Na de boekenweek
1997-04-04
De bekendste boekhandel van Enschede is groot, veelzijdig en modern van opzet. Op alle mogelijke manieren word je alsklant verleid tot de aanschaf van nieuwe nieuwe of oude nieuwe boeken. Dat de zaak volop zou meedraaien met de kermis van de boekenweek, lag daarom voor de hand. Een viertal tafels beheersten het centrum van de zaak: allemaal boeken over..., ja, over wie eigenlijk?- Jaargang 41
- nummer 7
In ieder geval speelden de titels in op het thema 'Mijn God'. Je zou zeggen, het walhalla voor een dominee, maar eerlijk gezegd voelde ik me een beetje 'unheimisch'.
Wie weet...
Ik bladerde wat door één van de mooie boeken van Prof. Van den Beukel. Het bleek met korting te koop te zijn, als ik eerst een klein boekje van Kuitert kocht. Ik zag de Koran liggen, daarnaast een boek met daarop Shiva afgebeeld.
Vervolgens een boek over het verdwijnen van God in Jorwerd. Ik greep ernaar en kreeg even het gevoel dat ik in Albert Heijn in een Playboy stond te bladeren. Het intieme, het heilige, in zoveel overspelige relaties, zo schaamteloos commercieel tentoongesteld, als betrof het een publieke vrouw. Wat deed ik hier eigenlijk? Zou ik een tafeltje omgooien...?
M'n oog viel op de vierde tafel. Een tafel vol Bijbels, alleen maar Bijbels.
Prominent aanwezig was de nieuwste uitgave van de Willibrordvertaling. Zeer hartelijk aanbevolen voor iedereen die de Bijbel met nieuwe ogen wil lezen.
Een goedkope editie lag ernaast. Dan de Groot Nieuws Bijbel, eveneens in verschillende uitvoeringen. Enkele andere Bijbels. Twee mensen stonden erbij, bladerend, lezend. Zonder de orde te verstoren trok ik me toen maar terug. Wie weet, dacht ik, wie weet ligt er toch een zegen in.
Waarvind ik mijn God?
Op één van de vier bovengenoemde tafels lag ook een blad dat de Samen-op-Weg-Kerken in samenwerking met uitgeverij Boekencentrum t.g.v. de boekenweek hadden uitgegeven. Het lag voor iedereen gratis te grijp bij het andere meeneemspul. 'Waar vind ik mijn God' heette het. En hoewel er door de christelijke media voor en tijdens de boekenweek heel veel aandacht aan het thema en de verwerking ervan is besteed, is dit blad de bij mijn weten enige poging van de kerken, om n.a.v. het thema over het geloof in gesprek te gaan met mensen buiten de kerk. Een zeer groots opgezette poging is het geworden. Maar liefst 1 miljoen exemplaren - dat is een paar honderduizend meer dan de oplage van het boekenweekgeschenk van Renate Dorrestein! - heeft men laten drukken om voor zowel mensen binnen als buiten de kerk 'vanuit de christelijke traditie'zo luidt de informatie - een bijdrage te leveren aan de bezinnig op het thema.
Een gegrepen kans
Eerlijk gezegd, ik neem er m'n petje voor af, dat de grote protestantse kerken van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om op de boekenweek in te haken. Bijtijds heeft men het thema gesignaleerd en er een kans in gèzien om het zowel het binnen- als buitenkerkelijke gesprek over het geloof te stimuleren.
'Wij', ik bedoel de kleine orthodoxe kerken, hebben het thema van de boekenweek vooral binnenkerkelijk verwerkt. Hoewel op kleinere schaal ongetwijfeld (godsdienst)leraren e.d. het thema hebben aangegrepen om het in het (voortgezet) onderwijs te verwerken, van kerkelijke initiatieven heb ik niets vernomen. Hoe zou dat komen?, vraag ik me af. Missen we het 'apparaat' daarvoor? 'Zomaar' 1 miljoen bladen gratis verspreiden, het is niet niks. Of zijn wij meer binnenkerkelijk dan buitenkerkelijk gericht en bekijken we bevreemd het gedoe in de samenleving, ook het religieuze gedoe, op een afstandje? Een andere mogelijkheid is, dat 'wij' ons bewust niet tijdens de boekenweek hebben willen presenteren.
Gelet allereerst op de schaamteloze en commerciële verwerking van het thema. Gelet misschien echter ook op de wijze waarop de Heiland present was in Zijn samenleving: "Hij zal niet twisten of schreeuwen, en niemand zal op de pleinen zijn stem horen." (Mat. 12:19). Jezus' sterkte lag niet in kracht noch in geweld, maar in de Geest. Gelet op die stijl kan ik me voorstellen dat iemand weigert mee te draaien in de mallemolen van de boekenweek.
Zelf echter denk ik, dat je de verwerking van het thema tijdens de boekenweek moet onderscheiden van de aanwezigheid van het thema in onze samenleving. De CPNB heeft het thema niet gecreëerd, maar het uit de lucht geplukt. Na een tijd van reactie op en aversie tegen het kerkelijk-godsdienstige verleden, is er blijkbaar behoefte in onze samenleving om over geloof na te denken, openheid voor een andere, beslissende werkelijkheid.
De CPNB maakt hiervan gebruik. Nu waarom zou je dan niet als christenen gebruik maken van de gelegenheid die er geboden wordt. Ik zie hier een parallel lopen met het optreden van Paulus in Athene. Door de elite werd daar in een wat boekenweek-achtige sfeer met de religie omgegaan. Men had immers voor niets anders tijd over dan om iets nieuws te zeggen - let op de volgorde - of te horen. (Hand. 17:21) Gekoketteer met het religieuze. En toch, Paulus spreekt zich daar uit. En ook al verliest zijn gehoor de belangstelling nog voor hij uitgesproken is, enkelen komen tot inkeer, waaronder een Areopagiet! Dát christenen van de boekenweek gebruik maken om via het literaire kanaal over hun God te spreken, ik kan dat alleen maar waarderen.
Mooie momenten
Tegelijk wordt het nu heel spannend.
De SOW-kerken hebben de kans gegrepen, hoe hebben ze hem benut?
Hoe hebben ze de HERE God ter sprake gebracht? Laat me eerst iets van de opzet vertellen. Op de voorpagina vinden we een interview met Renate Dorrestein. Op pag. 2 schrijven o.a. Jaap Zijlstra en ds. A. van der Veer enkele regels over hun favoriete boek. Dan volgt op pag. 3 een groot interview met studentenpredikant Bernard Rootmensen over 'de terugkeer tot God', verreweg het meest lezenswaardige artikel. De twee middenpagina's zijn gevuld met gedichten en prenten.
De laatste drie pagina's vat ik maar samen onder het kopje 'mengelwerk'.
lets over bibliodrama, een stukje van rabbijn Soetendorp over Jeremia, een kinderpagina, tenslotte twee 'bekende' Nederlanders - Jos Brink, Liselore Gerritsen - en één minder bekende over verschillende aspecten van het geloof.
Wat me in positieve zin trof, was het kritische element in het blad, m.n. daar waar het de reactie op de eigentijdse religieuze behoeften betreft. Van Renate Dorrestein is bekend, dat ze heel weinig moet hebben van allerlei alternatieve vormen van godsdienst.
Ook Bernard Rootmensen beoordeelt de religieuze opleving kritisch. Positief waardeert hij het verzet tegen het louter op productie, consumptie en succes gerichte wereldbeeld. Tegelijkertijd neemt hij veel 'nep' waar. De moderne vormen van godsdienst zijn in wezen ook consumptief. Religieuze behoeftenbevrediging, religieus succesdenken.
Geloven in de bijbelse zin is echter niet gericht op zelfverwerkelijking, maar op de verwerkelijking van het Koninkrijk van God. Daar word je van buitenaf toe geroepen. 'Amen!', zeg ik hierop. En dat geldt ook voor de volgende zin: "Aan Jezus.." kunnen we alle godsbeelden die we op onze zoektocht in onszelf en in onze cultuur tegenkomen, ijken op hun betrouwbaarheid". Buitengewoon waardevolle woorden.
Toch een gemiste kans
Tegelijk moet gezegd, dat we hiermee de belangrijkste bijdrage van werkelijk christelijk gehalte wel gehad hebben.
Op andere momenten namelijk wordt de lezer bij de christelijke traditie weggehaald.
Het meest stuitende voorbeeld daarvan treffen we in de bijdrage van Awraham Soetendorp aan. Hij vergelijkt op een gegeven moment Jeremia - die zich tot het uiterste bleef verzetten tegen het onrecht - met Jezus en Socrates en schrijft dan: "Jezus van Nazareth zei niets te zijner verdediging en stierf als rebel, 'koning der joden' aan het kruis. Socrates buitte de mogelijkheid niet uit om vrijuit te gaan en nam heroïsch de gifbeker. Ik vind Jeremia een grotere held, juist omdat hij uit alle macht in leven wilde blijven." Een giftig pijltje wordt hier gericht op het hart van het christelijk geloof: Jezus Christus en die gekruisigd. Van een rabbijn kunnen we niet anders verwachten.
Maar heeft de redactie zitten slapen, of is het toestaan zo'n diep onchristelijke reactie op het lijden van de Knecht van de HERE kenmerkend voor een Christendom, dat het zicht op de eigen wortel totaal kwijt is?
Verder laat men Jos Brink een warm pleidooi voor de Bijbel voeren. Maar temidden van allerlei aardigheidjes wordt de Bijbel wel op één lijn plaatst met de geschriften van andere godsdiensten, waarin ook geschiedenissen en lessen staan die voor 'de belijders van die godsdienst van grote waarde zijn. En dan schrijft Jos Brink: "Maar christenen hebben vaak twee oogkleppen voor: de ene gevormd door het Oude, de andere door het Nieuwe Testament'.
Jos, ik moet je tot m'n schaamte toegeven, dat ik geregeld oogkleppen op heb, maar die worden nóóit gevormd door het Oude en Nieuwe Testament. Die twee zijn prachtige eye-openers, wat meer is, die vormen samen de bril, die de HERE God op onze neus wil zetten om daardoor een bevrijdende kijk op Hem, onszelf en deze wereld te krijgen! Wat me na lezing van dit blad zo ontzettend teleurstelt - héél graag had ik het anders gezien - is de afwezigheid van Jezus Christus. Welgeteld komt Hij zes keer ter sprake - de bijdrage van Awraham Soetendorp incluis - waarvan slechts drie keer in meer belijdende zin.
Dit is daarom zo ontzettend pijnlijk, omdat zinvol spreken over God onmogelijk kan, zonder tegelijk de Naam van Jezus te noemen. In Hem komen alle lijnen van Gods openbaring samen, sterker uitgedrukt, Hij is de openbaring van God in de wereld. Wij kennen God in Christus en anders kennen wij Hem niet. Zo ligt het, en zo beslissend is dit.
Jezus is maar niet een momentopname in de christelijke traditie, een persoon die we - voor kortere of langere tijd - in de hoek kunnen zetten als we met de wereld over God spreken. Nee, "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is, die heeft Hem doen kennen".
Het woordje 'God' zou een doolhof zijn, als Christus ons niet leidde.
En ons blad?
Nu een heel ander punt. Stel, u en ik zouden in de gelegenheid worden gesteld om een blad te vullen met stukjes en artikelen via welke we onze buitenkerkelijke medemens in contact met onze God mochten brengen. Oplage 1 miljoen! Wat een kans! Hoe zou het blad er uit komen te zien? Wie zouden we aan het woord laten? Waarover zouden we ze aan het woord laten?
Wat zouden we zelf willen zeggen tegen buitenkerkelijke lezers. En hoe zouden we het zo kunnen zeggen, dat ze erdoor meegenomen worden? Is dat niet iets om de gedachten over te laten gaan? Daartoe geprikkeld door het Samen-op-Weg initiatief. Daartoe geroepen door de HERE Zelf. Eerlijk gezegd, mijn blad is nog niet vol. Maar één ding weet ik zeker, het zou op een ontmoeting met God in Christus gericht zijn.