Zorg dragen voor de ander op basis van gelijkwaardigheid
1997-09-19
Gisteravond zond de IKON een tv-documentaire uit over het werk van John McGee. Hij legde de basis voor een houding die Gentle Teaching (1) wordt genoemd. Zijn uitgangspunt: benader de ander op basis van gelijkwaardigheid. Vooral binnen de zorg voor verstandelijk gehandicapten vinden zijn ideeën een goede ingang.- Jaargang 41
- nummer 19
De uitgangspunten van McGee zijn echter breder van toepassing. Ze bieden ingangen voor de wijze waarop we als christenen elkaar tegemoet zouden moeten treden. In dit nummer van 'Opbouw' gaat het niet om de theoretische uitgangspunten van de Gentie Teaching, maar vooral om de vraag: hoe werkt McGee en waar haalt hij zijn ideeën vandaan? Dit artikel is een verslag van een thema-middag met McGee op een instelling voor verstandelijk gehandicapten in de Randstad.
Kapitalisme van de ziel
Een grote psychiatrische inrichting in de Verenigde Staten. Een vijf verdiepingen tellend woongebouw. Op iedere verdieping worden honderd psychiatrische patiënten gehuisvest. De inrichting roept associaties op met wat socioloog Goffmann noemt: total institutions (2). Wie zich niet goed gedraagt in de werksituatie, loopt de gevolgen op in de woonsituatie. Vanmorgen niet gewerkt, vanavond geen koffie. McGee noemt dit het 'kapitalisme van de ziel'. Volgens hem is de Amerikaanse gezondheidszorg helemaal verziekt door deze manier van denken. Er is alleen voorwaardelijke liefde. Als je je goed gedraagt krijg je koffie, een sigaret, als je je niet goed gedraagt krijg je geen koffie, geen sigaret en mag je geen televisie kijken en krijg je geen aandacht. Alles staat in het teken van beloningen en straffen Het is een grote, massale inrichting. Maar ook, aldus McGee, een christelijke inrichting. "Je kunt het zien op het bord, en aan de christelijke symbolen aan de muur. Maar die christelijke naam zijn ze niet waard, het is alleen de buitenkant. Iedereen heeft de diagnose 'schizofreen' gekregen. De problemen zijn te verklaren uit dat ziektebeeld. Van een relatie met de patiënten is geen sprake."
Het verhaal van Carlos
In deze instelling woont Carlos. Vanwege de incidenten in het verleden mogen verpleegkundigen (op last van de directie) niet meer bij hem op de kamer komen. Er is echter één verpleegkundige die 's nachts stiekem naar Ca rlos toe gaat en een spelletje met hem doet. "De barmhartige Samaritaan" aldus McGee, "hij begrijpt wat christelijke naastenliefde is. Maar als ze het merken, wordt hij vast ontslagen!" McGee gaat met Carlos aan het werk.
Je ziet een bange Carlos, opengesperde ogen, grote pupillen. Maar ook een verbaasde Carlos: hé, iemand die met me praat! McGee geeft Carlos een boodschap: bij mij ben je veilig! McGee fluistert, kijkt Ca rlos aan, aait hem zacht over de beschadigde knokkels van zijn handen. Als Carlos onrustiger wordt, trekt McGee zich een paar centimeter terug, doet zijn vinger voor zijn mond, maakt het stt!-gebaar en zegt zacht en geruststellend: "nee .... " En Carlos wordt weer rustiger. De mensen in de zaal (afkomstig uit de zorg voor verstandelijk gehandicapten en uit de psychiatrie) houden de adem in. Als dat maar goed gaat! Ze kennen Carlos niet. Velen weten echter wel uit eigen ervaring hoe het werk kan zijn op groepen waar agressie vaak voor komt (3). Het blijft echter goed gaan. Er ontstaat een wisselwerking: Carlos raakt meer open in het contact met McGee. Je zou bijna zeggen: hij wordt weer mens. McGee: "Goede zorg is altijd een paradox. Als je vijand hongerig is, geef hem te eten. Als hij dorst heeft, geef hem te drinken. "
Lisette Lisette is boos als je haar benadert. John McGee vormt daarop geen uitzondering. Hij steekt Lisette een hand toe, ze gaat stampvoeten, pakt een stoel en smijt hem weg, slaat in de richting van McGee. Hij trekt zich er ogenschijnlijk niets van aan, blijft rustig tegen haar praten, steekt haar weer een hand toe. Lisette spuugt naar hem. McGee gaat rustig door, steekt haar weer een hand toe, lacht naar haar. Lisette loopt weg, McGee volgt haar en blijft ondertussen op rustige en kalmerende toon doorpraten. "Ik begrijp dat je bang bent, ik begrijp dat je boos bent, maar bij mij ben je veilig." |
Straatkinderen
Weinigen in de zaal zullen bemerkt hebben dat McGee ondertussen al een aantal maal de Bijbel geciteerd heeft. We leven in een geseculariseerde wereld, en dat geldt zeker de regio Amsterdam. Hij loopt niet met het geloof 'te koop'. Maar een goed verstaander heeft ondertussen wel opgemerkt dat John McGee zijn opmerkingen niet zelf bedacht heeft.
Op zijn minst weet hij zich geïnspireerd door de Bijbel. McGee werd destijds uitgezonden naar Brazilië, waar hij met zwerfkinderen heeft gewerkt. In de sloppenwijken leerde hij om contact te leggen met kinderen die aan hun lot waren over gelaten en met niemand meer een binding leken te hebben. Voor de buitenwereld waren ze afgeschreven: ze zouden óf jong sterven óf in de gevangenis belanden. McGee vond dat het anders kon en anders moest. Ook deze kinderen moesten toch nog kunnen leren dat er iemand is die onvoorwaardelijk om hen geeft? Het moest toch nog altijd mogelijk zijn om een relatie op te bouwen? Na een aantal jaren in Brazilië gewerkt te hebben, keerde McGee terug naar de Verenigde Staten. Daar kwam hij in contact met mensen in de psychiatrie en in de zorg voor verstandelijk gehandicapten. En - net zoals in Brazilië - trok hij zich ook nu het lot aan van deze uitgestotenen. Dwars tegen het heersende idee in dat deze mensen afgeschreven en uitbehandeld zijn propageert McGee als boodschap: bouw een relatie op! Het is niet goed als mensen alleen zijn!
Moraliteit
McGee is kritisch over de 'zorgsector' in de Verenigde Staten. Belonen en straffen, behandeling en succes hebben daar de plaats ingenomen van de normale omgang met elkaar. In Nederland voelt hij zich gemakkelijker thuis.
Hij ervaart hier een voedingsbodem waarop hij verder kan bouwen. Maar ook in ons land moeten en kunnen dingen anders. De beste stap die je kunt nemen is, aldus McGee, een moreel uitgangspunt. Straal in je houding uit dat de ander er mag zijn. We mogen immers geen mensen afschrijven! Als mensen voortdurend alleen willen zijn, is dat een signaal dat ze geen vertrouwen hebben in de ander. Ze weten niet hoe ze contact moeten leggen. Het is een teken van onmacht.
McGee: "Vergeet de handicap, vergeet de agressie. Zie de ander niet als patiënt. Zie de ander als je broeder of je zuster!" De mens is niet geschapen om alleen te zijn. Straal daarom voortdurend je morele uitgangspunt uit: "Je mag er zijn. Het is goed om bij jou te zijn." Daarbij baseert McGee zich o.a. op Martin Buber, die veel heeft geschreven over de dialoog (ik-Gij).
Behandeling
In de behandeling zie je de uitgangspunten van McGee letterlijk voor je ogen gebeuren. Neem nu het verhaal van Lisette (in het kader). We zijn geneigd om Lisette af te zonderen, ze wil toch niet. Of we straffen haar, omdat ze niet luistert. Misschien laten we haar alleen in de kamer en lopen zelf weg. Soms willen mensen immers alleen zijn; daar heeft ze toch ook recht op? McGee blijft echter doorgaan in het zoeken van contact; hij legt zich niet bij het gedrag neer. Hij ziet ook haar afzondering als een signaal van onmacht: ze heeft geen vertrouwen in zichzelf en in anderen.
Maar zo is de mens niet bedoeld: we zijn er voor elkaar. Daarom gaat hij dóór. Binnen een paar minuten kan hij haar voorzichtig aanraken, een half uur later is het contact zó goed dat Lisette en McGee hand in hand over het terrein van de instelling kunnen lopen.
Gereedschap
McGee noemt een aantal concrete menselijke ingangen om de ander te benaderen.
a) onze handen. Vaak worden die handen gebruikt om de ander vast te binden, ze worden gebruikt in een handgemeen. Handen hebben voor de patiënten een negatieve betekenis gekregen. Maar handen zijn juist bedoeld om de ander positief aan te raken. Vaak vermijden we de ander, maar juist eenzame mensen hebben die aanraking nodig (4a). "Gebruik je handen 1000 maal vaker dan je denkt dat goed is,niet om te slaan, niet om vast te binden, maar als manier van contact!" Overigens is McGee niet willekeurig in het contact; hij weet heel goed dat je de ander niet zomaar aan kunt raken en zoekt dan ook de minst 'belaste' delen van het lichaam van de ander.
b) Onze woorden, onze stem. Die woorden moeten troost bieden. Niet gaan argumenteren, niet discussiëren, niet overtuigen. Onze stem moet warmte uitstralen. Precies zoals je een baby geruststelt, zo maakt ook hier te toon de muziek (4b).
c) Onze ogen. De ogen behoren zorg uit te stralen, vriendelijkheid, te zoeken, te vragen (4c).
d) Ons tempo. Vaak willen we te snel. Wees vriendelijk, zachtmoedig. Onze boodschap is: wat er ook gebeurt, het komt allemaal wel goed. McGee: Hoe langzamer je handelt, hoe sneller je er bent. Denk aan het kleine beetje gist, dat het brood doet rijzen. Denk niet in termen van efficiency: dat kost tijd en energie en daarmee verlies je het. Want je bent er dan niet meer onvoorwaardelijk voor de ander; je wordt bepaald door de klok (4d).
Toverdokter?
Toen ik McGee in 1991 tijdens een congres lezing hoorde houden, bespeurde ik bij mezelf irritatie. Daar stond een Amerikaans verkoper een verkooppraatje te houden. Vooral zijn zelfverzekerde manier van optreden stoorde me, de sfeer van 'als je het maar wilt, kan het ook'. Als je McGee echter zelf aan het werk ziet, ben je vooral verbaasd over de ingangen die hij weet te vinden. Daar waar mensen nauwelijks meer met iemand verder kunnen, weet hij toch nog contact te leggen. En dat zelfs zonder zelf beschadigd te raken. Hij heeft van zichzelf een sterke innerlijke overtuiging dat het moet kunnen lukken.
Juist vastgelopen mensen zijn erg gevoelig voor onze onzekerheid; McGee zegt die onzekerheid niet te kennen. Dat maakt hem emotioneel sterker dan de dagelijkse hulpverleners, die vaak al veel incidenten hebben meegemaakt.
Het gevaar is wel dat John McGee als goeroe wordt gezien, die blindelings gevolgd moet worden. De dagelijkse werkelijkheid is veel weerbarstiger dan het korte contact dat hij weet op te bouwen. Verpleegkundigen die met de gegevens die McGee aanreikt, verder willen, raken nogal eens ontmoedigd. Daarom is het belangrijk om hem niet te zien als een soort toverdokter die hier in Nederland af en toe even komt vertellen hoe het moet. McGee is ook een mens ...
Wat heb je nodig?
De laatste tijd komt John McGee vaker naar voren met de 'zwakke' plekken in zijn verhaal. Zijn denken ontwikkelt zich van een meer intuïtieve benadering in de richting van een beter gefundeerde theorie. Ook besteedt hij meer aandacht aan de bijsturing van het gedrag. Nog altijd brengt hij zijn boodschap met overtuiging, maar hij gaat beter in op de vragen waar hulpverleners en ouders in de dagelijkse praktijk tegen aan lopen. McGee erkent daarbij dat hij maar kort met mensen werkt, een dagdeel, hooguit een dag. Hij weet dat het langdurig opbouwen van een relatie veel meer tijd kost. Toch is er sprake van een bewuste keuze bij McGee. Hij ziet zichzelf niet als therapeut, maar als docent. Hij wil een boodschap overdragen (teaching).
Wat heb je - volgens hem - nodig om het vol te houden?
1) Het verlangen om je bij anderen thuis te voelen als basis van de hoop
2) De innerlijke overtuiging en de ervaring dat je je werk aan kunt
3) Gevoel voor humor, af en toe de gek met jezelf kunnen steken
4) Het gegeven dat je samen mag werken met anderen, dat je er niet alleen voor staat Deze invalshoeken zijn niet alleen voor de zorgsector van belang. Leg ze maar eens naast het functioneren van bijvoorbeeld de kerkenraad ...
Tenslotte
De visie van John McGee past in de zorg voor verstandelijk gehandicapten, in verpleeghuizen en in psychiatrische inrichtingen. Het centrale thema is daarbij: hoe bouw je een relatie op? Maar daarmee is deze visie direct ook breder van toepassing: in de samenleving, in het pastoraat. Ook daar gaat het altijd weer om de relatie.
Noten:
1. GentIe is o.a teder, vriendelijk. Door zijn houding probeert McGee de ander iets te leren (teaching).
2. Met de term 'total institutions' bedoelt de socioloog Goffmann de instellingen waar wonen, werken en vrije tijd onder dezelfde mensen en vaak op dezelfde plek plaatsvinden.
Bijvoorbeeld: een klooster, militaire dienst, een kostschool, een psychiatrische inrichting.
3. Uit een recent onderzoek in een psychiatrische inrichting in Engeland komt naar voren dat daar per dag 2 ge weIds-incidenten plaats vinden waarbij een verpleegkundige fysiek letsel oploopt. Elk jaar loopt een kwart van de verpleegkundigen lichamelijke beschadigingen op door agressie van patiënten. (in: Verpleegkundig Perspectief, 1997-4). Ook in Nederlandse instellingen komen geweldsincidenten regelmatig voor.
4a. De Here Jezus raakt bij een aantal genezingen de zieke aan. Natuurlijk kon de zieke ook zonder aangeraakt te worden door Jezus worden genezen.
Maar die aanraking is niet zonder (tevens) emotionele betekenis.
4b. Degenen die de Here Jezus beluisteren, verwonderen zich over zijn woorden van genade en van gezag (Lucas 4 : 22 en 32). Het gaat daarbij om de inhoud, maar ook om de wijze waarop Jezus sprak.
4c. Vgl.: En Jezus, hem aanziende, kreeg hem lief .... (Marcus 10: 21).
4d. Vgl.: Maakt u geen zorgen over wat u zult eten, waarmee gij u zult kleden....