Heldinnen van onze tijd
1997-09-19
In onze Wageningse gemeente hebben we altijd gelegenheid om in de dienst punten voor gebed of dankzegging te noemen. Op de zondag na de begrafenis van prinses Diana werd gevraagd om te danken voor het getuigenis van de uitvaartdienst. Dat hebben we ook gedaan: een premier die de Bijbellezing verzorgde, een groot deel van het publiek dat volgens berichten het “Onze Vader” meebad, de Aartsbisschop van Canterbury die een zeer persoonlijk en indringend gebed uitsprak, er was een duidelijk christelijk getuigenis te bespeuren, zoals dat bijv. ook het geval was bij de uitvaart van de Belgische Koning Boudewijn. In de Westminster Abbey lagen duidelijk kansen voor de verkondiging. Tegelijk gaat je denken door: wat is er in de tijd van de dood van prinses Diana eigenlijk gebeurd? Vanwaar de plotselinge aantrekkingskracht? En hoe zit dat met Moeder Teresa? Ook in haar geval lijkt de volkswil aandrang uit te willen oefenen ten gunste van op een spoedige heiligverklaring door de Paus. Is dweepzucht en publiek vertoon van verdriet een nieuwe tendens?- Jaargang 41
- nummer 19
De vroege Russische schrijver Michael Lermontov (1814-1841) publiceerde in 1804 zijn bekendste boek, Een Held van onze Tijd. Petsjorin, de hoofdpersoon in het boek is een voorbeeld van een Romanticus. Hij ervoer zichzelf als "een overbodig mens", ongelukkig, omdat de mensen hem steeds boosaardige bedoelingen toeschreven. En dat kwam weer voort uit het feit dat ze hem niet begrepen. Om een diepere reden was hij echter ongelukkig: "omdat hij het geheim van zijn roeping niet kon raden, al voelde hij in zijn ziel onmetelijke krachten leven." Petsjorin valt of ten prooi aan verveling of "hij laat zich meeslepen door nietswaardige hartstochten." Daarin lijkt hij op zijn schepper Lermontov; als zesentwintigjarige kwam deze in een duel om. Samen met Poesjkin vertegenwoordigde hij de Russische Romantiek, een reflectie van het type "held" in de trant van de Lord Byron: "sterk individualistisch en in onmin levend met de hele wereld." De levensfilosofie van Petsjorin is: de mens is ten diepste een nutteloze hartstocht. 1)
Ideaalbeelden in onze eigen tijd?
Kent elke tijd zijn eigen helden of heIdinnen?
En zijn in dat geval Diana, Princess of Wales, en Moeder Teresa voorbeelden van wat mensen diep raakt onze tijd? Zijn zij kenmerkend voor het verlangen van onze tijdgenoten naar (morele) grootheid? Of zouden ze bewonderd zijn in elke periode? De indruk die ik heb is dat Moeder Teresa in elk geval wel een "tijdloze" heldin is, misschien wel een "heilige" (naar veler opvatting!). Daar moet je bij zeggen dat ze wel een specifiek "christelijke heilige" lijkt. Ze staat in de lijn van de Here Jezus die niet kwam om gediend te worden, maar om te dienen. Het is moeilijk om zoiets met zekerheid te zeggen, maar ik heb de indruk dat het heiligheidsideaal van Hindoes en Boeddhisten meer ligt in 't "onttrokken zijn aan de wereld" dan in het je met hart en hand bezig houden met de nood van de sterfelijke, vergankelijke tijdgenoten. (Hoe het met de moslims staat vind ik moeilijk te zeggen.) Mocht die opvatting hout snijden, dan blijft het opmerkelijk dat Moeder Teresa in het voornamelijk Hindoeïstisch India wel een staatsbegrafenis krijgt. Krachtens hun geschapenheid herkennen mensen liefde en zorg die aan hen besteed wordt, ongeacht hun levensovertuiging of religie. Waar iemand hen als "beelddrager Gods" (h)erkent en behandelt, gaat het hart van mensen open; zo zitten we nu eenmaal in elkaar. Het verschil met Petsjorin en andere gekwelde Romantici van rond 1800 is zonneklaar. Nooit voelde Moeder Teresa zich een overbodig mens, op zoek naar een roeping die nobel genoeg was om zich levenslang aan te wijden. Even belangrijk: voor haar was geen enkel mens, zelfs niet een stervende in de goot, een overbodig mens. Het christelijk ideaal van zich opofferende liefde zou sterk genoeg zijn geweest voor de nutteloze "Helden van de Romantiek", als ze 't hadden kunnen omhelzen.
Dat Moeder Teresa en Prinses Diana onderling zeer verschillend waren zal geen mens ontkennen. De society lady, bekend om haar peperdure en exquise kleding, én de non die met één habijt van de door haar gestichte orde tevreden was. De rijke prinses die in haar zo korte leven misschien net zoveel gegeten heeft, of geslapen heeft, als de zo oud geworden Teresa. Diana heeft ongetwijfeld voor persoonlijk gebruik een veelvoud uitgegeven van wat de Albanese non kon (of wilde) besteden.
Hoe heeft Diana - na haar dood - de impact kunnen hebben die ze overduidelijk had. Is het hele Britse volk een mooi maar dom blondje gevolgd, zoals wat cynische commentaren in de kwaliteitskranten suggereerden? Moeten we alleen denken aan een soort massa-psychose? (Wat we daar ook mee bedoelen; Psychologische termen worden notoir onzorgvuldig gebezigd.) De twee commentaren in het Nederlands Dagblad wezen op hoofdzaken in het fenomeen van de Nationale Rouw in Groot-Britannië. Het tweede commentaar leek me welwillender en positiever dan het eerste. In het verhaal van 8 september werd de Britse krant The Independent geciteerd: "Het effect dat deze ongeschoolde vrouw op onze nationale psyche heeft gehad, begint pas langzaam te dagen".
De meest opgejaagde vrouw uit de moderne tijd, volgens haar broer Earl Spencer, is in haar dood beroemder en geliefder dan ze tijdens haar leven ooit had kunnen zijn. Dat lot heeft ze natuurlijk met menige ster of hoogwaardigheidsbekleder gemeen. Wat had er na twee ambtstermijnen met de niet doodgeschoten en nog jonge Kennedy moeten gebeuren? Was hij directeur van een pensioenfonds geworden, voorvechter van bedreigde diersoorten in de wereld of een buitenland-commentator bij een Amerikaans tv-station? Een niet-gedode Che Guevara, een niet-doodgespoten of -gegeten of verongelukte Elvis Presley, Janis Joplin, Jimmi Hendrixs, James Dean en vele anderen hadden vermoedelijk niet hun weg naar posters en snikkende groepen fans gevonden. Toch zijn mensen bij Diana kennelijk toch door iets anders geraakt dan door sterrenstatus alleen. Pas na haar scheiding vond Lady Di daadwerkelijk haar roeping, zeggen mensen die dat kunnen weten; in haar taak en vooral de wijze waarop ze die op eigen wijze uitoefende herkenden de mensen kennelijk iets dat moed gaf voor hun eigen leven en hen in beweging deed komen.
Menselijkheid" en integriteit
Een paar opmerkingen daarover, na alles wat in de media al aan informatie en opinie over ons uitgestort is.
Ten eerste meen ik een zekere hunkering bij de Britten te bespeuren: een verlangen naar directheid en eenvoud; niet alleen adeldom van geest, ook gevoeligheid van hart en echte menselijkheid. Tegen alle formaliteit van koninklijk protocol in, en een eeuwenlang ingesleten opvatting "hoe het allemaal hoort" staat het sterk verlangen naar relatie. "Ma'am, speak to us". Dat verzoek aan de Britse vorstin deed me denken aan de hunkering van Russen in vorige eeuwen naar aandacht van "Vadertje Tsaar". Men had behoefte aan de geborgenheid van een familieband.
Een eerlijker en rechtvaardiger samenleving, een idee dat menselijke relaties directer moesten worden, dat lijkt een verlangen van velen in het volk. Tony Blair en zijn regering, maar ook de leiders van de Britse Staatskerk hebben op dat (legitieme) verlangen mijns inziens bewonderenswaardig ingespeeld.
Kwetsbaarheid als teken van heiligheid
Op de een of andere manier heeft de dode Prinses gevoelens van kwetsbaarheid getoond die haar - met terugwerkende kracht - onstuitbaar geliefd gemaakt hebben bij de autochtone en zeker ook allochtone Britten. "The rose of England" noemde Elton John haar in zijn lied; in een paar krantencommentaren stond gesuggereerd dat dat zo'n opmerkelijke woordkeus was. Wie echter Engelands historie en literatuur kent zal die benaming ca. vier eeuwen geleden vaker als aanduiding van beminde vorstinnen of prinsessen hebben kunnen ontmoeten. Toen Koning Hendrik VIII voortvarend te werk ging om van zijn wettige vrouw te scheiden, rond 1530, werd de ene na de andere aantrekkelijke jonge vrouw de nieuwe gemalin op de troon; na een paar jaar werden ze niet alleen afgedankt, maar meestal ook onthoofd. Een van de weinige vorstinnen die niet werd afgetopt was Queeen Jane Seymour. Ze stierf in het kraambed. Bij haar dood was King Henry ontroostbaar, en heel het Koninkrijk met hem. De laatste regel van bekende ballade zegt:'The flower of England will never be no more". Het is in de jaren '60 onder met succes ten gehore gebracht door Joan Baez, de fabelachtige Amerikaanse folksinger. De roos van het Engelse wapen, de roos die een rol speelt in de Rozenoorlogen, die in de vijftiende eeuw Engeland verscheurden, is een voor de hand liggende associatie. Elton John maakte geen nieuwe, originele toespeling; hij greep terug op oude herinneringen, toen het goed en harmonieus was tussen vorst(in) en volk. Ook de uitspraak in 't lied over "England's greenest hills" is enerzijds zo vanzelfsprekend als maar kan, maar draagt echo's, meen ik, van het bekende gedicht van de achttiendeeeuwse dichter en visionair William Blake, op zo prachtige wijze getoonzet en uitgevoerd bij de "Last Night of the Proms". "Jerusalem" begint met toespeling op de oude Britse legende dat de jonge Jezus een tijdlang, tussen zijn 12 en 30e jaar, in Engeland gewoond zou hebben: "And did those feet in ancient time Walk upon England's mountains green?
And was the holy Lamb of God On England's pleasant pastures seen?" "England's greenest hills" roepen, lijkt me, bewust echo's op van een door God gezegend en bezocht Engeland, het rijk van Koning Arthur en zijn rechtvaardige tafelronde, van de strijd tegen het kwaad (zo gaat het gedicht verder). In die echo's en (half)bewust opgeroepen associaties spreekt iets van verlangen naar echtheid en zuiverheid die mensen in onze tijd plotseling ook weer blijken te verlangen.
Mogelijkheid en noodzaak van roeping en inzet
Als nu één ding mensen in deze tragische situatie toch kan bemoedigen, dan is het het besef dat ook in verwarrende tijden als de onze nog "roeping" kan bestaan, een taak die je erkent als geschonken aan jou, en een die je soms aanvaardt als van Godswege geschonken. In elk geval zal Moeder Teresa dat zonder enige twijfel zo hebben ervaren. En zo'n roeping kan een mens levenslang op een koers houden die maakt dat anderen daardoor iets gaan zien van Wie God is en Christus’ barmhartigheid in het gezicht van een echt toegewijd mens weerspiegeld zien. Eerherstel van het leven voor anderen, in dienst aan God en de medemens, wordt wellicht zo door een nieuwe generatie ervaren als een nobel doel, niet als het beste leven, maar als het enige Leven voor een mens ... Je inzetten voor armen in een sloppenwijk, voor kinderen in landen met landmijnen, het zijn wezenlijke doelen om je voor in te zetten. Als je mensen volgt die voor zulke doelen zich inzetten, dan volg je helden, in plaats van idolen.
Kansen voor opwekking of bekering?
Ten vierde, zouden er in onze tijd nog kansen zijn voor een opwekking? Kan gebeuren wat in de eerste helft van de 18e eeuw in Engeland en Amerika gebeurde: de Geest van God die vaardig werd over een heel volk? Sommigen zeggen: nee, dat kan niet meer. We zijn als samenlevingen zo gefragmenteerd geraakt dat massale bekering, een aanraking van Gods Geest niet meer kan. Niet dat God veranderd is, maar omdat wij veranderd zijn, er geen samenleving meer is. Kijk je echter naar de plotselinge saamhorigheid van een volk, zoals het Belgische volk na het overlijden van Koning Boudewijns dood of het Britse volk bij het sterven van Diana, of de ontzetting om de verdwenen en vermoorde meisjes in België, dan lijkt plotseling wel weer mogelijkheid voorhanden om een (groot deel van een) volk verenigd te zien in gevoel, en in gevoeligheid, eventueel ook gevoeligheid voor het woord van God. Een van de conclusies die ik uit de begrafenisplechtigheid in Londen trok is dat de graad van kerkelijkheid of residu aan geestelijkheid bij de Britten sterker aanwezig lijkt dan bij ons. Een kern van onverschilligheid of regelrechte afkeer van kerk en geloof lijkt sterker in ons volk te wortelen dan bij de Britten. Bij ons zou, vrees ik, een groot deel van de mensen niet meebidden met een "Onze Vader". Toch hoef je niet onrealistisch te zijn om in elk geval wel te bidden voor "openingen" als we onlangs hebben meegemaakt.
1.J. van der Eng. "Rusland" in red.
J.C. Brandt Corstius. Algemene Literatuurgeschiedenis.
Geschiedenis van de Belangrijkste Figuren en Stromingen in de Wereldliteratuur, deel IV.
“Van Classicisme naar Romantiek”. De Haan. Utrecht. pp. 431-432.
M. Yu. Lermontov. A Hero of our Time, vertaald en ingeleid door Paul Foote. Penguin Books. Harmondsworth. 1966.