De Alliantie van Evangelischen in Afrika
1997-02-21
De promotie van mevr. dr. C.M. Breman in de theologie aan deuniversiteit van Utrecht werd destijds uitvoerig verslagen in ons blad. Thans wil ik aandacht geven aan haar proefschrift dat onlangs in druk verschenen is.- Jaargang 41
- nummer 4
Het is een dik boek geworden, waarin de Evangelische Alliantie in Afrika (The Association of Evangelicals in Africa) uitvoerig wordt beschreven.
Het is, wat men noemt, een bronnenpublicatie geworden. Dat is een van de sterke kanten van deze studie: de uitvoerige documentatie, het uitgebreide notenmateriaal, de uitgebreide literatuurverwijzingen; de nuttige registers.
Zo heeft ze grondwerk verricht, waar anderen met vrucht gebruik van kunnen maken bij verdere studie. Dr Breman stelt zich in haar studie theologisch bescheiden op, al laat ze hier en daar duidelijk merken wat haar eigen overtuiging is. Maar ze beschrijft een stuk kerk- en zendingsgeschiedenis; ze wijst op ontwikkelingen en tendenties in die geschiedenis. Zo wordt duidelijk dat er in Afrika ontzaglijk veel gedaan wordt voor de verbreiding van Gods koninkrijk, en hoeveel de Evangelische Alliantie daar aan bijdraagt.
Theologische kritiek
In dit artikel wil ik geen boekbespreking geven in de gewone zin van het woord. Aan zo'n omvangrijke studie kan in een boekbespreking geen recht gedaan worden in een blad als dat van ons. Wat ik wil doen, is wat bladeren in dit boek en er een paar onderwerpen uitpikken die mij als gereformeerd zendeling werkend in Afrika geboeid hebben. Daarbij stel ik mij theologisch minder bescheiden op dan dr Breman. Mijn theologische kritiek geldt niet haar boek maar de Evangelische Alliantie die zij met zo veel liefde en zorgvuldigheid heeft beschreven.
Ik heb de evangelischen lief met mijn hart; maar mijn verstand komt nogal eens in conflict met mijn hart.
Vandaar dat ik na lezing van dr Bremans boek nog meer ervan overtuigd ben dat gereformeerden een eigen weg hebben te bewandelen tussen evangelischen en oecumenischen in, willen zij hart en verstand bijeen houden.
Ook in Afrika blijft er een roeping voor een gereformeerde aanpak van zendingswerk, niet in confrontatie met evangelischen - of ook oecumenischen - maar wel in trouw aan de eigen traditie. Drie onderwerpen wil ik kort bespreken naar aanleiding van dr Bremans studie. Allereerst zal de Amerikaans-evangelische oorsprong van de Alliantie onze aandacht hebben; vervolgens letten we op het antidogmatische karakter van de Alliantie; om te eindigen met een paar opmerkingen over de charismatische spiritualiteit die er thans heerst.
De Amerikaans-evangelische oorsprong
Na de oorlog zijn er uit Amerika veel goede dingen naar andere werelddelen overgewaaid. Een ervan is een veelvoud aan evangelische organisa ties op het gebied van zending en evangelisatie. Zo begonnen ook in Afrika Amerikaanse evangelische zendingsorganisaties een actie om evangelischen te organiseren tegen de oprukkende vrijzinnigheid van de Wereldraad van Kerken ter bescherming van de evangelische orthodoxie.
Een sterk antithetische spiritualiteit met een fundamentalistische inslag beheerste dan ook de eerste periode van de Alliantie, die aanvankelijk ook onder leiding stond van Amerikaanse zendingsmensen. Een van de gevolgen was een sterk dualistische nadruk op prediking van het evangelie in tegenstelling tot sociale betrokkenheid bij de problemen van armoede, corruptie en machtsmisbruik in veel jonge Afrikaanse staten. De tegenwoordige holistische benadering van zending binnen de Alliantie is veel meer in overeenstemming met het algemene levensgevoel in Afrika; het leven wordt daar niet opgedeeld in allerlei vakjes, zoals in het Westen nogal eens het geval kan zijn. Het valt dan ook op dat tegenwoordig de kritiek op de Wereldraad van Kerken veel minder apocalyptisch getoonzet is dan in het begin; de ont-amerikanisering van de Alliantie ging hand in hand met de afrikanisering ervan.
De anti-dogmatische inslag van de Alliantie
In Amerika hebben de evangelischen strijd geleverd tegen wat als Schriftkritiek ervaren werd, en het vaak ook was. Daaruit is de beweging van het fundamentalisme gegroeid, die een zwaar accent legde op het Schriftgezag - nog altijd een kenmerk van de Alliantie. Maar zoals bekend gingen de fundamentalisten heel ver in hun visie op het gezag van de bijbel. De bijbel was foutloos tot in het historische en geografische toe. Deze visie werd ook naar Afrika uitgevoerd, en heeft daar zelfs tot een conflict geleid aan een van de theologische scholen, die door de Alliantie zijn opgezet. Nu is het fundamentalisme zeker intellectualistisch van aard. We kunnen dan ook de Alliantie niet zonder meer anti-intellectualistisch noemen, ook niet nu de invloed van de Amerikaanse evangelischen sterk teruggelopen is en de afrikanisering van de Alliantie vrijwel volledig is. Toch bloeit de dogmatiek niet in dit klimaat. Men is vooral bijbelspraktisch met de theologie bezig. Op veel theologische scholen wordt er zelfs helemaal geen dogmatiek gegeven.
Dr Breman vermeldt de visie van een Amerikaan (!) dat het eurocentrisch is om van Afrika te verwachten zich, zoals Europa, dogmatisch bezig te houden met de bijbel, de kerk en de theologie. Dat zou niet passen bij de etnisch-culturele geaardheid van Afrika. Is men in Afrika niet in staat tot systematisch-dogmatisch denken? Dat klinkt mij nogal racistisch in de oren.
Het is ook niet waar: theologen in Afrika zijn heel goed in staat dogmatiek te bedrijven, zij het binnen de context van Afrika en op de wijze van Afrika. De Duitse manier om dogmatiek te beoefenen bij voorbeeld hoeft nog niet model te staan voor goede dogmatiek-beoefening in Afrika; maar daarom is dogmatiek nog niet een bij uitstek westerse manier van omgaan met de bijbel, de kerk en de theologie.
Het probleem zit niet in Afrika maar in de evangelische beweging als zodanig.
Alle dogmatiek wordt daar in onaantastbare grondslagen opgeborgen en gaat tot de onbespreekbare vooronderstellingen behoren. Dit is een vorm van 'confessionalisme' die hermeneutisch mij nogal bedenkelijk voorkomt. Ik zie niet in hoe de Alliantie tot een voor Afrika relevante kerk en theologie wil komen zonder dogmatiek.
Willen de evangelischen in Afrika God lief hebben met het verstand, dan zal men toch echt ook aan dogmatiek moeten gaan doen.
Charismatische spiritualiteit
De eerste periode van de Alliantie werd gekenmerkt door een evangelische spiritualiteit van het oude stempel, zoals vertegenwoordigd door dr Byang Kato, een baptist. Tegenwoordig heerst er in de Alliantie veel meer een charismatische spiritualiteit, zoals vertegenwoordigd door dr T. Adeyemo, lid van een Pinkstergemeente.
Deze ontwikkeling is interessant en vraagt om een nadere verklaring.
Enerzijds volgt de Alliantie een wereldwijde trend in dit opzicht: een vercharismatisering van de evangelische beweging. Anderzijds zou men kunnen denken aan een sterkere Afrikainvloed in de Alliantie over de loop der jaren. De spiritualiteit van de traditionele religies in Afrika biedt wel aanknopingspunten voor een charismatische spiritualiteit, ook al is men in de Alliantie vuurbang voor syncretisme.
Hoe dit ook zij, de kerk in Afrika groeit net als in Zuid-Amerika vooral via de charismatisch georiënteerde evangelische beweging. En daar mogen we best blij mee zijn! Toch heb ik het gevoel dat deze charismatische spiritualiteit soms te makkelijk heen waait over allerlei theologische problemen.
Als voorbeeld noem ik het gebed. Ik zou wel eens een dogmatisch onderzoek gedaan willen hebben naar bidden in Afrika. Ook uit dr Bremans studie blijkt dat er in Afrika wat afgebeden wordt. Er wordt vurig en vooral ook lang gebeden in Afrika. De Alliantie kent een functionaris die het gebed als een speciale roeping opgedragen gekregen heeft - de prayermaster.
Hoe vuriger, hoe emotioneler; hoe langer, hoe meer herhaling, is mijn ervaring.
Zouden wij met onze vrome maar vaak inhoudsloze gebeden ook Gods kostbare tijd kunnen vermorsen? Of heeft God een speciale engel aangesteld om al die vrome maar lege gebeden uit Afrika aan te horen? Ik wil maar zeggen dat de sterkere charismatische spiritualiteit in de Alliantie mij niet helemaal gerust stelt.
Tenslotte...
Van de vele belangrijke projecten die de Alliantie van stapel heeft gestuurd, noem ik slechts het vrouwenwerk. Ik kan me goed voorstellen dat dat werk dr Bremans hart heeft. In dit mannencontinent zijn vrouwen - en kinderenaltijd het eerst en het laatst slachtoffer van alles wat er hier ook maar fout gaat. Terecht dat vrouwenemancipatie hoog genoteerd staat op de evangelische agenda in Afrika!
Dr Breman heeft een goed en informatief boek geschreven, dat thuis hoort in de bibliotheek van wie ook maar te maken heeft met kerk en zending in Afrika. De Evangelische Alliantie in Afrika verdient onze bewondering voor haar inzet voor Gods koninkrijk; maar grondige theologische evaluatie heeft zij ook nodig. Of zij dat op prijs zal stellen, betwijfel ik, en dat zeker niet als het van iemand buiten Afrika uit het Westen komt. Het zij zo!
N.a.v. Dr C.M. Breman. The Association of Evangelicals in Africa. lts History, Organizanon, Members, Projects, Extemal Relations and Message. Zoetermeer: Boekencentrum; 1996.
(601 pp; f 82.50)