Ik ga slapen, ik ben moe
1997-03-21
En Jezus riep met luider stem: Vader, in uw handen beveel ik mijn geest. (Lucas 23:46) - Jaargang 41
- nummer 6
In mijn vorige overdenking wees ik er al op hoe sterk nu de neiging is om allerlei lijden in de wereld, van volken en van minderheden, zomaar naast het kruis van de Here Jezus te plaatsen en dat men op die manier negeert dat zijn lijden zo volstrekt uniek is geweest.
Een paar jaar geleden zond de KRO een film uit over het leven van pater Titus Brandsma, de man die in 1942 in Dachau om het leven werd gebracht. De film is aangrijpend, maar waarom zond men die uit op Goede Vrijdag? Zo werd toch weer vergeten hoe onvergelijkbaar het lijden van onze Heer is geweest.
Wat komt dat ook sterk uit in zijn op één na laatste kruiswoord: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.
Wij gebruiken deze woorden nog al eens in de omgeving van de dood.
Polycarpus, de bisschop van Smyrna, moet ze gebruikt hebben bij zijn sterven en ook Luther deed dat.
Stervensbereid?
De Heiland citeert hier Psalm 31, maar wat is het verrassend te ontdekken dat dit geen psalm is van een man die stervensbereid is.
Integendeel: Hij heeft het vreselijk benauwd onder de plagerijen van zijn vijanden, maar temidden van zijn zoveel bedreigends zegt hij: Bij U schuil ik (vs 1). Je moet mensen tijdens een bombardement zien rennen naar een schuilkelder en je begrijpt: die willen hun leven behouden. In dat kader van een hardnekkige strijd om het leven te behouden, staat dit woord: In uw handen beveel ik mijn geest. De dichter ziet om zich heen grijpende handen, klauwende handen, stompende handen van de vijanden en temidden van die handen zoekt hij naar een plek waar hij zijn leven veilig kan deponeren. Hij weet zo'n plek: Gods handen. En hij weet: wanneer ik daar mijn leven neer kan leggen is het veilig.
Jammer van dat woord ‘bevelen’ dat een beetje in de buurt komt van ‘aanbevelen’. Je zou moeten zeggen – en ik heb dan geen mooie maar wel een rake vertaling – “Vader, in uw handen deponeer ik mijn leven.” Je hebt wat veel geld in huis en je brengt het naar de bank. Daar deponeer je het: wilt u dit voor mij bewaren, ik kom het weer terughalen.
Hoe ver we met deze woorden uit de buurt van stervensbereidheid zijn, blijkt ook uit het feit dat de rabbijnen deze woorden later hebben opgenomen in een kinderavondgebed. Kinderen, moegespeeld, maar niet levensmoe, leren 's avonds bidden: In uw handen beveel ik mijn leven. Ik ga slapen, ik ben moe.... Here houd ook deze nacht over mij getrouw de wacht.
Dat heeft de Here Jezus, samen met alle kinderen van zijn volk gebeden: In uw handen beveel Ik mijn geest. Ik ga slapen, Ik ben moe... Here houdt ook deze ene nacht van mijn dood over mij getrouw de wacht.
Het hoofd opgeheven
Christus is niet voor ons gesneuveld.
Hij is niet gevallen in de strijd om een betere wereld. Hij heeft aan het kruis het hoofd opgeheven en het met luider stem geroepen.
Hij riep het zo luid dat zij die van verre stonden, Maria, Suzanna, Jakobus en Johannes het konden horen en weten: dit zijn geen nauwelijks verstaanbare woorden van een stervende.
Zouden ze het toen begrepen hebben wat Hij bedoelde, toen Hij zei: Niemand ontneemt mij mijn leven; Ik leg het uit mijzelven af; Ik heb macht het af te leggen en macht het op te nemen?
Wanneer wij sterven (als!) is het zo dat wij het leven niet langer kunnen vasthouden. Het glijdt ons uit de vingers.
Maar de Heer gééft zijn leven, heel koninklijk, met luider stem, in de kracht van zijn leven.
En daarin is Hij anders geweest dan allen die vandaag het leven laten in de strijd om een betere wereld. Ik ben wel eens bang dat wij tekortschieten in onze bewondering voor de velen die nu opstandig zijn en hun leven wagen voor wat recht en vrijheid, maar ik zeg er dit bij: al ben je nog zo bewogen om het onrecht en de verdrukking: je leven geven voor de ander kun je niet.
Jawel, je kunt je leven wel laten, maar niet in de plaats van de ander.
Misschien moeten we ons als christenen ook een beetje matigen in onze passiemuziek en onze lijdensliederen.
Hij is daarin zo vaak een meelijwekkende, maar Hij is zo machtig geweest met die luide stem, dat opgeheven hoofd. Hoe weinig is dat bedoeld om bij ons medelijden en tranen te wekken.
Kunnen we met dit woord nog iets bij het sterven?
Misschien is het goed om te horen hoe Stefanus het gebruikte onder een regen van stenen: "Here Jezus, ontvang mijn geest". Dat woord blijft tot onze beschikking, tot aan onze dood.