"Mijn kindje was overleden"
1997-03-21
"Ik schrijf over het verlies van mijn twee kindjes tijdens mijn zwangerschap van drie maanden.- Jaargang 41
- nummer 6
Ik had niet gedacht dat een miskraam zo ingrijpend zou zijn. Ik merk dat mensen vaak denken dat de eerste drie maanden van een zwangerschap nog niet echt gelden.
Alsof het dan nog niet om echte kinderen gaat. Ik heb dat echter heel anders ervaren.
Soms voel ik mij onbegrepen.
Ik heb ook gemerkt dat er een groot taboe heerst rondmiskramen.
Dit taboe wil ik heel graag doorbreken. Juist bij zo'n ervaring heb je zoveel behoefte aan aandacht en begrip van je omgeving. Daarom heb ik gemeend deze brief in te moeten sturen."
Lieve Here God,
De afgelopen dagen heb ik mijn verhaal vaak verteld aan de mensen die mij lief zijn. Maar ik heb zo'n behoefte om er over te blijven praten. U vindt het toch niet erg als ik U nog eens vertel hoe ik alles heb beleefd en wat ik voel?
Twee weken geleden bezocht ik de verloskundige. Ik was drie maanden zwanger. De verloskundige kon het hartje van mijn kindje niet horen. "Het was nog te vroeg", zei ze. Ik mocht over vijf weken terugkomen.
Die week heb ik veel mensen verteld van mijn zwangerschap. De spannende drie maanden waren immers voorbij! Maar heel diep van binnen voelde ik mij helemaal niet zwanger meer. Ik twijfelde. Ik merkte alleen aan mijn broeken dat ik zwanger was. Hoe was dat ook al weer bij de zwangerschap van mijn dochtertje? Ik zocht het op in het dagboekje dat ik gedurende haar zwangerschap had bijgehouden.
Ik las dat ik toen al wel het hartje had gehoord. Ik las ook dat mijn kindje het al kon voelen als ik over mijn buik aaide. Ik kon dus al contact maken met mijn kleine baby. Daar schrok ik een beetje van. Waarom deed ik dat nooit?
Was ik te druk met dagelijkse dingen?
Ik kocht dezelfde dag nog een fles bodylotion en nam mij voor meer aandacht te besteden aan mijn kindje. 's Avonds na het douchen zou ik lekker over mijn buik wrijven.
Onbewust maakte ik mij zorgen over de negatieve harttonen. Ik belde de verloskundige. Ik mocht nog dezelfde dag langskomen.
Maar weer hoorden wij geen harttonen.
Een dag later waren wij in het ziekenhuis voor een spoed-echo.
Daar werd mijn gevoel bevestigd: mijn kindje was overleden.
En toen kwamen er drie vreemde dagen. Ik moest wachten tot het kindje op natuurlijke wijze geboren zou worden. Mijn buik was dik, maar ik was niet zwanger meer.
Zondagochtend gewoon naar de kerk met een overleden kindje in mijn buik. Wanneer zou het beginnen?
De verloskundige en de huisarts hadden mij voorbereid op een zware, emotionele bevalling. Wij hebben gebeden of de bevalling spoedig op gang mocht komen.
Ons gebed werd verhoord. Drie dagen na de echo kreeg ik 's nachts heftige weeën. Anderhalf uur later werd Myrthe geboren. Zij is bijna elf weken 'oud' geworden.
Maar ze was niet groter dan een kindje van zo'n negen weken (drie centimeter). Deze nacht was zo speciaal.
Wij werden overspoeld door gevoelens van opluchting en verwondering.
Myrthe was een prachtig kindje met een lief gezichtje met oogjes, een neusje, een mondje en oortjes in aanleg. Deze kleine oortjes waren als het ware op het hoofdje getekend. Myrthe keek zo vriendelijk, alsof ze wilde zeggen: "Papa en mama, met mij is het goed hoor". Haar armpjes lagen op haar bolle buikje, ze had haar beentjes opgetrokken. Wat ons het meestfascineerde waren haar handjes (nog kleiner dan een speldenknopje) met elk vijf vingertjes.
Wat een enorm wonder! Wij hebben een hele tijd naar haar gekeken.
Maar Myrthe was niet alleen. Ik bleek zwanger te zijn geweest van een tweeling. Het tweede kindje (Hansje) is al na een week of zes overleden. Wat voelde ik mij rijk.
Ineens had ik drie kinderen. Wat jammer dat ik Myrthe en Hans nooit zal zien opgroeien. Dat zal altijd een verlies blijven.
Heer, dit alles is nog maar drie dagen geleden gebeurd. Maar nu al voel ik dat deze ervaring mij rijker heeft gemaakt. Het wonder van de geboorte is voor mij nóg veel groter geworden. Wat wonderlijk mooi heeft U dat allemaal bedacht. Hoe is het mogelijk dat zoveel mensen om mij heen niet kunnen of willen geloven dat U bestaat?
Ik denk veel aan Myrthe en Hans.
Ik ben ervan overtuigd dat ik hen eens terug zal zien. Myrthe was voor mij het duidelijkste bewijs dat zij een echt kindje was. Nee, ze heeft niet meer kunnen groeien...
Maar U heeft haar toch gemaakt.
net zoals U mij heeft gemaakt? Het was toch uw bedoeling dat deze kinderen in onze huiskamer zouden rondhuppelen en dat zij gelukkig zouden leven tot uw eer?
In gedachte zie ik Myrthe en Hansje op de jongste dag handje in handje voor uw troon staan, helemaal vooraan in de rij. Ik vind dit een mooie gedachte ook al weet ik niet zeker hoe het zal zijn. Zullen Myrthe en Hans nog geboren moeten worden, zijn ze straks ineens volwassen of blijven het altijd baby's? Alleen U weet het. Ik houd mij vast aan uw belofte dat U datgene wat U begonnen bent ook af zult maken en dat alles later goed zal zijn.
Ik sluit mijn brief af met een gedichtje dat ik van iemand kreeg.
Het is geschreven door ene Lodewijk. Ik vind het erg mooi.
Troost
't Tere leven
dat met beven
was verwacht
heeft beneden
wel een wrede
smart gebracht
maar hier boven
mag hij loven
dag en nacht
Die hem 't leven
wilde geven
onverwacht.
Zorgt u goed voor Myrthe en Hans?
Liefs van, Annemarie