Over een middeleeuwse dodenklacht

1997-03-07
  • Jaargang 41
  • nummer 5
In het algemeen vind ik dat bij het schrijven voor Opbouw mijn persoonlijk leven erbuiten moet blijven. Deze keer wil ik graag een uitzondering maken. Mijn beste vriend is gestorven, en ik heb daar veel verdriet van. Dat brengt mij ertoe u een gedicht voor te leggen waarin iemand zo’n zevenhonderd jaar geleden zijn verdriet uitschreide over zijn gestorven vriend: het Egidiuslied. Ik herken daarin veel van mezelf. Terwille van de leesbaarheid heb ik de spelling gemoderniseerd, maar de middeleeuwse taal zal voor veel lezers wel moeilijk blijven. Ik hoop dat mijn bespreking het gedicht wat meer toegankelijk zal maken.

Egidiuslied
Ediqius, waar bestu bleven?
Mi lankt naar di, gezelle mijn!
Du koors die dood, du liets mi 't leven.


Dat was gezelschap goed ende fijn,
Het scheen ten moeste gestorven zijn!
Nu bestu in den troon verheven,
Klaarder dan der zonnen schijn;
Alle vreud is di gegeven.

Egidius, waar bestu bleven?
Mi lankt naar di, geselle mijn!
Du koors die dood, du liets mi 't leven.

Nu bid voor mi, ik moet nog sneven
Ende in de wereld liden pijn.
Verware mi stede di beneven:
Ik moet nog zingen een liedekijn,
Nochtans moet emmer gestorven zijn!

Egidius, waar bestu bleven?
Mi lankt naar di, geselle mijn!
Du koors die dood, du liets mi 'tleven.

De eerste twee regels geven direct aan waar het om gaat in dit gedicht: Ik mis je zo, mijn kameraad!
In regel 3 staat: Du koors die dood.
Dat wordt meestal opgevat als: jij koos de dood, maar dan is er sprake van zelfdoding en dat past niet in het gedicht. Zo iemand zou volgens de middeleeuwse opvatting niet in de hemel kunnen komen. Beter lijkt me de vertaling: jij hebt de dood geproefd, ondervonden. Dat betekent dus eenvoudig: jij bent gestorven. En dat staatin schril contrast met: ik moet verder leven. (De dichter werkt veel met tegenstellingen; dat zien we verderop.) Over regel 5 zijn de geleerden het ook niet eens. Velen lezen daar: Het scheen teen moeste gestorven zijn.
Dat zou betekenen: Het leek alsof we samen moesten sterven. Anderen zeggen er staat in het origineel niet teen, maar ten. Dat woord houdt een ontkenning in. De betekenis wordt dan: Het was net alsof er niet gestorven behoefde te worden. Wij zouden zeggen: alsof er geen einde aan zou komen.

De volgende regels vormen daarmee weer een contrast. De dood is wél gekomen: Jij bent nu in den troon = in de hemel. Daar heb je het goed, maar toch...
Toch schrijnt weer de pijn: ik verlang zo naar je! Ik weet wel dat je het daar veel beter hebt dan hier, ik misgun het je ook niet, maar toch... ik mis je zo! Is dit niet het probleem waar we allemaal mee zitten? Vondel zei tegen. een bedroefde vader: "Benijd uw zoon de hemel niet." Maar ik denk stilletjes in mijn hart: "De hemel had nog wel wat jaren mogen wachten."
Het woord 'sneven' heeft een aantal uiteenlopende betekenissen. Ik kies hier voor: moeizaam verder gaan.
'Verware mi stede di beneven' betekent: bewaar (een) plaats voor mij naast jou. Zo simpel denken we toch?
Voor de één is de hemel een plaats waar je altijd mag zingen, de ander hoopt dat er ook een soort Gamma is en een grote schuur vol prachtige machines die je gratis mag gebruiken.
Het woord 'emmer' betekent: beslist, onvermijdelijk. Ook deze regel vormt een contrast met regel 6!
Tenslotte klinkt voor de derde keer die droeve klacht: Egidius, ik mis je zo. Ik vind het altijd weer een ontroerend lied en ik hoop dat u mijn waardering kunt delen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief