Sjun en Til

1997-03-07
  • Jaargang 41
  • nummer 5
In november 1980 schreef ik een stukje over Sjun en Til. Ik neem dit, in verband met de volgende 'Terloops', nog eens op.
Ik noem Sjun het eerst, want in het dorp waar hij met z'n vrouw woont is de man nog steeds het hoofd van de vrouw. En dat vindt Sjun zelf ook, hoewel hij daar geen misbruik van maakt.
Want bij hem thuis heeft Til, z'n vrouw, het eigenlijk voor het zeggen. Beter gezegd: ze doen alles samen. Ze melken samen, ze voeren het vee samen, ze gaan samen uit en 's avonds zitten ze samen aan tafel in de keuken, eerst met koftie en later aan de borrel. Dan is er verschil. Sjun neemt dan een jonge en Til pakt een citroentje.
Sjun is in de tachtig en z'n vrouw is een jaar of negen jonger. Sjun heet eigenlijk Christiaan, maar dat werd afgekort tot Sjun. Z'n vrouw heeft als eerste naam Mathilda en dat werd kortweg Til. Als derde naam hebben ze allebei Maria en dan is het wel duidelijk, dat Sjun en Til rooms-katholiek zijn. Ze komen beiden uit een goed nest en hebben wel wat priesters in de familie. Ze waren al op leeftijd toen ze gingen trouwen. Til kon haar ouders moeilijk in de steek laten, zodat het trouwen steeds werd uitgesteld.
Kinderen hebben ze niet meer gekregen en dat hebben ze altijd jammer gevonden. Ze hebben het kinderloos zijn leren aanvaarden. Onze lieve Heer weet immers wel wat het beste is.
Van Zondag 10 van de Catechismus hebben ze nooit gehoord, maar ze hebben een rotsvast vertrouwen in de Heer van hierboven. De mens wikt, God beschikt! ZÓ hebben ze voorspoed en tegenspoed uit Gods hand aangenomen, zonder daar ook maar één bijbeltekst bij te noemen. Ze zijn dan ook echt rooms-katholiek, al zijn ze de laatste jaren wat minder rooms en wat meer katholiek geworden. Laatst vertelde ik hen, dat ik vaak de Willibrordvertaling gebruik. Dat vinden ze prachtig, maar zelf een bijbel kopen doen ze niet meer. Vroeger mocht het niet en nu hoeft het niet meer. "Vroeger hielden ze ons dom", zei Til, "en nu zullen we maar dom blijven."
Tijdens een gesprek praat Til honderduit en Sjun luistert met genoegen. En terwijl Til aan het praten is, kijkt ze af en toe naar het kruis met Jezus aan de muur. "Van Hem moeten we het toch allemaal hebben", zegt ze nogal eens.
En daar kan ik haar helemaal gelijk in geven. Jezus Christus en Die gekruisigd, daar zullen Sjun en Til en ik genoeg aan moeten hebben. In de slaapkamer staan een paar beelden van Maria. Eén hing vroeger vrij hoog tegen de muur, maar die staat nu op een laag tafeltje. Ik verdenk Til er van, dat ze dat expres heeft gedaan. Ze wil graag de Heer dienen, maar ze heeft daar steeds minder Maria bij nodig.
Een jaar of acht geleden was Sjun opeens doof aan één oor. Het kostte hem zelfs met een gehoorapparaat veel moeite om je te verstaan. Hij heeft er nooit over geklaagd, maar vond het wel erg. God beschikt immers? Maar opeens belde hij me na een tijdje op, dat hij weer horen kon, zo maar van het ene ogenblik op het andere. 'k Ben er meteen naartoe gegaan en de fles stond al op tafel, want daar moest op gedronken worden. Til zei: "Even wachten" en ze keek me met haar wat felle ogen aan. "Dat heeft onze lieve Heer gedaan" en Sjun beaamde het met "God beschikt". En geloof maar, dat ze op de een of andere manier samen God hebben bedankt! Sjun heeft het als een wonder ervaren en dat was het ook.
Het is wel duidelijk, dat Sjun en Til gelovige mensen zijn. Toen ze jaren geleden naar de notaris gingen om een testament te maken, hadden ze dat goed voorbereid. Er staat o.a. in, dat een bepaald bedrag naar de pastoor moet voor het lezen van 'Heilige Missen'.
Voor het bezoek aan de notaris hadden we het hier samen over. Ik vroeg of die missen wel nodig waren en van die vraag keken ze natuurlijk op. We hadden het al eens eerder over o.a. het vagevuur gehad en ook over het verzoeningswerk van Christus, dat al af is.
Maar ja, de kerk leerde het zo en Til vond ook, dat ik ze niet te veel andere dingen moest vertellen. "Daar wordt het maar moeilijk van." Het valt trouwens niet mee voor serieuze rooms-katholieken om te gaan twijfelen over zaken als Maria-verering en vagevuur.
Over pastoors hebben Sjun en Til wel eens twijfels. Er is natuurlijk één goede uitzondering: een neef in Brabant, die pastoor is. En van een andere neef, die in de zending werkt op Java, is natuurlijk ook alleen maar goeds te vertellen.
Hij is een zoon van een zuster van Til en als hij met verlof in het land is, krijgt hij altijd een bedrag mee voor de missie.
Daar zijn Sjun en Til niet zuinig mee. Maar er zijn pastoors, die het niet zo nauw nemen met het lezen van de missen voor de overledenen. "Daar krijgen ze wel hun geld voor', zegt Til dan een beetje venijnig.
Als de laatste van Sjun en Til komt te overlijden, moet ik als executeur-testamentair contact opnemen met de pastoor over het bedrag dat hij krijgt en het aantal te lezen missen. Dan moet ik hem er eerlijkheidshalve bij vertellen, dat ik die missen niet zo zie zitten. Daar heb ik het trouwens al met Sjun en Til over gehad. "Da mogge zelf maor weten", zei Til.
Ik ben dankbaar voor het feit, dat ik Sjun en Til heb leren kennen. God spreekt eenvoudigen zalig. Daar horen volgens mij die twee ook bij.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief