Het geheim en het weten
1997-10-03
Op 7 september j.l. ging dominee Henk de Jong met emeritaat. Bij de afscheidsdienst, ’s avonds in de kerkzaal van de Evangelische Broedergemeente in Zeist, zat het vol. Gemeenteleden uit Zeist, oud-gemeenteleden uit Gees, Wageningen en Amsterdam, collega’s uit Nederlands Gereformeerde en andere kerken, familie en vrienden luisterden aandachtig naar zijn preek over psalm 103 vers 8 – 14. Een lofzang op de herstelde verhouding tussen God en de mens; een lied van verwondering. Na afloop van de kerkdienst waren er toespraken die beurtelings aanleiding gaven tot grote vrolijkheid en diepe ontroering. In hartelijke eensgezindheid werd hier hulde gebracht aan een predikant die als leermeester velen gevormd heeft en gesterkt in het geloof: die zijn preek kort tevoren zo besloten had: Terugziende is er de behoefte aan en het roemen in Gods vergeving, die ik, zeker als ik mij voor mijn Zender stel, nodig heb; opziende naar de Eeuwige is er het besef van de vluchtigheid en het snelle voorbijgaan van de tijd, ook de tijd dat ik mocht dienen, en vooruitziende maak ik mij sterk in Gods blijvende trouw. Loof de HERE, mijn ziel.- Jaargang 41
- nummer 20
Op deze bijzondere zondagavond was aan niets te merken dat drs. de Jong eigenlijk een omstreden figuur is. Zoals reformatorisch opinieblad Koers ooit samenvatte: te orthodox voor de modernen en te modern voor de orthodoxen. Zijn opvattingen over Schriftgezag – niet ‘de Bijbel is Gods Woord’, maar ‘in de Bijbel is Gods Woord’ – zijn voor het deel van de gereformeerde kerken waar De Jong thuishoort onaanvaardbaar. Zijn visie op het Oude Testament – naar Christus verwijzen wet, psalmen en profeten – maakt hem verdacht bij de protestantse hoofdstroom van deze dagen, die vindt dat je Tenach aan het jodendom moet laten. Een gesprek over het geheim en het weten.
"Mijn dochter Sofie vroeg me in een brief: En jij? Wat heeft jou bewogen?"
"Ik heb altijd dienaar van het Woord willen zijn. "Zo zegt mijn Zender", dat is de bodem waarop je staat.
Ook als je het van binnen even niet beaamt, dan nog bezit het Woord de objectieve waarheid. Zoals de profeet Ezechiël zegt: "of ze het willen horen of niet". De bode doet er niet toe, het gaat om de boodschap. De objectiviteit van het Woord gaat aan de beaming vooraf."
Maar dat zegt alleen wie die Waarheid van het Woord al beaamd heeft.
"Dat is waar, het blijft een cirkelredenering. Het probleem wordt wel draaglijker doordat je niet de eerste bent. Er gaat een traditie aan vooraf. Maar in die stroom van de traditie komt niet mee dat de vroegeren het zelf geloofd hebben.
Je kunt een kind leren: 'Onze Vader Die in de hemelen zijt'. Maar je kunt niet doorgeven wat je er zelf bij voelt. Het geloof is aan de persoon gebonden, en het gaat weer met die persoon teloor." Helemaal aan het eind van het gesprek, na uren praten, ligt de tere plek op tafel. Het blocnote was al dichtgeslagen. Waar haal je je zekerheid vandaan? Waar haalde u uw zekerheid vandaan? Dan gaat het over bidden. Biddend schrijven, biddend preken maken, biddend spreken. Zo gaat het. Het innigste 'weten' van het geloof. Een glimp, te groot voor woorden. Even hangt het, grijpbaar bijna, in de kamer. Je zou het willen vasthouden. Er is een geheim en er is weten. AI eerder hadden we het over twijfel gehad.
Hoe ging u om met twijfel van de gemeenteleden die aan uw herderlijke zorgen waren toevertrouwd?
"Je zwijgt wel eens, maar het kan nooit bij zwijgen blijven. Ik heb het altijd een enorm voordeel gevonden van het pastoraat, dat je terug kunt komen. Het hoeft niet van één bezoek af te hangen. Een dokter moet iemand onmiddellijk van de straat rapen, maar in het pastoraat kun je meer tijd nemen. Met iemand meedenken, naast iemand gaan staan. Verder moet je gewoon het Evangelie brengen, ook als daar emotioneel op gereageerd wordt. Zelf heb ik vaak teruggedacht aan wat mensen tegen mij gezegd hebben in tijden dat het moeilijk was, woorden die ik toen van me afduwde. Zo had ik een tante in Nieuwe Tonge, nogal aan de zware kant. Die schreef me toen ik in Wageningen geschorst was: "Op de knieën, Henk. Je moet op de knieën". Ik nam haar dat toen niet in dank af. Maar ik heb er vaak aan teruggedacht. Ze had gelijk."
"Woorden kunnen tegelijk een schijn van oppervlakkigheid hebben en toch de diepste waarheid bevatten. Soms hoor je jezelf ook dingen zeggen. Maar er is Iemand bij; Hij geeft inhoud aan je woorden. Je moet geloven in de woorden die je zegt. Geloof is altijd een overwinning op het niet-geloof."
Toch komt het voor dat mensen afhaken, hoeveel tijd er ook genomen is. Of dat ze nooit verder komen dan verlangen.
"De tijd is een belangrijke factor. Het is: "Een zaaier gaat uit om te zaaien. Niet: een oogster om te oogsten. Wij springen het zaad vaak achterna, om te kijken of het ontkiemd is. Als kind groef ik wel eens een boon op om te kijken of 'ie al uitliep."
(Uit de afscheidspreek): Op de achtergrond van de psalm zie je een God staan die toornt over de zonde en derhalve zijn goedheid over ons inhoudt. Hij vergeeft de zonde niet, Hij geneest de krankheden niet, Hij verlost het leven niet van de groeve, Hij kroont het niet me( goedertierenheid en barmhartigheid. Samengevat: wanneer de Allerhoogste op zijn stuk blijft staan, verkwijnt het menselijke leven en zakt het weg in zonde en dood. Wie verzint zo'n godsbeeld? Het geweten doet dat en het heeft er alle reden toe. Het grote wonder is nu evenwel dat dat geweten toch geen gelijk krijgt en dat het omgekeerde gebeurt van wat het verwacht. Daar komt de dichter van psalm 103 niet over uitgesproken. Hij gaat ervan zingen. Wie een lied maakt, doet dat uit verwondering. En dat is precies wat ik voor mijzelf ook altijd als eis aan de evangelie verkondiging gesteld heb. Dat ik in verwondering over het heilgeheim zou spreken. Dat ik er nooit over uitgesproken zou raken. Dat ik in alle toonaarden het onvanzelfsprekende naar voren zou brengen van onze goede, van onze herstelde relatie met God. Het niet vanzelfsprekende, als je namelijk weet, nee, niet wie God is (zijn wezen is immers liefde), maar wie wij zelf zijn. Wie ben ik dat ik er zijn mag?
"Het lijkt wel of men zich tegenwoordig bij dit eigenlijke van het geloof verveelt. Terwijl je daarvoor toch op het puntje van je stoel gaat zitten. Men vlucht in kunst, in politiek. Vooral verlichte protestanten pikken altijd juist die dingen van het geloof op die je ook zonder geloof wel naar waarde kunt schatten. Sociale bewogenheid bijvoorbeeld. En ondertussen mijden ze het woord 'God' of het een schuttingwoord is. Zo is het de kerk zelf die voor de secularisatie zorgt."
Zo gek is dat toch niet, die sociale bewogenheid. Je kent de boom toch aan de vruchten?
"Natuurlijk moet de kerk ook sociaal zijn, dat is ze vanuit de diepe werkelijkheid van het Koninkrijk. Maar bij die vruchten horen de woorden, ook de grote woorden. Daar kunnen we niet zonder. Men zwijgt bovendien niet.
Men spreekt de woorden van een geseculariseerd evangelie. Men twijfelt, maar staat ondertussen stijf van de zekerheden. Eén ding weten ze wel "zoals het altijd gezegd is, is het fout". Als ik het heb over de protestantse wereld heb ik het over de woordvoerders. Over kerkmensen ben ik niet zo pessimistisch; het zijn de kerkleiders die mensen in de weg staan." "De rooms-katholieke kerk vind ik religieus veel herkenbaarder. Het sterke van Rome vind ik dat ze erfgenaam durft te zijn van de fouten die de kerk gemaakt heeft. Ondanks die fouten, toch! toch! moet ze spreken. Ze zijn moediger. Ze schamen zich niet voor het Evangelie. Er is erkenning van een zich misdragen hebben, maar dat leidt niet tot vervaging van het bijbel-lezen.
Ik vind het bemoedigend dat dat kan samengaan. Wij hebben toch ook aan de synagoge een boodschap. Maar voor de protestantse kerken is 'een getuigend gesprek, al teveel. Er is op dit gebied veel angsthazerij.' Telkens opnieuw duikt in dit verband de naam van Den Heyer op, de hoogleraar Nieuwe Testament, die meent dat de klassieke verzoeningsleer van de kerk zo niet in de Schrift te vinden is. Die zo uitkomt bij de God van het Oude Verbond, en het joods lezen van de Schrift, zoals dat in leerhuizen gepraktiseerd wordt. De Jong haalt zijn exemplaar van 'Verzoening' te voorschijn.
"Je kunt toch niet in ernst volhouden dat dit een serieuze poging is om het Evangelie nieuw te zeggen. De goedkoopte straalt ervan af. Op een gegeven moment komt de aap wel uit de mouw: de moderne mens is vervreemd van de boodschap van de verzoening. Vandaar dat hij (Den Heyer) gauw klaar is met teksten die over het verzoenend sterven van Christus gaan. Bepaalde teksten komen niet eens aan bod. Ik noem dat de 'hermeneutiek van de vervreemding'. Ik vind dit boek een duivelse aanslag op de kerk."
Hoe kunt hierover toch zo stellig zijn? Wij zien toch maar ten dele? Het is toch waar dat de Eeuwige zich schuilhoudt achter de taal?
(Maakt een boos wegwerpgebaar) "Ach, die gespeelde onzekerheid. Het is toch zoals het in artikel zeven van de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat. De wil van God, alles wat een mens nodig heeft om te geloven, staat in de Schrift 'in het lange' geschreven. Je kunt goed zien wat die weg is. Het eindpunt, daarvan is veel wat wij niet begrijpen. Je hoort vaak zeggen "Abraham toog uit, niet wetende waarhij komen zou", maar Abraham wist wel waar hij heen zou gaan, alleen niet hoe het er zou zijn. Dat zijn de dingen die verborgen zijn. Natuurlijk kun je over de weg op onderdelen weleens in moeite zijn; maar in hoofdzaak wijst de Schrift die weg in klaarte. Het is niet nodig om die kwijt te raken., "Men is tegenwoordig nogal in de weer met de verschillende Jezusbeelden in de evangelies, ook Den Heyer. Helemaal ontkennen wil ik het bestaan van zulke verschillen niet, maar men gaat hierin veel te ver. Er zijn in de kerk vrijzinnigen en rechtzinnigen naast elkaar en nu wil men dat het in de Bijbel net zo’n rommeltje is. De evangelist Johannes moet het daarbij vooral ontgelden. Die is in deze optiek zoiets als een gereformeerde bonden temidden van de vrijere vogels. Het is in de moderne exegese allemaal veel minder belangeloos dan het schijnt. Vooringenomenheid komt ook daar voor."
Ondertussen zijn er wel mensen, in uw eigen kerkelijke kringen, die vinden dat wat u over de Schrift zegt van de duivel komt.
"Inderdaad, je kunt gelijk hebben, ik ben net zomin als Den Heyer immuun voor de duivel. Ik vraag mijzelf ook voortdurend af of ik wel op de goede weg ben. Als ik me eens een tijdlang niet uitspreek, dan heeft dat met die bezinning te maken. Ik zoek mijn kracht ook niet in de verdediging. En dan, ik ga steeds te rade bij de bel ijdenisgeschriften, als een soort controle. Zo is er de voortdurende pendelbeweging tussen het Woord van God en ons antwoord. Je moet de belijdenis kritisch-sympathetisch lezen, zei K. Schilder. Dat is het helemaal bij mij."
(Uit de afscheidstoespraak tot de gemeente van Zeist)
Dat ik me wel eens kritisch heb uitgelaten over het onder ons gangbare schriftgeloof, was bedoeld om de Schrift tegen het euvel van de overvraging in bescherming te nemen. Daartegenover heb ik 'een stapje terug' bepleit. Het gaat mij aan het hart als men allerlei zekerheden uit de bijbel afleidt die later blijken onhoudbaar te zijn omdat men te weinig bedacht heeft dat er aan de bijbel een menselijke, feilbare en tijdgebonden kant zit. Dat komt het bijbelgezag niet ten goede, al bedoelt men dat juist te versterken.
In de gesprekken over samenwerking tussen de Nederlands gereformeerde, de Christelijke gereformeerde en de Vrijgemaakte kerken bent u langzamerhand de verpersoonlijking geworden van het 'kwaad' in de Nederlands gereformeerde kerken. Uw vrije omgang met Schrift en Belijdenis wordt telkens opnieuw genoemd als een obstakel voor nauwere banden. Hindert u dat?
"Het raakt me wel ja. Ik heb me altijd goed in het standpunt van mijn tegenstanders kunnen verplaatsen. Ik kan ook wel begrijpen dat men vindt dat ik het geheimenis aantast. Je wilt immers beiden hoeder van dat geheimenis zijn. Ik ga er trouwens wel mee door. Het bijbelgebruik moet uit het slop van de willekeur komen. Er moeten betrouwbare leesregels geformuleerd worden. Dat moet elke tijd opnieuw doen, in een interactie van Heilige Geest en tijdgeest. Geen enkele generatie kan zich die moeite besparen." "Overigens heb ik volstrekt geen rancune. Ik weet ook dat ik in de kerken, ook onder vrijger'naakten, veel vertrouwen heb. Het is tijdens mijn afscheidsdienst wel gebleken en ik merk het ook aan brieven. De teneur daarvan is toch 'ik hoop dat u uw mond niet houdt'."
"Ik heb wel wensen als het gaat om schrijven. Er liggen onafgemaakte ideeën. Er zijn schriftgedeeltes waarover ik nog graag publiceren wil. Het Troostboek. de tweede Jesaja, hoe dat nou zit met die Messias-Kores.
Dat boeit me ontzettend. Wensen? Ja. Plannen? Nog niet zo belijnd." De spanning tussen geheim en weten, daar komt telkens het gesprek terug. Geheim en weten, uitersten die elkaar raken in het ouderwetse begrip bevinding.
Wie De Jong kent uit zijn preken - en niet alleen uit zijn vaak polemisch getoonzette artikelen en interviews komt hierbij uit als sleutelwoord. Een Alblasserwaards trekje.
(Uit de afscheidspreek) Soms heb ik van u te horen gekregen dat mijn prediking aan de sombere kant was. Dat heeft mij niet weinig gestoken, want ik bedoelde dat niet. Wat ik bedoelde te zeggen was dat we de donkere tonen niet kunnen missen als wij het over het licht van Gods liefde hebben. Bedoeld heb ik te zeggen dat als wij, bijvoorbeeld, de Here Jezus onze Verlosser noemen, wij toch op z'n minst enigermate aan moeten kunnen geven waarvan Hij ons dan verlost. En dan moeten er donkere zaken genoemd worden. Lopen we daaromheen dan wordt dat woord Verlosser een lege klank.
"Het is niet vanzelfsprekend dat wij bij God mogen komen, dat besef ik heel diep. Bevinding, ja, maar dan zoals professor Blaauwendraad (hoogleraar weg- en waterbouw in Delft), lid van de Gereformeerde Gemeente het onlangs formuleerde: "Dat ik belijden moet voor Gods aangezicht en dat ik het innerlijk zo voel, dat ik tegen Hem gezondigd heb. Dat hij geen onrecht deed als Hij mij geen genade schonk. En de geweldige vreugde dat Hij zondige mensen die hun schuld aan hem belijden wil vergeven op grond van de dood van Christus - iedere keer weer". Dat herken ik helemaal. De bevinding, het gevoel zoals dat vandaag in evangelische kringen beleefd wordt, is mij vaak te luidruchtig. Dan kom je niet tot jezelf, en dat is nodig. Want natuurlijk zijn er, ook als je diep gelooft, legio momenten dat het je ontglipt. Dan moet je terug, tot jezelf komen." "Wat mijn preken betreft: ik moet het altijd zelf begrijpen. Gewoon, 'ich habe nur eine Passion'. Het zelf te verstaan, het zelf te mogen geloven."
(Agnes Amelink werkt bij de kerkredactie van dagblad Trouwen is sinds december 1989 lid van de Nederlands Gereformeerde kerk te Zeist.)