Potgieterlaan 7 en het 5e gebod

1997-03-21
  • Jaargang 41
  • nummer 6
Op de omslag een foto van een vriendelijk lachende jongen in de nu armoedig aandoende kleding van de jaren '40. Op de achterflap een foto van datzelfde jongetje, 50 jaar later, netjes in het pak. Twee foto's van de auteur van een intrigerend boek.

Potgieterlaan 7 is het adres waar Sytze van der Zee opgroeide. Zijn ouders waren enige tijd lid van de NSB. Dat lidmaatschap heeft het gezin in de naoorlogse tijd getekend. Door het thema trok het boek de aandacht (binnen een maand een herdruk). Mij viel een ander thema (meer) op: hoe groei je op als kind in een gezin waar je ouders niet mét en niet zonder elkaar kunnen leven?

Registreren
De schrijfstijl van het boek doet denken aan Kinderjaren van Jona Oberski. een boek dat kampervaringen beschrijft. De verteller registreert zijn jeugd zo, dat het lijkt of hij buitenstaander is. In ernstiger vorm zien we dit bij emotioneel getraumatiseerde kinderen, die een deel van hun herinneringen afsplitsen.
Zover is het bij Van der Zee niet gekomen: hij registreert, maar de eigen emoties dringen ook door. Herinneringen aan het gezin en de omgeving tijdens en na de oorlog wisselen elkaar af. Ook het overlijden van de moeder van Van der Zee, nog maar enkele jaren geleden, wordt bijna onderkoeld beschreven.

Wie is mijn moeder werkelijk?
Van der Zee schrijft scherp over zijn moeder.... Maar hij is ook mild. Zijn oordeel is in de loop van een reeks van jaren gerijpt. "Eens koesterde ik de hoop dat ik mijn moeder kon veranderen...... Nooit was het gezellig, ze was altijd zo overheersend...... Het duurde lang voordat ik erin berustte" (34)..... "Want dezelfde vrouw die zo kon tekeergaan, had soms ook momenten van grote tederheid en warmte. Maar ze bleef onberekenbaar en haar kinderen hadden zich daarop ingesteld, de een door haar uit de weg te gaan, de ander door zich aan te passen" (52). De aandacht die ze tekort komt, compenseert ze door allerlei (meestal psychosomatische) klachten: hoofd, rug, been. Haar man rijdt stad en land af om bij alternatieve genezers heil voor zijn vrouw te zoeken.

Kun je van zo'n moeder houden?
Sytze: "Ik zou het niet weten. Als kind was ik altijd op zoek naar de moeder die zij in mijn ogen niet was. Pas veel later ben ik mij gaan realiseren dat ze een beschadigde, wellicht getraumatiseerde vrouw was, liefdeloos grootgebracht door een kille, koude moeder...." (60). Het is dus geen wonder dat ze geworden is wie ze is. Eerder in het boek wordt verteld hoe zijn broer Wim (die later secretaris van de Raad van Kerken werd) bij herhaling lichamelijk mishandeld werd door zijn moeder. Wim vertelt na de afscheidsdienst dat het overlijden van zijn moeder hem emotioneel niets doet (68).
Het is een schokkende passage in het boek. Bij Sytze heeft het proces lang geduurd, maar: "We hebben uiteindelijk vrede gesloten, hoewel het lang, veel te lang heeft geduurd, maar er zijn tijden geweest dat ik haar verafschuwde, zelfs bijna haatte (15)."

Klem
Ruzies waren in Huize van der Zee aan de orde van de dag, vooral tussen de beide ouders. Soms was er geen openlijke ruzie, maar dan "was hun mokkend zwijgen oorverdovend" (26).
Zijn moeder vindt zijn vader een nietsnut die niets bereikt heeft. Hij krijgt ook niet de kans om het goed te doen: op alles wat hij zegt of doet levert ze commentaar. Maar vooral wil ze aandacht, eindeloos aandacht. Alles draait om haar. De kinderen zaten emotioneel klem in het conflict tussen de ouders. "En ik deed er het zwijgen toe. Want ik had geleerd dat je, als je op zulk soort zaken serieus inging, je al snel in een mijnenveld terecht kwam..." (18). Ook de volwassen Sytze zit nog steeds klem tussen zijn vader en zijn moeder. Hij wil zijn vader een genoegen doen, maar hij kiest toch maar voor zijn moeder, want anders zou de sfeer voor de rest van de dag verziekt zijn en zijn moeder zou het hem niet gemakkelijk vergeven.
Een uurtje later blijkt dat de lichamelijke klachten van zijn moeder opeens verdwenen zijn, plotseling loopt ze als een kieviet "alsof een wonder was geschied. Het mirakel waar wij al op hadden zitten wachten, toen ze de ene kwakzalver na de andere afliep, en ik dacht: daar trappen wij ook altijd weer in" (35).

Beschadigde kinderen
Van der Zee laat ons een indringend kijkje nemen in het gezin waarin hij is opgegroeid. De vraag bekruipt je: mag dat? De ideeën op dit punt zijn verschillend.
Maar, anders dan bij sommige andere auteurs, heb ik bij Van der Zee toch niet het gevoel dat zijn boek een afrekening is met het milieu waarin hij is opgegroeid.
Wat heeft Potgieterlaan 7 nu met de inhoud van Opbouw te maken? De reden is dat het thema van het boek zo herkenbaar is. Het laat ook zien hoe de zoektocht naar een goede manier van omgang jarenlang kan duren; het roept het beeld van een doolhof op.
Veel mensen worden tot op hoge leeftijd getekend door de omgang met hun ouders, ook binnen de kerken. Vaak haperde de communicatie, maar er is in een aantal gezinnen ook sprake geweest van geestelijke en lichamelijke mishandeling. Incest, fysieke agressie, voortdurend kleineren, kinderen tegen elkaar uitspelen: het komt allemaal voor.
Helaas heeft de emotionele beschadiging meestal ook negatieve gevolgen voor het geloofsleven. Sommigen hebben jarenlang psychotherapie nodig om de gevolgen van deze trauma's te boven te komen.
Zondigen mensen tegen het 5e gebod als ze geen kant meer uit kunnen, als ze niet meer weten hoe ze van hun ouders moeten houden? Van der Zee noemt die vraag zijdelings.
Wat vraagt God van ons in het vijfde gebod? De recente bewerking van de Heidelbergse Catechismus, zoals in gebruik bij de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt), spreekt van gepaste gehoorzaamheid aan de goede onderwijzing en tucht van de ouders, waarbij we ook met hun zwakheid en gebreken geduld hebben. Dat geldt voor onze ouders, maar ook de overheid en onze baas.

Ingeslikte woede
In de uitbreiding naar anderen die over ons gesteld zijn is de HeideIbergse Catechismus uniek. Waarom: dat laat het gefingeerde verhaal van broeder Joppe zien. Vermoedelijk heeft Joppe de woede tegen zijn vader ingeslikt. Daardoor vertaalt de woede zich nu naar anderen die 'over hem gesteld zijn'. Mensen die 'de baas spelen' ziet hij als autoritair, omdat ze hem herinneren aan zijn vader. Hij is daarom allergisch voor iedere vorm van kritiek. De geschiedenis herhaalt zich, ondanks de mooie woorden die broeder Joppe nu weet te vertellen over de relatie tot zijn vader.
Hebben de auteurs van de HeideIbergse Catechismus gezien dat er een verband bestaat tussen de omgang met de eigen ouders en de latere relaties die iemand legt? Het 5e gebod gaat niet alleen over onze ouders, het gaat ook over de omgang met anderen die over ons gesteld zijn.

Eerst luisteren
De geschiedenis van broeder Joppe laat zien dat het goede antwoord op vraag 104 niet zit in het ontkennen en verdringen van woede. Te vaak heeft de kerk gedacht dat het eren van ouders betekent dat kinderen hun mond maar moet houden. De onverwerkte woede komt er dan echter ergens anders weer uit; hetzij in gedrag en relaties, hetzij door een chronische ondermijning van de gezondheid. Sytze van der Zee heeft jarenlang geworsteld met de vragen die het gedrag van zijn ouders opriep; uiteindelijk vond hij een 'tussenweg'.
Moet je je ouders altijd gehoorzamen?
De catechismus spreekt van gepaste gehoorzaamheid aan de goede onderwijzing en tucht. Daar staat dus heel iets anders dan: ouders in alles 'slaafs' volgen. Goede opvoeding gebeurt in een dialoog, waarbij het kind steeds meer inbreng krijgt en ondertussen ook leert om de opvattingen van de opvoeders op waarde te schatten. Bij geestelijke of lichamelijke mishandeling is geen sprake van goede onderwijzing of tucht. Emotioneel beschadigde kinderen help je dan ook niet als ze bij voorbaat hun ouders moeten vergeven; we mogen van hen niet het (bijna) onmogelijke vragen.
Een voorbarig appèl op het 5e gebod staat dan bijna gelijk aan pastoraal misbruik van dat gebod. Meestal moet de pijn eerst herkend en opnieuw beleefd worden en zal er langdurig geluisterd moeten worden. Vooral als ouders ook gemeenteleden zijn is dat moeilijk; je raakt als 'luisterend oor' in een loyaliteitsconflict. Vaak moet er doorverwezen worden naar een professionele instelling. De problemen kunnen immers zo groot zijn dat de geestelijke groei er volkomen door blokkeert.

Ja, maar.....
Is dat dan alles? Ligt de schuld per definitie bij de ouders? Zijn we weer terug bij af? Dat was toch het verhaal uit de jaren '70? Het geloof kan toch ook genezend werken? En: gaat het dan zó vaak fout in de opvoeding?
Natuurlijk: er zitten veel meer kanten aan dit verhaal. De meeste kinderen groeien ook in onze tijd redelijk harmonieus op. We mogen ook geloven dat God mensen kan veranderen. De schuldvraag ligt heus niet altijd bij de ouders. Er zijn ook kinderen bijzonder onredelijk zijn tegenover hun ouders.
Wat de ouders ook proberen, ze doen het in de ogen van hun kinderen nooit goed. Die geschiedenissen komen ook voor en we mogen er de ogen niet voor sluiten. Deze keer werd echter het accent gelegd op die situaties waar kinderen beschadigd zijn in de gezinssituatie en waarbij ze hulp nodig hebben om door die blokkade heen te groeien.

De oorlog
De houding tegenover de ouders komt nog op een andere manier naar voren in het boek van Van der Zee. Hoe ga je om met een vader die lid is geweest van de NSB en de WA? Die vraag heeft de auteur zijn leven lang achtervolgd.
Het onderwerp was namelijk binnen het gezin taboe: daar waren zijn ouders het wél met elkaar over eens. Zo'n gezinstaboe is voor gevoelige kinderen altijd belastend: ze worden een tweede generatie slachtoffer.
Na 54 hoofdstukken volgt in het boek een Nawoord. Na de dood van zijn vader gaat Van der Zee op zoek naar diens feitelijke oorlogsgeschiedenis.
Hij komt terecht bij een archief van het Ministerie van Justitie. De geschiedenis blijft wazig; de verslagen zijn formeel, er zijn tegenstrijdige verklaringen, hij kan zijn vader niets meer vragen.
Wel blijkt dat zijn vader niet de meeloper was die de Hilversumse woonomgeving van hem had gemaakt.
Hij bedankte in 1942 voor de NSB.
Volgens sommige mensen uit het verzet heeft hij zelfs veel onheil weten te voorkomen. Het beeld blijkt genuanceerder dan door de buurt werd gedacht. Wat jammer dat Sytze's ouders de kinderen niet de gelegenheid hebben gegeven om persoonlijk over dat verleden te praten. Nu hebben ze 'levenslang' gekregen: hun hele leven lang moesten ze het thema van een door de ouders verdrongen verleden met zich meedragen.

Kerk
De ouders van Sytze waren van huis uit kerkelijk, maar het geloof speelde in het dagelijks leven een geringe rol.
Ze stuurden hun kinderen naar de Christelijke school, omdat het onderwijs er goed en de school dichtbij was.
Kort na de oorlog gaat Sytze met zijn vader opeens een aantal zondagen naar de kerk, maar daarna niet meer.
Als kind bad Sytze soms intens, maar het baatte niet.
Een opmerkelijk groot aantal hoofdstukken is gewijd aan broer Wim; daarin komt het thema 'kerk en geloof' nog het meest aan bod. Verder wordt het bestaan van kerk en geloof wel geregistreerd, maar vervult in het denken van de auteur slechts een marginale rol (ook wat dat betreft is het boek eigentijds). Geloof aan de rand van het bestaan kan helaas niemand steun bieden; het is óf ballast óf hooguit een illustratie van een voorbij verleden.
Dat verleden wordt vooral weerspiegeld in het onderwijs. Voor de kinderen uit het gezin was geen plaats meer op de christelijke school; ze werden paria's. Je vraagt je dan ook af: gaat een christelijke school zó met kinderen om? Alleen de vroegere hoofdonderwijzer van Sytze vormt hierop een gunstige uitzondering; hij wordt met warmte beschreven. Het onderwijzend personeel ontsteekt snel in drift en lijfstraffen zijn niet ongewoon.
Waarschijnlijk hebben juist de negatieve ervaringen in het christelijk onderwijs Sytze verder van het geloof verwijderd. Het is een signaal: het christelijk onderwijs moet het Evangelie niet alleen met het woord, maar ook met de daad verkondigen.

Naar aanleiding van: Sytze van der Zee, Potgieterlaan 7.
Uitgave: Prometheus. Amsterdam, 1997, 277 blz.; Prijs: 25,=.
De auteur was tot voorkort hoofdredacteur van 'Het Parool'.

De geschiedenis van broeder Joppe
Broeder Joppe vertelt dat hij vroeger zijn vader haatte. Van jongs af aan klikte het niet tussen hem en zijn autoritaire vader. Hij was blij dat hij jong de deur uit kon. Later kwam hij toch tot inkeer. Leerde het 5e gebod immers niet dat je je ouders alle eer, liefde en trouw moest bewijzen? Daarom heeft hij die zonde weggebannen uit zijn leven, al kostte hem dat veel moeite.
Het verhaal klinkt heel positief. De vraag is echter wat er met die haat van Joppe gebeurd is. Hij ligt voortdurend met allerlei mensen overhoop.
De dominee deugt niet, met de kerkenraad zijn er steeds weer onverkwikkelijke incidenten, met zijn directe chef heeft hij vaak aanvaringen; het is zelfs tot een rechtszaak met zijn werkgever gekomen. Nee, met Joppe valt niet te spotten! Hij doet daarbij zulke felle uitspraken dat de toehoorder zich wel moet gaan afvragen of er nu ook niet sprake is van zonde tegen het 6e gebod: je zult je naaste niet haten, kwetsen of doden met gedachten, woorden of daden. Ook het gezin lijdt onder de spanningen die het gedrag van broeder Joppe oproept. Tegen zijn kinderen is hij net zo autoritair als zijn vader vroeger tegen hem was.

Het vijfde gebod
In het vijfde gebod eist God van mij dat ik mijn vader en mijn moeder en allen die gezag over mij ontvangen hebben, alle eer, liefde en trouw bewijs, mij aan hun goede onderwijzing en tucht met gepaste gehoorzaamheid onderwerp en ook met hun zwakheid en gebreken geduld heb, omdat God ons door hun hand wil regeren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief