De Celestjjnse belofte

1997-01-24
  • Jaargang 41
  • nummer 2
De meesten onder u zullen al van het boek 'De Celestijnse belofte'(1) van James Redfield hebben gehoord en vragen zich nu wellicht af waarom hier een dergelijk 'New Age'-boek besproken wordt.
Ik heb daar ook lang over geaarzeld. Wat bij mij de doorslag heeft gegeven, is het enthousiasme waarmee de Celestijnse belofte gelezen wordt, ook in christelijke kringen.
Het is een bestseller. De hedendaagse zoekende mens vindt hierin blijkbaar iets, dat die lege plek van binnen kan vullen. Het is echter ook een gevaarlijk boek. Naar mijn idee is het een instrument in de handen van de tegenstander, om christenen en niet-christenen op een dwaalspoor te leiden.
Ik beveel dit boek dan ook bij niemand aan.
Overigenstwijfel ik niet aan de goede intenties van Redfield, maar hij is wel als de blinde uit Lucas 6:39, die mèt de blinden die hij leidt in een put zal vallen.
Want het licht waarover Redfield schrijft. is een dwaallicht.


Terwijl ik dit zit te schrijven, komt een herinnering in me op, die hier wel zeer op zijn plaats is en ik u daarom niet wil onthouden.
Ik heb ds. Van Keulen wel eens horen vertellen dat ieder mens een (geestelijk) stekkertje heeft. Bij God is ons stopcontact.
Wanneer in Christus het contact met God wordt hersteld, kan de heilige Geest daar door heen stromen en zo die lege plek in ons vullen. Velen lopen echter met hun stekkertje zoekend rond en proberen andere contacten uit.
De New Age-stroming heeft voor hen ook een antwoord: je eigen neusgaten.
Het voert te ver hier verder in te gaan op de rijkdom van dit beeld van ds. Van Keulen.
De kern moge duidelijk zijn. Er is maar één Bron waar ons stekkertje in past, willen we als mens tot ons recht komen. Psalm 36:10 formuleert het anders: "Want bij U is de bron des levens, in uw licht zien wij het licht."

Na deze lange aanloop wil ik nu ingaan op de inhoud van het boek.
Het stelt als roman niet veel voor.
Eigenlijk is het meer de filosofie van Redfield, die in romanvorm is gegoten.
In Peru is een manuscript gevonden, dat dateert van 600 voor Christus en waarin een grootscheepse verandering van de menselijke samenleving in de laatste decennia van de 20ste eeuw wordt voorspeld. Het bestaat uit negen delen, die Inzichten worden genoemd, en waarvan enkele nog niet gevonden zijn.
De regering probeert onder druk van de leiding van de Roomskatholieke kerk bekendmaking en verspreiding van dit document tegen te gaan. De hoofdpersoon krijgt deze Inzichten één voor één onder ogen, terwijl een klopjacht van de regering aan de gang is om de laatste Inzichten te ontdekken en te vernietigen.
Dit lukt uiteraard niet en stapsgewijs wordt de lezer bekend gemaakt met de inhoud van de diverse documenten.
Dit gebeurt deels in de vorm van dialogen van de hoofdpersoon met mensen die al bekend zijn met dat document.
In de kern gaat het om een soort wedergeboorte van het bewustzijn in spirituele zin, die de menselijke cultuur diepgaand zal beïnvloeden.(2) Zo maakt het eerste Inzicht de mens bewust van de werking van toeval in het leven (niets gebeurt zomaar, alles heeft een zin).
Andere Inzichten gaan over een nieuwe vorm van energie, die door mensen kan worden opgebouwd en aangewend, waarmee de loop van gebeurtenissen beïnvloed kan worden.
Uiteindelijk leidt het Negende Inzicht tot een mensenwereld waarin iedereen tot rust is gekomen, open staat voor elkaar en steeds meer evolueert, tot uiteindelijk de hemel op aarde wordt bereikt. Maar daarover gaat het Tiende Inzicht.(3)

Het komt allemaal wat mystiek over, maar dat past bij het karakter van dit soort boeken.
Kwalijker vind ik de verdraaiingen, die het boek pas echt tot een dwaallicht maken.
Het zijn Rooms katholieke geestelijken, monniken, die worden opgevoerd als aanhangers van deze nieuwe 'leer'. Een leer waarin de verlossing in Christus vervangen wordt door zelfverlossing.
Hoewel het om romanfiguren gaat, wordt zo de suggestie gewekt dat geestelijken deze inzichten aanvaarden als vervolmaking van het christelijk geloof.
Verder maakt de schrijver veel gebruik van psychologische inzichten. Op zich zijn die wel juist, maar door ze in te passen in zijn mystieke filosofie wekt hij, mijns inziens ten onrechte, de indruk dat hier een oorzakelijk verband ligt.
Ook dit leidt de lezer op een dwaalspoor.

Dit alles doet me denken aan de woorden van Johannes, die schrijft: "Wie is de leugenaar dan wie loochent , dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent."(4)
Ook een waarschuwing van Petrus is hier op zijn plaats: "Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.
Wederstaat hem, vast in het geloof...(5)

Het geloofsondermijnende karakter van dit boek heeft mij geschokt, vandaar de misschien wat felle toon van dit artikel.
Laten we echter vooral niet vergeten, dat de mensen die dit boek met enthousiasme lezen, zoekers zijn. Het heeft geen zin om het tegenover hen af te kraken, zonder hen tegelijk duidelijk te maken waarom ze bij Christus beter af zijn.
Daarin ligt voor ons de uitdaging van de Celestijnse belofte.

Noten:
1. De oorspronkelijke titel luidt: The Celestine prophecy. Celestine verwijst wellicht naar celestial (hemels). Het boek werd voor het eerst uitgebracht in 1993.
2. pp. 13.14
3. Aan het eind van het boek blijkt er nog een tiende Inzicht te bestaan. waar een volgend boek over gaat. Inmiddels is er ook het Celestynse werkboek. dat moet helpen otnje de inzichten ook zelf eigen te maken. In het boek wordt ook herhaaldelijk een soort missionaire oproep gedaan om anderen te vertellen van de opgedane inzichten.
4. I Johannes 2:22
5. I Petrus 5:8.9a

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief