, want sommigen hebben die indruk wel gekregen. Maar dat zij die indruk hebben, is waarschijnlijk vooral het gevolg van de beladenheid van het onderwerp. Als men ten volle doordrongen is van de grote rijkdom, inhoud en waarde van de christelijke doop, dan is het toch onmogelijk om te zeggen dat het opdragen gelijkwaardig is aan de doop. De enige overeenkomst tussen kinderdoop en het opdragen is de aanleiding (de geboorte van een kind). De betekenis van de doop en de betekenis van het opdragen zijn radicaal verschillend.
Een kind waarvoor gebeden is en dat gezegend is, is niet gedoopt! Het is opvallend, dat in één artikel gewezen kan worden op het radicale verschil tussen doop en opdragen enerzijds en anderzijds beweerd kan worden dat beiden gelijkwaardig naast elkaar komen te staan. Er een ontstaat een karikatuur, als Ds. Schaeffer veronderstelt, dat er na de beslissing om op te dragen geen argument meer zou zijn, om een verzoek om iemand voor de tweede keer te dopen af te wijzen. Deze suggestieve vraag is ongefundeerd, en daarom moeilijk te bestrijden. Maar voor alle duidelijkheid: Een verzoek om voor de tweede keer gedoopt te worden, ontkent Gods genade die Hij in de (kinder) doop betoond heeft. Het 'opdragen' is volstrekt iets anders dan het voor de tweede keer dopen. Ds. Schaeffer maakt ook niet duidelijk hoe de voorbede en zegen, zoals die in Nijmegen hebben plaatsgevonden, onze argumentatie tegen 'overdopen' zouden verzwakken.
Waarom toch opdragen?
Het lijkt me goed om aan te geven waarom een kerk die voluit staat voor het bijbelse karakter van de kinderdoop, toch over kan gaan tot het opdragen. Het is verdrietig om vast te moeten stellen dat het ernstige meningsverschil over de kinderdoop, dat de kerk van Christus op de aarde verdeelt, ook binnen de eigen gemeente haar sporen trekt. Daarnaast was het verheugend dat de kerkenraad vast mocht stellen dat de betreffende broeder en zuster op een hele open en eerlijke manier met ons in gesprek wilden zijn over wat de Schrift leert over de doop. Herhaaldelijk is er met hen over gesproken. Ook in de kerkdiensten heeft de leer van de doop en het verbond de laatste tijd veel aandacht gekregen. Dit zal ook in de toekomst zo blijven. Jammer genoeg heeft dit nog niet tot gevolg gehad, dat we elkaar op het punt van de doop konden vinden. En dat is pijnlijk, vooral als je onder meer in de gevoerde gesprekken, juist ervaren hebt, dat je in Christus verbonden bent.
Bij de ouders leefde de wens om hun kind op te dragen. In gesprekken hierover was het uitgangspunt dat het eerlijk zou moeten zijn. In de vormgeving van het opdragen zou niets mogen zitten waardoor de kerkenraad zijn standpunt over de kinderdoop zou ontkennen of ondergraven. Ook mocht er de ouders niets in de mond gelegd worden, waar zij niet achter konden staan. De ouders erkennen vol dankbaarheid, dat zij hun kind uit Gods hand ontvangen hebben en dat hun kind, als kind van gelovige ouders geheiligd is. Op grond van die genade vroegen zij om voorbede en een zegen. De ouders hadden het oprechte en ons inziens legitieme verlangen om op dit belangrijke moment in hun leven in het midden van de gemeente God te vragen of Hij hen de kracht wilde geven om de (op)gave die zij in Gods genade hebben ontvangen, ook onder Zijn leiding en in Zijn kracht uit te voeren. Natuurlijk vinden wij het jammer dat hun kind nog niet gedoopt is, maar in hun verzoek om voorbede en zegen zat niets dat in strijd is met de kinderdoop. De enige reden om dit verzoek af te wijzen zou gelegen kunnen zijn in het willen onderstrepen van het eigen gereformeerde standpunt over de doop. Wij hebben ervoor gekozen om dat standpunt te onderstrepen in gesprekken met de ouders en in de prediking. Wij hebben het verzoek van de ouders niet af willen wijzen om zo ons standpunt over de kinderdoop te onderstrepen. Het opdragen zoals zich dit in deze situatie heeft voorgedaan, heeft dan ook vooral een pastorale achtergrond.
Integriteit
Dat sommigen zich afvragen of het besluit om op te dragen wijs is, kan ik me goed voorstellen. Dat sommigen zich afvragen hoe dit zich verhoudt met de gereformeerde leer is begrijpelijk. Maar 'een stellige mening', dat dit besluit de integriteit als kerken uit de gereformeerde traditie aantast, is mijns inziens voorbarig en niet gebaseerd op wat er in Nijmegen heeft plaatsgevonden. leder gemeentelid van Nijmegen, die de gesprekken hierover gevolgd en de diensten bezocht heeft, weet dat wij niets afdoen van de Gereformeerde leer over de kinderdoop. Als men buiten de NGK van Nijmegen vergaande conclusies trekt over onze gereformeerde integriteit, is dat misschien mede veroorzaakt door onze naïviteit.
Een naïviteit waarin wij ons onvoldoende gerealiseerd hebben, dat de term 'opdragen' voor veel gereformeerden werkt als een rode lap op een stier. Om strijdigheid met de integriteit van het gereformeerde karakter van onze kerken hard te maken, zal aangetoond moeten worden dat de voorbede en zegen zoals die in Nijmegen hebben plaatsgevonden in strijd zijn met gereformeerde leer.
Het kerkverband
Ds. Schaeffer betreurt het, dat de kerkenraad geen advies heeft gevraagd aan de regiovergadering, voordat de besluitvorming was afgerond. Wat in Nijmegen gebeurd is, heeft mijns inziens geen betrekking op de leer van de kerk (ons standpunt over de kinderdoop is niet gewijzigd) maar op de wijze waarop in de gemeente de dienst van de voorbede in een concrete situatie vorm krijgt. Er is geen sprake van de invoering van een nieuw sacrament of iets dergelijks.
Stel dat een broeder of zuster een aantal maanden voor een zendingsorganisatie als Tear Fund naar het buitenland gaat, dan zou ik me goed voor kunnen stellen dat we in Nijmegen daar in een apart moment van voorbede aandacht aan zouden besteden. Naast de voorbede is het meegeven van de zegen dan zeker niet ondenkbaar. Ik kan me niet voorstellen dat men van mening is dat voor zoiets een voorafgaand advies van de regiovergadering nodig is. Het opdragen in Nijmegen verschilt mijns inziens principieel niets van de voorbede en zegen bij zo'n uitzending naar het zendingsveld. Emotioneel ligt opdragen (zoals nu weer blijkt) vele malen gevoeliger, maar een principieel verschil zie ik niet. Een aan het besluit voorafgaand advies over deze pastoraal gemotiveerde invulling van de dienst van de voorbede lijkt mij dan ook niet nodig. Wel heeft de kerkenraad van Nijmegen deze zaak op de regiovergadering bij de rondvraag voor de kerken aan de orde gesteld, met de vraag aan de kerken om daar, indien gewenst, op een volgende vergadering op terug te komen. Aan de kerken van de regio is tijdens de vergadering ook een schriftelijke uiteenzetting over de aanleiding voor het 'opdragen' gegeven. In dit stuk zijn ook de uitgangspunten van het kerkenraadsbeleid vermeld. Als de regiokerken hierover vragen hebben kan de kerkenraad van Nijmegen daar op een volgende vergadering op ingaan en zo nodig verdere informatie verstrekken.
De kerkenraad van Nijmegen heeft de regiovergadering dus niet gepasseerd. Het is begrijpelijk dat iets als 'opdragen' vragen oproept, maar het uitspreken van een stellig oordeel zonder over de bovengenoemde informatie te beschikken is mijns inziens voorbarig en maakt de ruimte voor opbouwende gedachtewisseling kleiner. Hopelijk heeft dit artikel meer inzicht gegeven in motieven van de kerkenraad van Nijmegen om over te gaan tot het opdragen. Misschien kan het ook hen die ons veroordeeld hebben, iets milder stemmen.
Noten:
1. Dit artikel is een reactie op het artikel van Ds. Schaeffer dat in Opbouw van 5 september j.l. geplaatst 'is, onder de titel: Evangelisch of Gereformeerd; Over dopen of 'opdragen'.
2. Uiteraard ligt het bij het EVENTUEEL openstellen van ambten voor hen die de kinderdoop afwijzen anders. Daarbij gaat het namenliJk ook over de vereiste instemming van de ambtsdragers met beliJdenisgeschriften. De kerkenraad van Nijmegen heeft de Regiovergadering meegedeeld, dat ALS zij tot zo.nopenstelling zou willen overgaan, dat de regiokerken dan vooraf om advies zal worden gevraagd.