Discipel in het geheim

1997-04-04
  • Jaargang 41
  • nummer 7
"En daarna vroeg Jozef van Arimatea, een discipel van Jezus, maar in het verborgen uit vrees voor de Joden, aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen; en Pilatus stond het toe."
(Johannes 19:38)

Wie is toch de man, die hier uit de schemer van de bijbel te voorschijn komt om de Heer te begraven? Waar is hij al die jaren geweest?

Ik verzamel wat gegevens over hem.
Hij was rijk en een vooraanstaand lid van de joodse raad. Lucas vertelt van hem dat hij goed en rechtvaardig was.
Hij had ook niet ingestemd met het gesol met Jezus door de andere joodse leiders. En dan, wat hier in het evangelie staat: hij was een discipel van Jezus, maar in het verborgen uit vrees voor de Joden.
Kan dat? Discipel van Jezus, maar dan in het verborgen?
Wij hebben het niet zo op de halven, de bangen, de bijna-christenen. Wat heb je aan die randfiguren, die drempel mensen?

Een man aan de rand
De bijbel schuift dat dus nadrukkelijk naar voren, dat de Here Jezus begraven is door een man aan de rand.
Reden genoeg om daar in deze overdenking toch even bij stil te staan.
De bijbel kent niet de irritatie die wij bij ons voelen opkomen als het over halven gaat. Ik bedoel niet dat bij het christen-zijn een vijfje voldoende is, maar deze aandacht voor Jozef verrast ons toch?
De discipelkring heeft blijkbaar een rand, die volstrekt ernstig genomen wordt.

Weet u waar ze geen rand hebben?
Bij de sekte. Bij de sekte moet je nu je hand opsteken en voor de Here Jezus kiezen. Daar tellen alleen de geestdrift, het halleluja. Bij de sekte kun je niet op de drempel staan, geen aarzeling hebben. De lauwen doen niet mee.

Ook wij weten trouwens met de rand niet zo goed raad. Moet je ze zomaar uit de kaartenbak halen of moet je ze dwingen eindelijk eens te kiezen?

Laten we er vooral zuinig op zijn, dat wil de bijbel ons hier misschien zeggen.
Je kunt nooit weten, als het er eens echt op aan komt, als het gaat spannen, wat er dan toch aan die rand aanwezig blijkt te zijn.
Want kijk nu toch naar die Jozef, die randfiguur.
Het is stil geworden op Golgotha.
Jezus is dood.
Er valt niets meer te zien.
De schare is naar huis. En dan scharrelt daar in het schemer Jozef van Arimathea rond. Eén keer, misschien wel voor het eerst van zijn leven, heeft die bange vogel moed gevat en hij waagde het (vertelt Marcus nadrukkelijk) naar Pilatus te gaan en te vragen om het lichaam van Jezus.

Uit de schemer te voorschijn
Zo kan het nog gaan, denk ik.
Je spreekt voor de mensen niet over Jezus. Je spreekt geen goed voor Hem en ook geen kwaad. Discipel van Jezus, maar in het verborgen, uit vrees voor de vrienden, de buren, de collega. Maar dan wordt Hij op een dag bespot en gemeen behandeld, een beetje opnieuw gekruisigd door je omgeving en dan ineens, zomaar ineens, neem je het voor Hem op. Je schrikt er zelf een beetje van. Je komt ineens uit de schemer te voorschijn.
Het verrast dat het geloof van Jozef pas naar buiten breekt als het uit niets anders meer kan bestaan dan uit liefde voor Jezus. Hij verwachtte het Koninkrijk Gods, vertel Marcus, maar er viel van de gestorven Jezus niets meer voor dat Rijk te verwachten.
Dan, dan pas breekt het geloof van Jozef door naar buiten als het niets anders meer kan zijn dan liefde voor Hem.

Jozef is niet alleen geweest
In Johannes 19 lezen we dat Jozef bij de begrafenis geholpen is door Nicodemus, dezelfde die in de nacht tot Jezus gekomen was. Ook zo'n randfiguur.
Eén keer heeft hij het in de Hoge Raad voor Jezus opgenomen, heel voorzichtig, maar daarna kroop hij weer in z'n schulp. Daar heb je dus hetzelfde: dat aarzelende geloof. Niet warm en niet koud. Maar bij het graf van Jezus vinden ze elkaar.
Heus, we moeten voorzichtig omgaan met de rand van de gemeente. Ik beveel het niet aan naar die rand toe te schuiven of af te zakken, maar wat daar leeft, kon wel eens verrassend blijken als het weer eens werkelijk gaat spannen; als de Heiland opnieuw wordt gekruisigd. Het zou vandaag weer zomaar ineens te voorschijn kunnen komen.

Waarschuwing
Toch nog één ding om toch vooral de indruk te voorkomen dat een vijfje genoeg is, dat de schemer gevaarloos is.
Hebt u er op gelet hoe zorgvuldig Pilatus navraag doet of Jezus nu werkelijk dood is? Pas toen dat vaststond, mocht Jozef zijn gang gaan.
Een Jezus, wiens mond gesloten was, die mocht hij begraven.
Een Jezus, die geen kwaad meer kon en niet om beslissingen vroeg. Het werd een geoorloofd discipelschap.
Zo gelezen bevat dit stukje toch ook een waarschuwing, een oproep om uit de schemer te voorschijn te komen en iets te wagen voor Hem eer het te laat is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief