Hoofd voor elkaar
1997-02-21
Zondagmiddag.- Jaargang 41
- nummer 4
Na de morgendienst - avondmaal - staan de stoelen in de kerkzaal in twee brede rijen als soldaten in 'tgelid.
Ik ga naast mevrouw Van Dijk zitten op één van de achterste rijen. Prima uitzicht op de 'preekstoel', want ik kan ruim over het hoofd van Berendien heenkijken. Er zit een lege rij tussen.
Het is nog tamelijk vroeg, er wordt nog niet op de piano gespeeld. Even bijpraten met mijn buurvrouw die naar Amerika is geweest. Op dat onbewaakt ogenblik strijkt Mary voor mij neer.
Haar hoofd met krullen bedekt precies de plaats waar straks de dominee zal staan. Dat is vervelend. Ik tik dus op haar schouder. 'Wil je een stoel opschuiven, ik zie helemaal niets zometeen!' Natuurlijk, geen probleem, tenslotte is er ruimte genoeg.
Een preek aanhoren zonder de spreker te zien is niet zo prettig. Je wilt van de uitzending toch niets missen.
Maar daar komt de kerkenraad binnen.
En ja hoor, de man van Mary neemt heel nadrukkelijk voor mij plaats. Zijn vrouw maakt hem duidelijk dat hij mij een belangrijk uitzicht ontneemt en dus neemt hij begripvol de stoel rechts van haar. Maar in zijn kielzog was ook Jan meegekomen die nu op de vrijgekomen plaats gaat zitten. Mary slooft zich nogmaals uit om het voor mij zozeer begeerde uitzicht te herwinnen. Dat lukt en Jan neemt welwillend de stoel naast Rolf.
Als de ouderling van dienst de mededelingen doet kan ik hem heel goed zien.
Net voor de dominee de plaats van de ouderling inneemt, komen Wil en Jantine binnen en zien de twee lege stoelen voor mij. Een rechtstreekse uitnodiging om te gaan zitten als je aan de late kant bent. Er is een ingetogen hilariteit bij de drie schuin voor mij, waar Wil en Jantine onkundig van zijn.
Ook achter mij hoor ik enig gegniffel.
Maar nu schuift mevrouw Van Dijk haar stoel iets naar links. Dat kan, want ze zit op de hoek. Ik schuif mijn stoel tegen de hare aan. waarna enig protest achter mij klinkt: het uitzicht van Greet en Bart wordt nu door mij belemmerd.
"Als ik nu mijn hoofd zó houd, heb je er dan geen last van?" sein ik naar Greet.
Dat zal wel gaan en Bart heeft er geen probleem mee. Nu kan ik over de schouders van Wil en Jantine heenkijken. Ja hoor, ik zie hem, De dominee. Maar tegelijkertijd zie ik dat Wil met het hoofd van Berendien moeite heeft. Ik leef met haar mee, maar er is geen tijd en ruimte meer om nog een paar stoelen op te schuiven. Zo moet het dan maar vanmiddag.