Ziekenzalving?
1997-03-07
Enige notities bij Jakobus 5:14: “Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren.” - Jaargang 41
- nummer 5
Een paar weken geleden voerde dr. M.J. Paul in het EO-blad ‘Visie’ het pleit voor de ziekzalving, zoals die in Jak. 5:14 wordt voorgeschreven en door de apostelen al eerder in praktijk werd gebracht (Marc. 6:13). We vernamen dit geluid vaker de laatste tijd. Het argument is heel eenvoudig: Laten we in de gemeente weer doen wat de Here letterlijk voorschrijft! Een dergelijk argument kun je niet zomaar negeren natuurlijk. Vandaar ook van mijn kant enige notities. Het zijn niet de eerste over dit onderwerp. Van eerdere opmerkingen wordt ook een gepast gebruik gemaakt. Het zullen ook stellig niet de laatste opmerkingen over dit onderwerp zijn!
Nieuwe tijden - oude tijden
Wanneer iemand medicijnen gaat studeren, dan kan hij gelukkig heel goed een christen zijn. Maar hij wordt toch niet een theoloog, of een dominee, of een priester, of een 'geestelijke'. Al die verschillende 'vakken' en levensverrichtingen worden, in onze dagen goed en degelijk van elkaar onderscheiden. Een dokter is geen dominee, ook al is hij een christen. Dat was in oude tijden anders.
Een dokter was toen tegelijk een priester, een dienaar van de god van de genezing. Hij was een 'Medicijnman', zoals je dat bij vele stammen nog kunt aantreffen. Hij stond in een bijzonder nauw contact met de god van de genezing.
Als dokter was hij tegelijk 'geestelijke', priester. Wie zich tot hem begaf trad daarmee op de gód van de geneesheer toe en trok de goddelijke bescherming over zich heen. Van koning Asa wordt gezegd, dat hij in zijn ziekte geen hulp zocht bij de Here, maar bij de heelmeesters.
Vreemde tegenstelling? Niet als we beseffen, dat Asa met de hulp van de dokters tegelijk de bescherming van hun (af)goden naar zich toe haalde.
Zonde tegen het eerste gebod! Eenzonde verwant aan de zonde van Ahasia!
Zie 2 Kronieken 16:12 en 2 Koningen 1:2. In onze modeme tijd is de geneeskunde uit dat 'heilige' - vaak zeer 'onheilige' - verband losgemaakt.
Gelukkig maar! Wij kunnen hulp zoeken bij de Here én bij de heelmeesters. Wij kunnen hulp verwachten van de Here, die de kennis en kunde van onze dokter gebruiken kan om ons te helpen. Onze arts dwingt ons niet meer het pad van de afgoderij op te gaan.
De tegenstelling
Het was de nu overleden ds. E.R. Postma, die in ons blad betoogde, dat je het element van de tegenstelling niet over het hoofd moest zien bij de bestudering van Jak. 5:14.
Bij ziekte dacht men natuurlijk aan een geneesheer. Wat waren de geneesheren toen? Dienaren van de god der genezing. Asklepios! Geneeskunst en cultus van de god waren met elkaar innig verweven. Maar een discipel van Chrisus moest niet doen wat eertijds koning Asa deed. Hij mocht zich niet wenden tot een andere god! Niet de dienaar van Asklepios, maar de man Gods, de dienaar van Christus! De oudsten van de gemeente! Niet de occult-afgodische setting van de heidense ge neespraktijk, maar het in geloof opgeheven gebed tot de Here! Niet de naam van de afgod, maar de naam des Heren! Niet Asklepios richt de lijder op, maar de Here, die daarom gebeden wil zijn! De antithese tussen God en afgod, tussen geneesheer - Asklepiospriester en de oudsten van Christus' gemeente! In dat verband moet nu ook de zalving van de zieke naar voren komen.
De betekenis van de zalving
De oudsten in plaats van de Asklepiosdienaars!
Het is dan ook aan de óudsten om een handeling te verrichten, die een typisch medisch karakter draagt: zalving met olie. Typisch medisch (al moet er straks nog wat meer gezegd worden).
Denk aan de barmhartige Samaritaan, die olie en wijn goot op de wonden van de gewonde man. Olie: pijnverzachting, leniging, genezing! Marcus behoeft dus helemaal niet uit te leggen, waarom dediscipelen de zieken met olie zalfden (6:13)! Toch moet er meer gezegd worden!
Er waren immers vele kwalen, waartegen de verzachtende kracht van de olie niet opgewassen was! Wat had die zalving dan voor zin? We moeten hier ook denken aan het gebruik van beeldtaal en beeldhandeling, dat in Israël zoveel voorkwam. Een sprekend voorbeeld: 2 Koningen 2:19-22! Het water van Jericho veroorzaakt dood en misgeboorte. Men roept de profeet Elisa te hulp. Deze vraagt een nieuwe schotel met zout en werpt het zout in de waterwel.
Daarbij spreekt hij namens de Here: "Ik maak dit water gezond." Niemand zal denken, dat het zout deze gezondmaking heeft kunnen presteren. De Here alléén deed het! Maar het beeld is sprekend!
Zout heeft een bepaalde 'sprake': wering van .bederf! Elisa voerde een bederfwerende handeling uit! In het vertrouwende weten, dat de Here daaraan wonderlijk een meerwaarde zou verlenen, die de bederfwerende kracht van het zout vér zou te boven gaan! Nu de zalving met olie! Olie: Verzachting, leniging, genezing. Dat is de 'sprake' van de olie! Voor een ieder duidelijk! De oudsten hebben daarbij het gebed te doen: Here, geef aan die 'sprake' van de olie en geef aan ons handelen met die olie in genade een meerwaarde, die de zo geringe geneeskracht van de olie vér te boven gaat! Niet Asklepios geeft die meerwaarde, maar de Here doet dat!
Wat nú te doen?
Moeten wij vandaag tot de ziekenzalving terugkeren? Allereerst zou ik willen zeggen, dat de oudsten vandaag de dokters gelukkig niet behoeven te vervangen.
Van hen wordt geen medische handeling gevraagd! Voor hun komst bij de zieken en voor hun gebed blijft uiteraard álle ruimte! Vervolgens is de 'sprake' van de olie als geneesmiddel in onze dagen en in onze cultuur niet meer duidelijk.
Er zijn nog wel streken en landen waar de reiziger een flesje olie meeneemt om wondpijn te verzachten. Bij ons 'spreekt' dat echter niet meer vanzelf.
En als de 'sprake' van de olie verdwenen is, dan is het gevaar groot, dat de olie op zichzelf in het centrum wordt gezet, alsof de olie 'het 'm zou doen'.
Waren al onze dokters 'Yomanda's', dan zou Jakobus 5:14 een nieuwe vorm van toepassing vereisen. Want dan was het weer de tegenstelling: De Here óf de 'New-Age-god'. Maar zolang de geneeskunst bevrijd blijft van de occult-afgodische setting, mogen de oudsten (predikanten) zich mijns inziens bepalen bij hun eerste taak: het Woord en het gebed (naar Hand. 6:4)!