Voor de kinderen
1997-03-21
Het is alweer bijna Pasen. Er liggen overal weer eieren te koop voor het lentefeest.- Jaargang 41
- nummer 6
Natuurlijk weten wij wel dat deze eieren niets met Pasen te maken hebben, maar dat het paasfeest alles te maken heeft met het sterven van Jezus aan het kruis voor de dingen die wij verkeerd deden en doen, en de opstanding uit het graf na drie dagen. Daar gaat deze puzzel dan ook over. Achter elke vraag staat een cijfer tussen haakjes. Dit betekent dat je van het antwoord deze letter moet nemen. Als er b.v. een 4 staat en het antwoord zou zijn 'kruis' is de vierde letter een i. Zet je al deze letters naast elkaar dan vind je een uitspraak van een van de toeschouwers bij de kruisiging van Jezus.
1. Hoeveel discipelen had Jezus? (2)
2. Nadat Jezus had gegeten met de discipelen gingen ze naar een plaats om te bidden. Hoe heette deze plaats? Matth. 26:36 (7)
3. Waarmee sloeg men het oor van de slaaf af? Matth. 26:51 (3)
4. Welke discipel zei drie maal dat hij Jezus niet kende? (4)
5. Naar welke stadhouder werd Jezus gebracht? 27:2 (3)
6. Gaf Jezus antwoord op de vragen van de.mensen die hem beschuldigden? In Matt. 26:63 staat dat Hij bleef... (3)
7. Waar mochten de oudsten het geld dat Judas terug gaf niet in doen omdat het bloedgeld was? Matth. 27:6 (6)
8. Hoeveel zilverlingen had Judis gekregen? Matth. 27:3 (1)
9. De oudsten kopen een begraafplaats voor het geld dat Judas teruggaf. Voor wie zal de begraafplaats gebruikt worden? Matth. 27:7 (9)
10. Van wie kochten ze deze begraafplaats? Matth. 27:10 (3)
11. Wie zond Pilatus een boodschap/dat hij Jezus moest loslaten omdat Hij onschuldig was? Zijn... Matt. 27:19 (5)
12. Hoe heette de gevangene die los werd gelaten? 27:21 (2)
13. Wat liet Pilatus Jezus doen voor hij Hem overgaf om gekruisigd te worden? Matth. 27:26 (3)
14. Waar was de kroon van gemaakt die men Jezus opzette? Matth. 27:29 (6)
15. Uit welke plaats kwam Simon; de man die werd gedwongen Jezus' kruis te dragen? Matth. 27:32 (4)
16. Wat kreeg Jezus te drinken? Matth. 27:34 (3)
17. Op welk uur kwam er een dikke duisternis over het land? Matth. 27:45 (1)
18. Wat voor mensen werden er gelijk met Jezus gekruisigd? Matth. 27:38 (2)
19. Wat scheurde er van boven naar beneden. Matth. 27:51
20. In wat voor zuivere stof wikkelden ze het lichaam van Jezus? Matth. 27:59 (3)
21. Wat deden ze met de steen voor het graf van Jezus? Ze zetten er een wacht voor en... de steen. Matth. 27:66 (6)
22. Hoe heette de man in wiens graf Jezus lag? Matth. 27:57 (2)
23. Wie hadden Jezus' lichaam gestolen volgens de wacht? Matth. 28:13 (1)
24. Wat wentelde de engel weg en ging er op zitten? Matth. 28:2 (1)
De oplossing van de vorige keer was: De Israëlieten deden opnieuw wat kwaad is in de ogen des Heren.