Zendeling in Eindhoven
1997-02-21
Een tijdje geleden was ik aanwezig bij een kerkdienst, waarin aandacht besteed werd aan een gezin, dat voor de zending zou gaan werken in Ethiopië.- Jaargang 41
- nummer 4
In die tijd was ik ook bezig het boek 'Visserslatijn' van Peter Scheele te lezen.
Als dat boek me één ding goed duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dit: ons idee over zending en evangelisatie moet drastisch veranderen. Zending is niet iets, dat alleen in het buitenland, bij voorkeur Azië, Afrika of Zuid-Amerika, moet plaats vinden, door mensen, die daar financieel voor worden ondersteund.
Evangelisatie is in die gedachtegang dan hoofdzakelijk vrijwilligerswerk, waar de evangelisatie-commissie zich voor inzet. Zendingswerk en evangelisatiewerk verdienen eenzelfde waardering te krijgen. Het zou eigenlijk op dezelfde manier georganiseerd moeten worden.
Televisie
Peter Scheele, onder andere bekend van zijn t.v.-programma's, heeft in 'Visserslatijn' zijn visie op evangelisatiewerk uit de doeken gedaan. Wie hem in zijn televisiewerk gevolgd heeft, kan in de drie programma-types, die hij gemaakt heeft een bepaalde ontwikkeling ontdekken: eerst de korte gesprekjes op straat, waarin hij op de één of andere manier de aandacht trok en probeerde in gesprek te komen over het evangelie.
Zijn volgende programma 'Interactief' was al meer gericht op het leggen van vriendschapsrelaties. In het programma 'De bushalte', dat Peter Scheele in Opbouw toelichtte, zien we hem een aantal afleveringen achter elkaar met één groep jongeren in gesprek, waarbij per aflevering één van de jongeren centraal staat. Wie 'Visserslatijn' gelezen heeft, herkent in het laatste programma de daar beschreven visie: evangelisatie kan niet zonder het leggen en onderhouden van een relatie met degene die je wilt bereiken. De televisieprogramma's vormen een goede aanvulling op het boek. Ze maken duidelijk, dat het niet eenvoudig is, een op zichzelf heldere visie in de praktijk te brengen.
Opdracht of bewogenheid?
Waarom zou je evangeliseren? Omdat het moet. Dat staat in de Bijbel. Lees maar in Mattheüs 28:18-20. Werken vanuit een opdracht kan er echter gemakkelijk toe leiden, dat het werk uit plichtsbesef gedaan wordt zonder belangstelling voor degene, die je wilt bereiken. Het werk wordt gedaan om de Opdrachtgever een plezier te doen. Het is goed te bedenken, dat Hij om ons lot bewogen was.
Bewogenheid is Zijn grote drijfveer.
Bewogenheid maakt, dat we ons gaan verdiepen in het leven van degene die we willen bereiken. Wat houdt ze bezig? Waarmee kan ik ze bereiken?
Hoe moet ik ze aanspreken?
Peter Scheele zegt het zo: We zullen (in onze evangelisatie-acties) de tijd moeten nemen om van de mensen te gaan houden.
Wie is Jantje?
Eerst belangstelling voor de denk- en leefwereld voor de jongere, dan pas met het evangelie aankomen. Hoe wordt er door de jongere buiten de kerk tegen de kerkmensen aangekeken? Van dat beeld word je als kerkmens niet bepaald vrolijk. Toch ligt daar niet de belangrijkste reden om niet te geloven.
De belangrijkste reden is: ik-wil-zelf-uitmaken-wat-ik-geloof. Een ander heeft het recht niet zich daarmee te bemoeien.
Een ander belangrijk struikelblok om tot geloof te komen is de kerk. Kerkdiensten worden als saai en onbegrijpelijk ervaren. We moeten niet vergeten, dat de meeste jongeren hoogstens zo af en toe nog in de kerk komen. Eigenlijk alleen nog maar flarden opvangen van het hele verhaal, dat daar verteld wordt. Er groeit een generatie op, die van de Bijbel nog wel wat gehoord heeft, maar die plaatst in het rijtje heilige boeken, waar sommige mensen nu eenmaal in geloven. Uit enquêtes, die Peter Scheele regelmatig bij jongeren heeft afgenomen, blijkt, dat 'de' jongere van vandaag Jezus niet heeft afgeschreven, maar tegelijkertijd vindt, dat je voor alle andere godsdiensten moet open staan. Alleen Jezus: dát gaat te ver.
Wat is er nodig om evangelisatiewerk te kunnen doen?
In de eerste plaats is het nodig te weten wie je voor je hebt. In 'Visserslatijn' vinden we het verhaal van een evangelist, die een half uur lang tegen Peter Scheele aan had staan praten en nog niet wist, dat hij een christen voor zich had. We willen zo graag vertellen, dat we vergeten te vragen. "Jezus is het antwoord, maar wat was uw vraag ook alweer?" Het is goed om antwoorden te geven, maar we moeten wel weten waarop.
Ten tweede is er creativiteit nodig. Het gaat om het vertalen van de boodschap voor de mensen van deze tijd.
Terecht wordt op dit aspect gewezen op het gevaar af, dat mensen zullen zeggen: ik doe niet aan evangelisatie, want ik ben niet creatief. Dat is ook het gevaar, dat bestaat bij het kijken naar de t.v.-programma's die Peter tot nu toe van zijn werkwijze laat zien. Niettemin geloof ik, dat creativiteit in evangelisatiewerk onontbeerlijk is. Geef mensen met creatieve ideeën de ruimte.
Ondersteun deze mensen, want het lijkt wel of juist de creatieve mensen onder ons ook vaak te lijden hebben onder periodes, waarin het allemaal niet zo gemakkelijk gaat: de accu raakt op.
Anderen moeten dan voor de continuïteit zorgen. Voor evangelisatiewerk zou het wel eens belangrijk kunnen zijn te werken vanuit een gemeente, waarin de leden elkaar aanvullen.
Als derde heb je toewijding nodig. De wil om er tijd aan te besteden. Het kan in dit verband geen kwaad voor onszelf eens op een rijtje te zetten, waaraan we onze tijd besteden. Een soort tijdsboekhouding bijhouden en dat ook met God te bespreken. Hoeveel van onze tijd gaat op aan de bewogenheid met andere mensen?
'Visserslatijn'
Wat moeten we met 'Visserslatijn' doen? In de eerste plaats vooral: koop dat boek. Het is echt de moeite waard.
Daarna is het onverstandig het bij het lezen te laten. Ooit kocht ik eens boek, dat alleen bij de auteur te krijgen was.
Hij verkocht het me met de opmerking: lees het en doe wat er in staat. Zo moet je met 'Visserslatijn' niet omgaan.
Het boek is zeker niet de wet en de regel voor het evangelisatiewerk. Al lezend ben je geneigd met de schrijver in gesprek te gaan.
Het boek roept tegenspraak op. Het zou goed zijn het in diverse gespreksgroepen te gebruiken als leverancier voor gespreksstof. Het is ook zeker bruikbaar als materiaal voor een cursus over evangelisatie, maar dan wel op de manier, dat door over dit boek in gesprek te gaan, duidelijk kan worden, hoe je zelf wilt evangeliseren.
Bij het boek is een aantal kritische kanttekeningen te plaatsen. De schrijfstijl van Peter Scheele is voor verbetering vatbaar. De opbouw van het boek is lang niet overal even helder. Soms komt plotseling een onderverdeling om de hoek kijken, waar je die niet verwacht.
De ondertitel 'handboek voor evangelisatie' vind ik in zoverre misleidend, dat het mijns inziens niet om een handboek gaat, maar om een gesprekshandleiding over evangelisatie.
Wat mij betreft vallen dit soort aanmerkingen in de categorie 'schoonheidsfoutjes', die aan de verdere inhoud van het boek geen afbreuk doen. Het zou een onvergeeflijke fout zijn, als mensen, die bewogen zijn om evangelisatiewerk te doen, niet hun winst zouden doen met 'Visserslatijn'. Wie nog niet die bewogenheid kennen, doen zichzelf tekort, als ze niet de moeite nemen dit boek te lezen.
Naar aanleiding van: Peter Scheele, 'Visserslatijn'. Uitgever: Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1995, 2e druk, 198 pagina's, f 23,90.