Meditatief bijbellezen
1997-01-24
Stel, lezer(es), u zit aan tafel. U hebt er een half uur voor uitgetrokken om u op God te richten.- Jaargang 41
- nummer 2
Rondom u heerst diepe rust. Het is niet de tijd van de dag om telefoontjes te verwachten.
Voor u ligt een bijbel. Maar u weet niet goed hoe u verder moet. Misschien dat dan dit artikel u iets te bieden heeft...
Grommen, kirren en mediteren...
In Psalm 1:2 is sprake van het 'overpeinzen' van Gods wet bij dag en bij nacht. In de oude latijnse vertaling van het Oude Testament is dat 'overpeinzen' weergegeven met 'meditari', waarin ons woord 'mediteren' is terug te vinden. Hetzelfde werkwoord komt voor in Jesaja 31:4 en 38:14, waar het slaat op het geluid dat respectievelijk leeuwen en duiven maken. Dat lijkt vreemd, omdat die dieren ons niet als eerste indruk geven dat zij zo mediterend zijn ingesteld. Toch zegt de gebruikelijke vertaling 'grommen' en 'kirren' iets over dat 'overpeinzen': zoals een leeuw ingehouden klanken voortbrengt wanneer hij zijn prooi aan het verslinden is, en het gekir van een duif zo'n zwak geluid is, zo prevelt de man van psalm 1 zachtjes de woorden die hij leest in Gods wet. In oude tijden was men namelijk niet gewoon geluidloos te lezen; ook als er niemand anders aanwezig was om te luisteren, sprak men over het algemeen de woorden die men las halfluid uit. Daarin ligt een eerste praktische aanwijzing voor het 'mediteren' over een bijbelgedeelte: het is zinvol, om de desbetreffende verzen niet helemaal geluidloos te lezen. Het halfluid prevelen dient namelijk de concentratie: je gedachten dwalen minder gemakkelijk af wanneer je de tekst aan jezelf voorleest. Waar lettertekens worden omgezet in klanken, komen woorden weer tot leven en wordt een beroep gedaan op het zintuig van het gehoor: je hoort jezelf praten. Of neeje hoort een Ander praten. Want dat is nu juist de zin van bijbellezen: om niet met jezelf en je gedachten alleen te blijven, maar toegesproken te worden door Iemand van buiten, die je aandacht vraagt omdat Hij je iets te zeggen heeft. Hiermee is het essentiële verschil gegeven tussen oosterse meditatie en het overpeinzen van de Heilige Schrift. In het Oosten keert de meditatieve mens zich in zichzelf, om diep in zichzelf de goddelijke stem te horen. Een mens die Jezus Christus toebehoort zoekt zijn heil buiten zichzelf, en daarom slaat hij om God te ontmoeten de bijbel open. Juist door zacht-hardop bijbel te lezen maak je aan jezelf duidelijk: nu wordt de cirkel van mijn gedachten doorbroken - er klinken woorden, zodat ik te luisteren heb!
Niet overjezelf heen springen
Dat betekent niet dat een mens die Gods woord overpeinst uit zichzelf stapt, en zijn eigen gedachten en gevoelens probeert uit te schakelen.
Kenmerkend voor zo'n stil moment van ontmoeting met God is immers, dat je jezelf niet ontloopt, maar voor zijn aangezicht gaat staan zoals je bent. Wie luistert naar God, richt zich niet op onpersoonlijke informatie die buiten hem of haar om gaat, maar verwacht een boodschap te ontvangen die voor hem of haar persoonlijk van belang is. Zo onderscheidt het 'meditatief' bijbellezen zich van een louter rationele ontleding van een tekst. Bij dat laatste blijft de persoon van de lezer buiten beeld. Woorden en zinnen worden verklaard; de samenhang met andere bijbelgedeeltes wordt naqegaan; de bedoeling van de schrijver wordt gereconstrueerd en zo mogelijk wordt licht geworpen op de situatie waarin zijn eerste lezers zich bevonden.
Dat alles is heel nuttig om bijbelwoorden te begrijpen. Maar zolang de huidige lezer over zichzelf heen springt, houdt zijn bezig zijn met de tekst iets vlaks, iets koels. Daarom ervaren deelnemers aan een bijbelkring het vaak als onbevredigend, wanneer er niet meer wordt gedaan dan driftig discussiëren over de juiste betekenis van een bijbelgedeelte. Zij verlangen naar een persoonlijker proces, waarin onthuld wordt hoe de desbetreffende bijbelwoorden op henzélf slaan. Zo is er dan ook een nieuwe trend in bijbelstudie-clubs waar te nemen: gedetailleerd onderzoek naar dat wat er nu precies staat wordt minder populair; mensen ontdekken dat het fijn is om uit te wisselen wat zij zelf aan een bepaalde tekst hebben. Aan de ene kant is dat winst: bijbelstudie verloopt op die manier veel persoonlijker.
Aan de andere kant dreigt er verlies: voor je het weet worden teksten alleen nog maar gebruikt om religieuze ervaringen aan elkaar door te geven. Bijbelwoorden functioneren dan niet meer als dragers van een boodschap die van buiten komt, maar als 'trefwoorden' waarmee je voor anderen kunt aanduiden wie en wat God voor jou is. Het kan heel verrijkend zijn om zo met medechristenen in gesprek te zijn, maar op den duur is ook dát weer onbevredigend: het wordt dan toch weer een gesloten kring, waarin aan het totaal van religieuze belevingen niets wordt toegevoegd.
Herkauwen
Meditatief bijbellezen heeft het allebei: men is zich van zichzelf bewust om zo bijbelwoorden op zichzelf te kunnen betrekken, maar stelt zich daarbij open voor God en tast daarom de gelezen woorden zorgvuldig naar hun oorspronkelijke betekenis af. De grote vraag is alleen: hoe doe je dat? Het is een prachtige en verheven doelstelling, om in een stil moment woorden van God tot je door te laten dringen, maar wat valt het in de praktijk tegen om dat doel te bereiken. Zeker bijbel woorden die we al eindeloos vaak gehoord hebben, of die ons onbegrijpelijk of nietszeggend in de oren klinken, lijken maar heel weinig bij ons te kunnen losmaken. Dat is niet alleen de ervaring van Opbouw-lezers en de studenten van Bonhoeffer; zolang als mensen zich op meditatief bijbellezen hebben toegelegd, zijn zij op dat probleem gestuit. Die verlegenheid bracht hen er evenwel toe naar middelen te zoeken om tot een werkelijk vruchtbare overpeinzing te komen. Met name door kloosterlingen is daar veel over nagedacht, met als gevolg dat vanuit die traditie waardevolle handreikingen worden gedaan aan christenen die ernaar verlangen om God in zijn woord te ontmoeten. Zelfs Luther, die toch heel rigoureus met het kloosterleven heeft gebroken, heeft blijvend zijn winst gedaan met de ervaring in meditatie die hij als monnik had opgedaan.
Zo sluit hij nauw aan bij wat men in de Middeleeuwen de 'ruminatio' is gaan noemen. Die latijnse term klinkt weliswaar gewichtig en gewijd, maar verwijst naar iets heel prozaïsch, en wel naar de koeien bek die aan het 'herkauwen' is ... Op het eerste gezicht heeft mediteren nog minder te maken met herkauwen dan met grommen en kirren, maar er wordt een verband zichtbaar als de bijbelse vergelijking van de woorden van God met voedsel erbij betrokken wordt. Denk bijvoorbeeld aan de beeldspraak van Jeremia 15:16 ('Gods woorden opeten'), maar ook aan Psalm 119:103. Hier worden de woorden van God met honing vergeleken: om ze recht te doen heb je als het ware het zintuig van de smaak nodig. Een bijbellezer is als een fijnproever: hij neemt het desbetreffende woord van God in de mond, zuigt eraan, neemt nog een hapje, en geniet... Met het motief van het 'herkauwen' heeft men vooral twee dingen tot uitdrukking willen brengen: in de eerste plaats dat bij het 'proeven' van bijbelwoorden het heel belangrijk is om ze voortdurend te herhalen, en in de tweede plaats dat alleen kleine stukjes goed te verteren zijn. Wat het herhalen betreft: tot de grootste vijanden van het overwegen van Gods woorden behoren de haast en de vluchtigheid. Een mens moet niet denken dat hij 'even snel' een boodschap van God tot zich door kan laten dringen.
Daarvoor is tijd nodig, veel tijd.
Het is nodig om een tekst aandachtig te proeven en te keuren, en dan nog eens, en dan nog eens ... Alleen op die manier zal het desbetreffende bijbelwoord zich een weg kunnen banen in ons onrustige en verwarde hart. Vandaar dat Bonhpeffer zijn studenten gedurende een week lang elke dag over dezelfde tekst liet mediteren.
Daarin was hij niet de eerste: ook Luther beval de mensen aan een hele week met een en hetzelfde bijbelwoord bezig te zijn. Het is duidelijk dat die manier van bijbellezen om meer vraagt dan om het pure 'begrijpen'.
Alleen wanneer je je erin oefent om jezelf te confronteren met de gelezen tekst, gebeurt er wat tijdens dat proces van 'herkauwen'. En wat betreft de aanbeveling om vooral kleine stukjes te lezen: daarmee beoogt men 'diepte-werking'. Wanneer je hele hoofdstukken tegelijk tot je wil nemen, ben je vooral breed bezig. De concentratie op kleine tekst-eenheden bepaalt een mens bij één specifiek thema, dat dan ook echt kan bezinken.
Voor Luther was het overigens duidelijk dat het niet om een keuze gaat tussen 'breed' en 'diep': je moet het allebei doen! Zelf las hij twee keer per jaar de hele bijbel door; dat houdt een gemiddelde in van zo'n 8 hoofdstukken per dag! Tegelijk stelde hij voor om een week lang één enkel gebod van God te overpeinzen, of een bede van het Onze Vader, of een psalmvers. Het vruchtbare van de combinatie van die twee manieren van bijbellezen is natuurlijk, dat de ene de andere ten goede komt. Als je met de bijbel in zijn breedte vertrouwd raakt, zul je de verbanden gaan zien waarin bijvoorbeeld die ene bede van het Onze Vader past en er dus veel meer kunnen uithalen. Er ontstaat als het ware een klankbord dat aan die ene kleine teksteenheid een heel diepe klank verleent. Zo gezien is het alleen zinvol om gericht met één enkele tekst bezig te zijn, als je veel bijbelkennis hebt! Heel functioneel is dan ook het internationale bijbellees-rooster dat de Evangelische Broedergemeente jaarlijks publiceert. Bij een vast 'Woord voor de week' (voor de week van 26 januari tlm 1 februari is dat Daniël 9:18: Niet op grond van onze gerechtigheden storten wij onze smeekbeden voor u uit, maar op grond van uw grote barmhartigheden) staan voor elke dag bijbelgedeeltes genoteerd die als 'klankbord' dienst kunnen doen (in de genoemde week zijn dat resp. I Corinthiërs 9:24-27; I Samuël 15:35b-16: 13; Filippenzen 1:27-30; Genesis 6:9-22; I Corinthiërs 3:5-10; Mattheüs 10:40-42 en Maleachi 3:13-4:2a).
Daarnaast biedt dit rooster een Woord voor het jaar aan (voor 1997 Lucas 9:25: Jezus Christus zegt: Wat baat het een mens, als hij de gehele wereld wint, maar zichzelf verliest of zelf schade lijdt?), een Woord voor de maand, en voor elke dag twee op elkaar betrokken dagteksten, een uit het Oude en een uit het Nieuwe Testament.
Voor andre stemmen doof
Boeiend is wat de Evangelische Broedergemeente - in aansluiting aan de genoemde 'jaartekst' - schrijft ter inleiding op haar 'Dagtekstenboekje': "Het is van levensbelang, van belang voor ons leven, door welke woorden en gedachten wij ons laten leiden. Wat 's ochtends al tot ons oog, oor en hart doordringt, hetzij opbouwend of vernietigend, bepaalt mede de winst of het verlies aan het eind van de dag."
Daaruit spreekt de ervaring die men in de lange meditatieve traditie van de kerk heeft opgedaan: de overpeinzing van Gods woorden heeft een heilzame uitwerking op de menselijke geest.
Vergelijk wat Luther schrijft in de inleiding op zijn Grote Catechismus: "Het helpt bovenmate krachtig tegen de duivel, de wereld, het vlees en alle kwade gedachten, indien men met Gods Woord omgaat, daarover spreekt en peinst, zoals ook Psalm 1 zalig prijst, wie 'bij dag en bij nacht de Wet van God overpeinst'." Onder Gods zegen heeft de intensieve omgang met zijn boodschap werkelijk bevrijdende kracht: je komt op andere gedachten; je raakt van lieverlee meer vertrouwd met God en zijn wil; je wordt bepaald bij het 'ene nodige' (Lucas 10:42); je krijgt al scherper oog voor de vervreemding van God, zoals die zich doet gelden in deze wereld en in je eigen leven; je wordt gemotiveerd om tegen het kwaad te strijden; je leert bidden; je vindt rust. God wil die stille uren van meditatief bijbellezen zegenen met dat waarvan gezang 326:2 zingt:
God opent hart en oren,
opdat wij in geloof
zijn roepstem zouden horen,
voor andre stemmen doof.
Gods woord gordt mensen aan,
omzonder te versagen
het smalle pad te gaan
en stil het kruis te dragen
achter hun Heiland aan.