Bezinning over ons zendingswerk in Zuid-Afrika (3)

1997-03-21
  • Jaargang 41
  • nummer 6
Wie met behulp van Christine Breman's studie over 'Zending van de Nederlands Gereformeerde Kerken onder de Zulu's in Natal, Zuid-Afrika' (1) nagaat hoe het werk van de zendendekerken, elk met de haar helpende kerken, is opgezet, komt er al gauw achter dat we met enkele variaties toch op hetzelfde stramien zijn blijven zitten.
De zendende kerken van 's-Gravenhage en Kampen noemen de hulpbiedende kerken steunbiedende, die van Bunschoten-Spakenburg en Leerdam noemen hen samenwerkende kerken. Maar volgens Ds P. Veldstra, aangehaald door Christine Breman (p. 33) is het meer een gevoelskwestie, hoe je hen noemt.


Behalve Kampen hebben de andere drie kerken een Zendingsmoderamen of Zendingsadviescollege waarin de helpende kerken een zekere inbreng hebben. Het laatste is in Kampen afwezig.
Maar uiteindelijk zijn het de zendende kerken zelf die alleen de volle verantwoordelijkheid voor alles dragen.
De formulering van Ds Visee indertijd: "Kampen wenst het uitsluitend recht van beschikking en de volle verantwoordelijkheid voor de arbeid" is met een geringe bijstelling hier en daar, hetzelfde basispatroon voor alle vier de zendende kerken. Niet alleen Kampen, maar ook 's-Gravenhage, Leerdam en Bunschoten-Spakenburg hebben de interpretatie-Visee de hunne gemaakt.
Een enkele vriendelijke variatie naar de kant van hulpverlenende kerken toe, doet niets daaraan af. Toch is deze opzet, zoals voor het eerst door Kampen in praktijk gebracht en sindsdien nagevolgd en door Christine Breman wat Kampen betreft, 'solistisch' (p.45) genoemd, 'een' interpretatie van het Synodebesluit van Kampen-1951, maar zeker niet de enige.
Gaan we naar gezond Gereformeerd kerkrecht ervan uit dat Kampen-1951 ook voor de Nederlands Gereformeerde Kerken van vandaag bindend is, dan vinden we hier op onze zendingsweg toch een zeer soepele formulering.
Slechts deze "dat, indien kerken zich met andere willen verbinden voor een gezamenlijke uitzending, zij dit zullen doen met inachtneming van de indeling in ressorten, voor het kerkverband aanvaard" .Over de wijze van samenwerking hoe die in gezamenlijke onderneming moet worden uitgevoerd, wordt met geen woord gerept. Alleen wordt gezegd: hoe de kerken het verder ook doen, laten zij het in elk geval wel ressortsgewijze aanpakken.

Van één naar samen
Heb ik in het tweede artikel laten zien, vanuit het zendingswerk in Afrika toegelicht, hoe een zeer zware nadruk werd gelegd op de plaatselijke kerk, in de thuiskerken zien we hetzelfde plaatje oplichten. De interpretatie-Visee met alle klem op de verantwoordelijkheid van één zendende kerk met als planeet jes de kleinere kerken daaromheen als steunbieders, werd als enige legitieme aanvaard of in elk geval ten uitvoer gebracht. Kampen heeft het later - zover ik weet - als kerk weliswaar niet meer openlijk zo uitgesproken gezegd maar het werd wel onze communis opinio in zendingskerkrecht van de vijftiger en latere jaren. Duidelijk is evenwel dat het best mogelijk is om een team van gelijkwaardige zendende kerken te hebben die samen verantwoordelijkheid dragen in eenzelfde zendingsonderneming met gelijke rechten en plichten. Ook de kleine kerken in ons midden die in de huidige opzet nauwelijks enige zendingskansen hebben met eigen verantwoordelijkheid, kunnen in een gezamenlijk ondernemen ruimschoots aan bod komen. De bedoeling van onze gevolgde opzet was alleen maar prijzenswaardig: de heerschappij van machtige deputaten werd verbroken en de verantwoordelijkheid kwam weer terug naar de plaatselijke kerk; maar met een beperking: alleen die plaatselijke kerken die groot genoeg waren zich als zendende kerk te presenteren, alleen die kwamen aan bod. We raakten van de deputaten-wal in de getallen-sloot. Hoe mooi de interpretatie-Visee ook spreekt over de plaatselijke kerk, de kleine plaatselijke kerk wordt meteen buiten spel gezet.
Als zendende kerk komt alleen die in aanmerking die krachtig genoeg is, getalsmatig en qua vermogen. Daarom zou ik ervoor willen pleiten te gaan denken in de richting van gezamenlijke verantwoordelijkheid van kerken die elk zendende kerk zijn of samen. Het uitvoerend zendingsadviescollege of hoe men het ook noemen wil, wordt dan ook uit leden van zoveel als mogelijk zendende kerken samengesteld. Het reservoir waaruit bekwame krachten kunnen worden geput voor het aantrekken van mensen met internationale ervaring, met kennis van de Derde Wereld, met financieel inzicht, gewezen zendingsmedewerkers of broeders/zusters met hun inbreng van Engels, wordt zo veel groter dan het nu is. Een team van professioneel in de zending ingewerkte kundigen kan zo tot stand komen, niet om als vroeger de stoelen van synodale deputaten weer te bezetten maar elk met zijn stoel in de eigen verantwoordelijke plaatselijke kerk. Zoals in het kerkelijk werk thuis een predikant aan twee kerken tegelijk verbonden kan zijn, zo kan een zendingsman tegelijk aan een aantal kerken verbonden zijn die hem gezamenlijk uitzenden en opdrachten geven. Men zal tegenwerpen dat we zo toch weer door de achterdeur de deputaten binnenhalen omdat samenwerking op deze wijze hoe dan ook, toch met kerkelijke afgevaardigden zal moeten werken. Inderdaad, maar het grote verschil is dat de vroegere deputaten van 'boven' kwamen, van synodewege waar in een gezamenlijke zendingsonderneming van plaatselijke kerken de deputaten van 'beneden' komen. Logistiek zal nog wel wat denkwerk verricht moeten worden om aan deze wijze van kerkelijke samenwerking vorm te kunnen geven. Maar er zijn voorbeelden in deze richting te vinden. De inspanning is evenwel de moeite waard omdat de prijs is de weer volledige erkenning van kleine kerken die getalsmatig aanstonds werden uitgeschakeld als zendende kerk. De kleine kerken van A en B bieden geen steun meer aan de zending van kerk C, waaraan ze als kerk toch geen deel hadden maar hebben elk als zendende kerk allerlei Afrikazaken op hun plaatselijke agenda. Van waarnemers zijn ze deelnemers geworden!
Als vanzelf denken we dan natuurlijk aan zending in regio-verband.
Een forse zendingsactie kan dan ook alleen classicaal of regionaal worden aangepakt. Onze Vrijgemaakte broeders die toch ook van Kampen-1951 weten, hebben allang de zending weer in classicale banen geleid.

Deskundigheid
Zie ik het goed dan is de taak van de zendingscommissies van vandaag zoveel zwaarder in ons jaarlijks steeds kleiner wordende, krimpende wereldje dan een generatie of meer geleden toen de broeders te doen hadden met verre zwartjes ergens in een onbereikbaar land. Dat verre land is nu net om de hoek; de zwartjes van vroeger zijn intelligente, welgeklede, beschaafde mensen geworden, bijzonder welbespraakt niet alleen in hun eigen taal maar ook in het Engels. De van ouds zo overzichtelijke tegenstelling van Christelijk tegenover heidens, rijk tegenover arm, beschaafd tegenover primitief, is aan het verdwijnen en maakt plaats voor een ander Afrika dat ingewikkeld in elkaar zit, soms veel Christelijker is dan wij hadden kunnen vermoeden maar met soms zulke gewelddadige heidense en gewelddadige uitschieters dat we verzuchten: was het dan toch vergeefs allemaal?
Dan verschillen de prentjes die de zendelingen ons voorhouden onderling ook nogal eens, elk schetst ons Afrika vanuit zijn invalshoek. En voordat we het weten staat er een zwarte dominee in onze gezellige vergaderingen welsprekend te betogen.... In toenemende mate gaat de toekomst van ons werk steeds dringender vragen om deskundige zendingsmensen in de thuiskerken.
Willen we ons daarvoor tijdig uitrusten, dan is het zinvol nu te gaan nadenken over een breder verantwoordelijkheidsvlak van onze zendende kerken waaruit mannen en vrouwen naar voren treden om straks de zending bekwaam te kunnen gaan sturen.

Meer samenwerking
Maken we het grondvlak van de zendende kerken breder, zeg maar decentraliseren, daar moeten we als verschillende zendende kerken, elk met haar satelliet-kerken om zich heen, toch nader aan elkaar komen oftewel centraliseren.
Is het niet een erfenis uit het verleden om met al te veel angst in het hart voor gedelegeerde macht als in regionale- of landelijke vergaderingen, en voor alles wat naar kerkelijke middel puntigheid zweemt, in het heden nog als verschillende zendende kerken naast elkaar te opereren zonder noemenswaardig effectief overleg? Onze zendingsacties zijn gericht op hetzelfde gebied waar mensen wonen die in een zelfde cultuur delen en dezelfde taal spreken, dezelfde armoede kennen en dezelfde werkeloosheid met het gevolg dat de agenda's van de zendingscommissies zeker wel fotokopieën van elkaar zouden kunnen zijn. Krijgen de zendende kerken in de toekomst in stijgende mate zelf te doen met de zelfstandige Zoeloe-kerken daar is het geraden nu al te beginnen na te denken over een gemeenschappelijk beleid; welke vorm geven we aan dat intercontinentale kerkelijk contact, welke maatstaven leggen we aan om precies te kunnen inschatten welke steun de hulpbehoevende zusterkerken in Afrika nodig hebben, hoe stemmen we de hulp voor de salarissen van zwarte predikanten als zendende kerken op elkaar af zodat de ene zendende kerk niet huizenhoge salarissubsidies betaalt en de andere bekend wordt als een schraalhans, hoe kunnen wij vanuit Nederland eraan meewerken door ons contact met Afrika dat de oerzonde van predikanten in een bisschopspij, zonder controle van een sterke kerkenraad, er zoveel mogelijk beteugeld wordt. Voor de ene zendende kerk moge dit soort zaken nog wat verder in de toekomst liggen dan voor de andere die er nu al mee te maken begint te krijgen. Ligt in het 'nu' wat morgen worden zal, dan dienen we nu al wat meer naar elkaar toe beginnen te groeien. Ik waag het op te merken dat de zendelingen in Zuid-Afrika er tot dusver harder aan getrokken hebben om wat beleid en praktische aanpak betreft, in lange gesprekken en in de jaarlijkse conferenties van ambtsdragers, naar elkaar toe te groeien en bij elkaar te blijven dan de zendende kerken thuis. Ons verleden lijkt ons in Zuid-Afrika minder parten te spelen dan in Nederland!

Gemeenschappelijk zendingsblad
Het dient gewaagd! Het onderwerp ligt misschien hier of daar wat gevoelig.
Maar het zou toch voor de hand liggen om met al die zendende kerken in hetzelfde deel van Afrika geconcentreerd, samen één zendingsblad te hebben!
Zo'n gemeenschappelijk orgaan hoeft op geen wijze de natuurlijke behoefte om met eigen nieuws voor den dag te komen, te onderdrukken. Daarvoor kan bij onderlinge afspraak een regeling getroffen worden die aan elke zen-
dende kerk haar ruimte toewijst met eventueel nog een hoekje voor plaatselijke zendingsacties van hier of daar. Kunnen we - op bescheidener wijzeniet met iets te voorschijn komen als de Vrijgemaakten met hun 'Tot Aan De Einden Der Aarde'? Ik denk dat we samen de bekwaamheid hebben om met een goed zendingsblad onszelf te presenteren met af en toe wat in-diepte artikelen over Afrika, over wat zending is. Naar de economie van de Heilige Geest zijn er nu eenmaal verschillende gaven. Gelukkig maar! Gerobotteerde twaalf-in-een-dozijn zendelingen zou nogal saai zijn. Maar deze gegeven economie dwingt ons wel ons naar de realiteit te schikken dat je een uitstekende zendeling kunt tegenkomen wie het schrijven slecht afgaat. Een ander heeft die gave nou toevallig wel! In onze huidige opzet van zendingsblaadjes moet je als zendeling schrijven omdat je zendeling bent. In het kerkelijke leven thuis hebben we gelukkig zulke vreemde regels niet. Er zijn tientallen goede dominees die nooit een artikel schrijven.
Zoals we nu varen, beschikt de ene kerk over uitstekende informatie die een andere goed zou kunnen gebruiken maar helaas, we weten zo weinig van elkaar. En - onze Christelijk Gereformeerde en Vrijgemaakte broeders herinneren ons er geregeld aan - nu de tijd van de klassieke zending aan het voorbijgaan is, vraagt de nieuwe zendingsfase gedegen informatie, broodnodig voor het doeltreffend functioneren van professionele zendingscommissies.
De luxe van het 'getrennt marchieren' van verschillende zendende kerken in een zelfde land kunnen we ons vandaag niet meer veroorloven.
Ook in zo'n gemeenschappelijke uitgave zullen we ervoor moeten waken dat de éne kerk niet over de andere gaat heersen. Maar daar zijn we dan zelf bij. Kortzichtig is wie hieraan tevoren geen aandacht zou schenken..

Gemeenschappelijk informatiecentrum
Toegegeven, het is een groot woord!
Maar waarom zouden de zendende kerken niets eens kunnen overleggen hoe waardevol materiaal, dat nu ergens in een kast ligt en straks nog even meegaat naar het bejaardentehuis, verzameld wordt en ergens centraal bewaard? Ik bedoel niet alleen de eigen geschiedenis van hoe het bijvoorbeeld kwam dat de kerk van 's-Gravenhage zendende kerk werd in plaats van die van Haarlem. Nee, het gaat niet in het minst om zakelijke informatie over belangrijke materie die onze gemeenschappelijke zending raakt. Rapporten over het instituut van helper, inschakeling van vrouwen in het gemeentewerk ja ofte nee, belangrijke artikelen over het typische Afrikadenken in tegenstelling tot 'ons' denken.
Ik heb gehoord dat Ds Kurpershoek raadgevingen op papier heeft gezet over zaken die een aankomend zendeling behoort te weten maar niet weten kan. Er is zoveel meer te noemen.
Is dat niet iets vooreen bekwaam zendingscommissielid die een 'vutter' is of een emeritus-dominee met zendingsbelangstelling?
Hier en daar liggen er in kerkelijke tijdschriften of zendingsperiodieken - niet van onze kerken - bijdragen van onze eigen zendelingen, de moeite van het bewaren waard. Dat kan alles bijeengebracht, geselecteerd, geordend en toegankelijk gemaakt worden. Belangrijk voor geïnteresseerde leden van zendingscommissies, ouderlingen en wie ook maar belangstelling heeft. Niet in het minst ook voor beginnende zendelingen diezo heb ik de idee - we soms wat hebben laten aanmodderen alsof elk voor zichzelf het zendingswiel nog maar eens moest uitvinden. Zendelingen zouden - in onderling overleg - eens een lijstje kunnen opstellen van wat van belang is aan artikelen of boekjes voor wie in zending onder de Zoeloes geïnteresseerd is. Ikzelf zou er wat voor over gehad hebben indertijd wat hulp te krijgen.

(wordt vervolgd)

Noot
1 VU Uitgeverij, Amsterdam 1985

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief