Gods plan en onze verantwoordelijkheid

1997-03-21
  • Jaargang 41
  • nummer 6
In het geloof belijden we dat God een plan heeft met ons leven. Van het concert van ons leven heeft God het programma.
Is dit plan voor ons totaal verborgen?
Kan ik dan niet weten hoe en waar God mij roept? Hoe wil Hij mij duidelijk maken waar Hij mij wil inzetten in zijn koninkrijk? God geeft ons vingerwijzingen en handvatten. Dat doet Hij over het algemeen niet door rechtstreekse stemmen vanuit de hemel. We zouden dat wel willen. Het zou wel gemakkelijk zijn om het zwart/wit op een briefje te krijgen hoe onze toekomst eruit ziet. Het gaat meestal anders.
Hoe dan wel? Om te beginnen geeft God ons Zijn Woord als reisgids en kompas. Daarmee is al een heel stuk leiding gegeven! Een mooi voorbeeld geeft de Deense filosoof Sören Kierkegaard.
Een koning geeft zijn ambtenaren duidelijke bevelen. Maar die ambtenaren gaan de hele dag zitten discussiëren over de vraag: wat zou die koning nu precies bedoelen? Zo komt er in dat rijk niets goeds van de grond. Schijnbaar nemen die ambtenaren de bevelen van de koning heel serieus. Maar in werkelijkheid lappen ze zijn geboden aan hun laars, want het komt op eenvoudige gehoorzaamheid aan! Toch blijven er veel vragen over. Vragen waarbij rechtstreekse informatie vanuit de hemel achterwege blijft. Gods plan wordt ons echter gaandeweg duidelijker via mensen die op onze weg komen en via omstandigheden in ons leven. Daarbij laat God ruimte voor onze creativiteit en inventiviteit.
We mogen meedenken over de gang van ons leven, we worden met hoofd en hart betrokken bij de beslissingen die genomen moeten worden, zoals beroepskeus, partnerkeus enzovoorts.
God behandelt ons niet als robots die via de afstandsbediening worden bestuurd, maar zelf willoos zijn. We zijn mensen met verstand en geweten. Het is niet de bedoeling dat we op de automatische piloot gaan koersen. God werkt in ons leven niet met een technische handleiding, maar met een Vaderlijke handreiking. Spoor zoeken bij de lamp van het Woord is nu eenmaal heel iets anders dan het raadplegen van een spoorboekje. Het mooie beeld uit Psalm 119, dat spreekt van het Woord van God als een lamp voor onze voet en een licht over ons pad, maakt duidelijk dat je in dit leven mag spoor zoeken met een zaklamp. Bij elke stap die je zet, heb je weer opnieuw het licht van die lamp nodig. Het is dus geen schijnwerper waarmee je honderden meters vooruit kan kijken. Je hebt net genoeg licht voor de volgende stap. Je moet dus steeds blijven opletten. Steeds blijven vragen: .Heere, wat wilt u dat ik doen zal?" Daarbij wordt ons verstand ook ingeschakeld met een stukje nuchter overleg en menselijke mondigheid.
Dit stuk knipten wij uit een artikel van Dr. J. Hoek getiteld: "Hoe weet een jongere zich geroepen?", door hem geschreven in "De Waarheidsvriend", wekelijks orgaan van de Geret. Bond in de Ned. Herv. Kerk. Het zal altijd wel moeilijk blijven om in het geloot klaar te komen met het spanningsveld, dat voor ons gevoel bestaat tussen Gods plan en onze menselijke verantwoordelijkheid. Ons geestelijk gezichtsvermogen is nu eenmaal beperkt. Wij kunnen niet door de dingen heenkijken. Maar als wij onze taak verstaan om in deze wereld elke dag als kinderen van God bezig te zijn in kleine en grote dingen en daarbij ons laten voorlichten door Gods Woord zullen wij rust vinden in de zekerheid, dat onze hemelse Vader zich in zijn planning niet vergist en bidden wij:
"Doe Gij ons werk gelukken, Heer, en laat het strekken tot uw eer. Gij licht der wereld, ja doorschijn geheel ons doen, geheel ons zijn".
Gezang 373:4 NLB.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief