Het fundament in India (1)
1997-04-04
In de afgelopen maanden stond de vrijgemaakte pers bol van de artikelen over 'het fundament van de kerk'. Over de vraag, wat er nu echt fundamenteel is en wat je tot de 'opbouw' kunt rekenen. Die vraag is niet alleen voor vrijgemaakten van belang, maar voor ons net zo goed. Wevinden het daarom de moeite waard, er ook in Opbouwop in te gaan. Te meer omdat een Nederlands Gereformeerd stuk er een belangrijke rol in heeft gespeeld.- Jaargang 41
- nummer 7
De bezinning op dit onderwerp wil ik echter verbinden met een aantal ervaringen, die ik opdeed in India. Vorige maand was ik, samen met de vrijgemaakte ds. S. van der Lugt, drie weken in Calcutta, India. Op uitnodiging van de stichting EvTA konden we daar drie weken les geven aan het Seminarie van Christ Mission Ashram, bij ons beter bekend als het werk van ds. Sukrit Roy.
Het lijkt een vreemde combinatie: onze intern kerkelijke discussies en de opleiding van predikanten in India.
Deze combinatie heeft twee redenen.
In de eerste plaats ben ik nu eenmaal maar één mens. En de intense ervaringen in India spelen door mijn hoofd en hart wanneer ik over onze eigen kerken schrijf.
In de tweede plaats hoop ik dat zo'n onverwachtse combinatie ook nieuwe gezichtspunten oplevert. Ik wil zo ontzettend graag weg uit het spelletje van Piet schrijft over wat Jan geschreven heeft tegen de schrijfsels van Klaas.
Bijstelling van het fundament
Toch zal ik daar wel mee moeten beginnen. Aanleiding voor de behandeling van dit onderwerp is allereerst een discussie tussen ds. B. Luiten en ds. W. van der Schee.
Eerstgenoemde ging in 'de Reformatie' in tegen de gedachte die hij in eigen kring tegenkomt, dat er aan elke kerk, ook de eigen kerk, wel wat loos is en dat je dus niet zo exclusief bezig moet zijn. Dat is wel waar, zo zegt hij, maar het scheelt nogal of er iets loos is in het fundament van de kerk of in de opbouw op dat fundament. ZoalsPaulus dat aangeeft in 1 Corinthe 3.
Welnu, aan de eigen kerken mankeert helaas wel wat, maar er wordt in elk geval gebouwd op het enig fundament. "Terwijl rondom ons de mankementen vaak wel te maken hebben met een bijstelling van het fundament".
Dat wordt tenslotte helder toegepast op ons eigen kerkverband, "waarin bewust, van begin af aan, enige rek zit in het fundament van Schrift en belijdenis".
Terecht dus, dat de contacten niet voortgezet worden.
Zijn collega ds. Van der Schee reageerde hierop in 'Bij de Tijd' door te signaleren, dat hier iets vreemds gebeurt, omdat het onderscheid tussen fundament en gebouw ontleend wordt aan de woorden van Paulus, terwijl dat woord fundament achteraf ineens ingevuld wordt met de bekende tweeslag 'Schrift en belijdenis'. Dat kan Paulus toch niet bedoeld hebben?
"Ik zie niet in hoe je vanuit het nieuwe testament hard zou kunnen maken dat het fundament van de kerk zou samenvallen met 'Schrift en belijdenis’. Het valt voor Paulus samen met het evangelie over Jezus Christus."
Dus als het er nu om gaat, de Nederlands Gereformeerden (en anderen) de maat te nemen, is Schrift en belijdenis dan niet te veel? Moet je dan niet soberder zijn en iets als de Twaalf Artikelen of de Geloofsbelijdenis van Nicea als maat nemen? Dan zou je toch zeker met de Nederlands Gereformeerden verder moeten kunnen, ook als ze in een wat andere stijl op het ene fundament bouwen.
Dit artikel deed zoveel stof opwaaien, dat de auteur besloot om het van tafel te nemen. Daarom wil ik het hier niet in detail behandelen. Ik heb de indruk dat er, naast een fors verschil van inzicht, ook een vermenging speelt tussen de exegetische vraag wat Paulus in 1 Corinthe 3 bedoelt met het fundament, en de kerkordelijke vraag wat je fundamenteel vindt voor een gereformeerde kerk.
Laten we wel vaststellen, dat het ds. Luiten was, die deze vermenging sluipend invoerde!
Charme van de eenvoud
Maar laten we dat idee van de Apostolische Geloofsbelijdenis als maatstaf eens op zichzelf bekijken. Is het niet waar, dat er in onze Drie Formulieren ook wel dingen staan, die niet fundamenteel zijn in die zin dat de kerk ermee staat of valt?
Ik moet zeggen, dat ik zelf ook wel eens aan het Apostolicum als alternatief heb gedacht. Het heeft, zo op het oog, de charme van de eenvoud.
Terug naar de verwoording van het geloof, waarop de eerste christenen gedoopt werden!
Toch denk ik eerlijk gezegd niet, dat het een goede oplossing is. In de eerste plaats is het een on-historische gedachte.
Er is nogal wat gebeurd sinds die tijd en dat betekent ook, dat we antwoorden nodig hebben op vragen die in later tijd opgekomen zijn.
Maar nu vraag ik u om in gedachten met me mee te gaan naar India. Het werk van Christ Mission Ashram, waar ds. Van der Lugt en ik een bijdrage aan mochten leveren, wordt gedragen door de broers Roy. Vier broers zijn het, Bengalen die uit de omgeving van Calcutta afkomstig zijn. Het is heel apart: ze zijn alle vier met een Koreaanse vrouw getrouwd en ze werken alle vier op een of andere wijze mee in het zendingswerk.
Ds. Sukrit Roy begon daarmee, nu precies tien jaar geleden. Hij had zijn opleiding als predikant en zendeling afgerond in de Presbyteriaanse kerk van Korea en werd samen met zijn vrouw uitgezonden naar Calcutta om daar, met name in de arme dorpen rondom de stad, het evangelie te brengen. Het werk is bijzonder gezegend: in tien jaar tijd werden 58 kerken gesticht en er zijn ongeveer even veel voorgangers opgeleid of in opleiding.
De interesse van de arme hindoebevolking is in onze ogen verbazend.
We bezochten bijvoorbeeld een eiland, waar een drie-daags Hindoefeest werd afgesloten met een grote openlucht-evangelisatie van Christ Mission Ashram. En er kwamen zo'n drieduizend mensen! Niet dat die nu allemaal christen worden, maar je weet nu al dat er ook op dat eiland een kerk gesticht zal worden.
Wonderlijk!
Te veel en te weinig
En nu die Apostolische Geloofsbelijdenis.
We hebben in India gemerkt, dat die als basis enerzijds te veel en anderzijds te weinig is.
Dat eerste verbaasde ons eigenlijk.
Maar als je nu zou zeggen: neem de AGB als minimum, dan merk je ineens dat ze er daar een stukje uit weglaten.
Namelijk de woorden 'nedergedaald ter helle'. Die staan er bij hen gewoon niet in.
Ik heb me nog afgevraagd of we misschien met wat rare Presbyterianen te maken hebben. Maar bij navraag blijkt, dat ook de Koreaanse Hosin-kerken, met wie de vrijgemaakten correspondentie hebben, de nederdaling ter helle niet belijden! Terwijl toch hun correspondentie met de vrijgemaakten betekent dat ze 24 karaats gereformeerd zijn. Er zit een heel verhaal aan vast, dat ik de lezer graag zal besparen.
Maar ook zonder dat verhaal kan iedereen begrijpen, dat deze weglating uit de AGB in geen enkel opzicht betekent dat ze niet gereformeerd, laat staan dat ze niet christelijk zouden zijn. Je redt het dus niet met zo'n heldere regel.
Maar ook het omgekeerde bleek. Je hebt ook méér nodig dan de AGB. Bij de lessen die we gaven merkten we allebei, hoe katholiek, hoe universeel onze belijdenis geschriften zijn. Dat ze niet zijn op te vatten als klein vaderlands gedoe, maar als een weergave van het algemeen christelijk geloof.
Zelf merkte ik dat bijvoorbeeld bij de behandeling van Efeze 1-3, wat mijn les-stof was. Daarin komt op verschillende plaatsen de uitverkiezing aan de orde.
Zelf vind ik dat nog het duidelijkst in Efeze 2:8: "Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God".
Eigenlijk heb je meer dan dit vers niet nodig om de werkelijkheid van de uitverkiezing te tonen. Eerst staat er, dat we door het geloof zijn behouden en dat kan iedereen begrijpen. Maar over dat geloof staat er dan ook nog: "en dat niet uit uzelf: het is een gave van God".
Dat is de essentie van alles wat we over de uitverkiezing belijden. Niet alleen word ik door geloof behouden en niet uit verdienste. Maar ik kan zelfs niet zeggen, dat mijn geloof me dan toch maar positief onderscheidt van de anderen, want dat geloof is een gave van God!
Dordrecht in Calcutta
En het is heus deze kwestie, die in de Dordtse Leerregels behandeld wordt in het geding met de Arminianen. Uiteindelijk is het dezelfde vraag als: waarom koos God Abram, en niet zijn buurman? In de Bijbel is dat een vraag, die niet logisch te beantwoorden is en die ons achterlaat met de verwondering over Gods verkiezende liefde. In de Joodse traditie is er, zoals bekend, een verhaal dat wel een logisch antwoord geeft: Abram was de vroomste van het hele dorp. Zijn vader had een winkel vol afgodsbeelden en op een dag ergerde dat Abram zo erg, dat hij met een stok al die beelden aan barrels sloeg. Hij vluchtte de woestijn in en toen kwam tot hem het woord des Heren. Dan klopt het als een bus, nietwaar? Zoals ook het Arminiaanse standpunt klopt als een bus: God koos van eeuwigheid die mensen, van wie Hij in zijn alwetendheid wist dat ze de goede keuze zouden maken om te geloven. Helder, jawel. Maar het verandert de essentie van de Bijbelse boodschap van genade. En daarom kan ik zelfs in een dorpje buiten Calcutta niet buiten de belijdenis van de Dordtse Leerregels.
Ja, ik zal u zeggen dat ik zelfs de kwestie van de Vrijmaking nog moest uitleggen. Bij een les waarin de doop ter sprake kwam, hadden de studenten tal van vragen. Eén ervan, uit de praktijk geboren, luidde: als iemand zich laat dopen, maar hij gaat gewoon door met zondigen, is het dan wel een echte doop geweest? Daarop antwoordde ik uiteraard, dat die doop wel degelijk echt geweest is, maar dat die eerder tot schade dan tot voordeel van deze man zal zijn. Ik heb er de Vrijmaking natuurlijk niet bij genoemd, maar zakelijk komt het wel op dat onderwerp neer.
Wat ik met deze voorbeelden wil zeggen, is: ik zie niks in reductie van onze belijdenis tot een mini-stelsel dat bijvoorbeeld uit de AGB bestaat. Je zou dan onderwerpen schrappen, die essentieel zijn voor het christelijk geloof. Voor de duidelijkheid: ik suggereer niet dat Van der Schee dat wil, maar het is wel de beeldvorming. En zeker de beeldvorming van onze kerken.
Er is ook een andere kant aan het verhaal.
In reductie van het fundament zie ik niets, maar concentratie op het ene nodige zullen we wel nodig hebben.
En dat brengt ook mee, dat je een helder onderscheid moet maken tussen het fundament en de opbouw die daarop plaatsvindt. Maar daarover graag een volgende keer.