Inventaris archief Cornelis Veenhof voltooid

1997-10-03
  • Jaargang 41
  • nummer 20
Elf jaar heeft de archivaris van onze kerken, de heer D. Smits uit Vlaardingen, gewerkt aan het ordenen van het archief van wijlen Prof. C. Veenhof. Nu was het karwei af en daarmee was het archief toegankelijk gemaakt voor kerkhistorisch onderzoek. Een heuglijk feit dat om een officiële presentatie vroeg.

Het was even zoeken in de catacomben van het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit, want het Historisch Documentatiecentrum ligt wat verstopt in een zijvleugel. Maar mensen met belangstelling voor de geschiedenis laten zich door enig speurwerk niet weerhouden. En zo was op woensdag 10 september een verzameld gezelschap van familie van prof. Veenhof, van historici en van Nederlands gereformeerden aanwezig in de studiezaal van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme. Onder hen een aantal predikanten die voor 1967 de colleges hebben gevolgd bij Prof. Veenhof.

Archivaris op artikel 8
Hoe kan het nu dat er 11 jaar wordt gewerkt aan de inventaris van een archief? Had Prof. Veenhof zoveel rommel gemaakt? Of had de heer Smits er zoveel moeite mee om de boel op orde te krijgen? Wie wel eens bij hem Smits in huis is geweest, weet dat daar een schat aan gegevens over onze kerken ligt opgeslagen. In allerlei kamers staan dozen met archiefstukken, staan boeken geordend, liggen krantenknipsels over onze kerken per maand gesorteerd.
Het is een gewone eengezinswoning, gelukkig wel met betonnen vloeren, anders zou er gevaar voor instorting bestaan. De heer Smits verzamelt van alles en nog wat en hij krijgt ook van allerlei gemeenteleden stukken toegezonden. En hij is er blij mee: hoe completer zijn archief, hoe beter het is. Met andere woorden: hij houdt van zijn werk. Het is werk dat hij, aanvankelijk naast een baan, en nu als één van zijn vele bezigheden na een werkzaam leven doet. Eén van zijn activiteiten was het op orde brengen van het archief van Prof. Veenhof. De heer Smits heeft ook geen professionele opleiding gekregen als archivaris: hij heeft zichzelf het vak geleerd, daarbij het Historisch Documentatiecentrum. Met andere woorden: broeder Smits is archivaris op artikel 8, vanwege singuliere gaven (aldus een uitspraak in het Nederlands Dagblad).

Dozen vol ....
Had Prof. C. Veenhof er zo'n rommel van gemaakt? De eerste reactie die je kunt geven is dat Prof. Veenhof 'alles' bewaarde. In een vitrine ligt bijvoorbeeld een brief van Ds. K. Schilder uit de jaren '30. Zijn zoon, Prof. Dr. K.R. Veenhof, vertelt dat in de studeerkamer van 'Senior' overal knipsels en stukken waren opgeborgen, maar dat hij toch alles altijd direct kon vinden. Daar komt nog bij dat er vroeger veel meer geschreven werd dan nu. Geschreven, dus vaak niet eens getypt. De heer Smits signaleerde dat er uit de tijd na 1967 weinig brieven te vinden waren, kennelijk omdat men toen de telefoon pakte. Hij betreurt deze ontwikkeling, want daardoor wordt de geschiedenis minder toegankelijk. Prof. Veen hof was zeer actief: hij hield lezingen, preekte iedere zondag, correspondeerde met tientallen mensen. Die duizenden stukken, dozen vol brieven, collegedictaten, moesten gesorteerd en geregistreerd worden, op volgorde en op thema vastgelegd. Het resultaat mag er zijn: een inventaris van 173 bladzijden, met 33 bijlagen, waarin gedetailleerd op de aard van de stukken wordt ingegaan.

Publiekelijk ten doop
In een korte inleiding noemde prof. Dr. J. de Bruyn, directeur van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme, professor Veenhof een hoogleraar die enerzijds bekend stond om zijn stoerheid en degelijkheid, anderzijds om zijn gemoedelijkheid. Door dit archief is het nu mogelijk om een goed zicht te krijgen op het werk van de pastor Veenhof.
Dat een archief 'publiekelijk ten doop wordt gehouden' gebeurt niet zo vaak, aldus Prof. de Bruyn, maar de bijzondere wijze waarop dit arcief tot stand is gekomen is één van de redenen om voor het archief Veenhof speciaal aandacht te vragen. Daarbij noemde hij de bijzondere verdiensten van de archivaris van onze kerken. Overigens, zo merkte De Bruyn op, leven we in een tijd met veel belangstelling voor predikanten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de goed bezochte tentoonstelling in het Catharijneconvent in Utrecht (1).

Opkomst, bloei en neergang
Boeiend was de toespraak van Dr. G. Harinck, wetenschappelijk medewerker aan het Historisch Documentatiecentrum en tevens hoofd van het Archief en Documentatiecentrum van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) in Kampen. Hij schetste de periode waarin Prof. Veen hof geleefd heeft (1902 tot 1983): het is de tijd van de opkomst, de bloei en de neergang van de Gereformeerde zuil als richtinggevende factor in de samenleving. In de publicaties van Veen hof komen de thema's uit dit tijdperk terug. Dat betreft niet alleen kerkelijke thema's, want Veen hof had een brede (en o.a. diaconale) belangstelling, zoals blijkt uit lezingen en bijdragen over onderwerpen als 'armoede en geestelijk leven' (de jaren '30) en over 'diaconie en sociale wetgeving' (de jaren '50 en '60). In diezelfde periode maakte hij twee maal een wereldoorlog mee en drie maal een kerkscheuring (1926, 1944, 1968).

Visie op de Gereformeerde wereld
Kees Veenhof groeide op als zoon van een bakker, werd later onderwijzer en pas daarna studeerde hij theologie. Op het kerkelijk terrein had Abraham Kuyper in zijn studietijd nog veel invloed. Ook Veenhof bewonderde Kuiper (2), maar het was voor hem niet meer alleen Kuyper. Hij zag in dat de sterk veranderende wereld nieuwe inzichten nodig had. Veen hof was van mening dat het evangelie steeds opnieuw moet worden geconcretiseerd in wisselende situaties. Daarnaast was Veen hof doortrokken van een diep geluk om Gereformeerd te zijn, maar ook zag hij nieuwe ritselingen, nieuwe impulsen in dat leven. "Het was voor hem lente in de Gereformeerde wereld" aldus Dr. Harinck. Helaas werd Ds. Veenhof later slachtoffer van de drang om de Gereformeerde wereld te begrenzen. Hij was weliswaar niet de spil in het kerkelijk conflict van 1944, maar wel een belangrijk correspondentiecontact. Hij kwam voor de keus te staan of hij met de Gereformeerde kerken moest breken of dat hij één van zijn beste vrienden, Prof. Dr. K. Schilder, kwijt zou raken. De breuk van 1944 greep diep in in bestaande relaties en in vriendschappen. Het is een persoonlijke tragedie dat hij diezelfde ervaring 25 jaar later nog eens moest meemaken.

Een menselijk verhaal
Dr. Harinck was blij met de totstandkoming van dit archief. Er bestaan allerlei vooroordelen over de Gereformeerde wereld. "De PR van de Gereformeerden was in de afgelopen 50 jaar erg zwak." Goede archiefstudie kan ons bewaren voor te gemakkelijke karikaturen. Dankzij de toegankelijke schrijfstijl van Prof. Veen hof kunnen we een blik werpen op de Gereformeerde leer en het Gereformeerde leven in de jaren '30, '40 en '50. Je ziet er wilskracht in, en scepsis, vreugde en idealisme, opkomst en neergang. Kortom: het is (ook) een menselijk verhaal.

Ruim 900 brieven
In een korte toespraak vertelde de heer D. Smits het een en ander over het tot stand komen van de inventaris. Hij noemde woensdag 19 november 1986 een bijzondere dag. ''Toen mocht ik, als archivaris van de Nederlands Gereformeerde kerken, het archief van Prof. C. Veenhof in ontvangst nemen om het te ordenen en te inventariseren., Hij vertelde niet verwacht te hebben dat de inventarisatie zoveel tijd zou vragen. In het archief zijn o.a. ruim 900 brieven ondergebracht, o.a. van A. Janse, en van de hoogleraren K. Schilder en D. Th. Vollenhoven. Overigens heeft de heer Smits zelf ook nog het een en ander toegevoegd. Hij heeft namelijk de boeken van Prof. Veenhof, de vele artikelen in De Reformatie, Opbouwen Dienst en andere kerkelijke bladen bij elkaar gezocht, inclusief de recensies en artikelen van derden met verwijzing naar de publicaties van C. Veenhof.
De heer Smits toonde zich dankbaar voor het werk dat hij heeft mogen doen en voor het vertrouwen dat in hem gesteld is. "Het is een groot voorrecht dat ik de mogelijkheid kreeg om bij wijze van spreken het leven van iemand als Cornelis Veenhof door je handen te laten gaan., Na deze woorden overhandigde de heer Smits de inventaris aan de betrokkenen.

Persoonlijke herinneringen
Onverwachts betraden twee vrouwelijke sprekers het spreekgestoelte. Mevrouw A. Schilder-van Houwelingen (echtgenote van wijlen Prof. H.J. Schilder) vertelde welke diepe betekenis de prediking van Ds. C. Veenhof in haar leven heeft gehad. Ze kon aan zijn preken en aan zijn catechisaties merken hoe hij leefde vanuit het geloof. Ook ging ze in op de beide kerkscheuringen, die Prof. Veenhof bijzonder veel verdriet hebben gedaan. De tweede vrouwelijke spreker was een vrouw die als Joods meisje gedurende de oorlog ondergedoken had gezeten bij de familie Veenhof. Ze vertelde later nooit meer zo'n harmonieus gezin te hebben ontmoet. Toen ze vertrok uit het gezin kreeg ze een Bijbel van haar 'Utrechtse vader en moeder'.

Een zoon over zijn vader
De laatste spreker was één van de zonen van prof. C. Veenhof, prof. dr. K.R. Veenhof. (Zie ook de toespraak zelf in dit nummer - red.) Hij vertelde dat zijn vader alles verzamelde en altijd probeerde om goed te documenteren.
Veel van zijn werk is controleerbaar, hij citeerde voortdurend met bronvermelding; zijn publicaties zijn dus controleerbaar.
Prof. Veenhof wist hoe snel mensen geneigd waren om de geschiedenis in hun voordeel te interpreteren, ter rechtvaardiging van het eigen standpunt. Het boek 'Om kerk te blijven' (1966) gaat in op de ahistorische visie die inmiddels over de Vrijmaking was gegroeid. Daarom is goed gedocumenteerde geschiedschrijving zo belangrijk: je kunt er lessen voor het hier en nu uit halen. Daarnaast noemde prof. Veenhof een ontwikkeling in het denken van zijn vader: geleidelijk minder oriëntatie op het werk van A. Kuyper en meer gerichtheid op het werk van Calvijn. Ook vertelde hij nog iets over de sociale betrokkenheid van Prof. Veenhof, zoals deze tot uiting kwam in het werk voor de Gereformeerde kinderbescherming, de Reformatorische Bijbelschooi en de Centrale Diaconale Conferentie. De enorme bibliotheek van Prof. Veenhof is tegenwoordig gehuisvest aan een theologische faculteit in Zuid-Afrika; Prof. K.R. Veen hof overhandigde een exemplaar van deze catalogus een de heer Smits. Prof. Dr. K.R. Veenhof was blij met het postuum eerbewijs voor het werk van zijn vader, dat dankzij het werk van de archivaris van onze kerken nu toegankelijk is voor de onderzoeker. Ongetwijfeld zal dit archief mensen ertoe aanzetten om nog eens kennis te nemen van een belangrijke en bewogen periode uit het Gereformeerde leven.

(1) Opbouw 41/12. 13 juni 1997.
(2) Zo maakte Ds. Veenhof uitgebreid studie van het werk van Prof Dr. Kuyper. Van zijn hand verscheen: Predik het Woord, gedachten en beschouwingen van Dr. A. Kuyper over de prediking: een goed gedocunenteerd boek met ruim 300 verwijzingen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief