Een vader aan zijn dochter

1997-04-04
  • Jaargang 41
  • nummer 7
De derde brief in de rij in hetkader van de Opbouwdag is eenbrief van een vader aan zijn 18-jarige dochter. Marieke gaat over enkele maanden de deur uit. Haar vader zet die 18 jaar nog even op een rijtje en geeft zijn dochter een boodschap mee.

Lieve Marieke,
Vroeger stuurde ik je wel eens van die kleine briefjes. Of vaker nog: een ansichtkaart met bijvoorbeeld een beer. Die beren wil je trouwens nog steeds wel hebben, want je hele kamer hangt er vol mee. Bij jou geen popsterren, maar klassieke muziek, gospel, beren en vlinders. Ik denk dat dat een beetje aangeeft hoe je bent: anders dan anderen. Dat vind ik heel bijzonder aan jou. Zeker: je bent wel gevoelig voor wat anderen denken. Toch ga je op jouw manier je eigen gang. Het maakt je in een bepaald opzicht onafhankelijk.
Ik kan het niet laten om even naar vroeger te kijken. Bijna 18 jaar geleden werd je geboren, op één van de laatste sneeuwdagen van de strenge winter van 1979. Je had haast om geboren te worden; dokter Paul en ik waren maar net op tijd. Je was erg klein en je moest meteen naar een ander ziekenhuis. De zuster zei: "Die haalt het niet!" Mamma heeft jou toen niet eens gezien. Daar lag je dan: een klein meisje van 2 pond, in de couveuse. Voorlopig zou je daar blijven: in een glazen kastje met allemaal tellertjes, buisjes, en slangetjes.
En het wonderlijke was dat ik meteen wist: 'dat is mijn dochter'. Het is een gevoel dat je niet precies uit kunt leggen, maar ik zie het nog voor me en ik voel het ook nog. Dat gevoel voor jou heb ik altijd gehouden. Een heel bijzonder mensje.
Sommige mensen die jou zagen zeiden: dat ze dat in leven houden! Dat deed wel even zeer, maar wij waren blij met jou.
Je groeide snel, alsof je haast had om naar huis te kunnen. Na Pasen mocht je inderdaad naar huis. De eerste dag thuis lachte je naar mamma. Alsof je zeggen wilde: hier ben ik thuis! Weer een paar weken later werd je gedoopt. De kerk zat vol. Dominee Berend was zichtbaar ontroerd en wij niet minder. Later heb je het bandje van de kerkdienst heel wat keren beluisterd.
Waarom ik je dit vertel? Je weet het immers allemaal al? En toch moet ik er mee beginnen. Ik kan jouw begin niet los zien van wie je nu bent. En je weet dat dat begin er al eerder was dan op die dag dat je geboren bent. Dat vind je heel mooi in Psalm 139, de psalm die op je geboortekaartje staat. AI voor je geboren werd, wist God wie je zou worden. Dat hebben we altijd geloofd. Er zit een plan achter je leven. En dat geloven is voor ons een zeker weten. Gods ogen zagen jou al toen je nog maar een speldenknopje klein was.
Hij heeft je niet los gelaten toen je groeide en ook niet nadat je geboren bent. Diezelfde Psalm zegt mij ook dat we allemaal uniek zijn voor God. Het maakt niet uit of je oud of jong bent, ziek, gehandicapt of hoogleraar. Dat vind ik ook heel bijzonder in de Bijbel.
Je kunt je indenken dat er ook vragen zijn.
Soms vind je dat we niet zo moeilijk moeten doen. Maar je bent die vragen ook al tegen gekomen. Je tante Mieke heeft het in een gedicht verwoord: "zal iets ontbreken misschien, we hebben zoveel gebroken gezien". Soms komen die vragen heel dichtbij als jong leven zomaar opeens wordt afgebroken. Het laat mij niet los, en het raakt jou ook. Als je jong bent gebeurt er veel, maar je moet verder. Verkering, examens, toekomst. Maar je bent er ook mee bezig, het gaat niet aan jou voorbij.
Vandaag kwam het verdriet heel dichtbij.
Je kwam thuis, tranen in je ogen. Jaap uit jouw klas was voor de trein gesprongen.
Vrijdag had je met hem gepraat en je vertelde thuis dat hij zo sympathiek was. Een dag later is hij er niet meer. "Hoe kan dat nou? Er was niets aan hem te merken." Je wereld werd daardoor minder voorspelbaar.
Toch gebeurt dit wel in ons leven.
Wie weet er wat er in het binnenste van de mensen speelt?
We hebben even naar de televisie gekeken, naar een kerkdienst. Muziek: "Heer, als ik me niet open stel voor U, wilt u zich dan toch niet afwenden van mij?" Op zo'n moment is dat heel indringend. Welk antwoord had Jaap op zijn eigen leven? Was het alleen maar de buitenkant? Was hij toch heel eenzaam? Wist hij niet naar wie hij toe moest met zijn vragen? Waarom' springt zo'n leuke en spontane jongen, door iedereen gewaardeerd, die bovendien erg goed kon leren, zomaar voor de trein?
Wat moeten zijn ouders meemaken?
We hebben ook het verhaal in de krant over Gert gelezen. Een jaar geleden doodgereden door een dronken automobiliste.
Je kende het verhaal, want ik praat vaak met de moeder van Gert. Een gelovige vrouw, maar ze is kapot van verdriet.
Er zijn mensen die God de schuld van al die ellende geven. Dat antwoord kan ik me indenken, maar ik vind het te gemakkelijk.
Maar het is ook weer te gemakkelijk om te zeggen dat. God het zo heeft gewild. Je merkt het: het past niet op elkaar. Hoe kan dat nou? God heeft het niet gewild, maar had Hij het kunnen voorkomen? Er zijn mensen die al die antwoorden in een sluitend schema willen vangen. Het geloof moet precies kloppen. Ik zou bijna zeggen: trap daar niet in! Zo is het niet! Je kunt niet op alles een pasklaar antwoord geven. Dat zie je in andere godsdiensten. De islam zegt dat het Allah's wil is. Je mag je er dus niet tegen verzetten, Allah wil het zo.
Gelukkig is het christelijke geloof niet zo.
Wij mogen vragen stellen. En dus is er ook niet op alles direct een pasklaar antwoord.
Het heeft mij erg geholpen dat dat zomaar mag. Dat vind ik zo bijzonder aan het christelijk geloof; dat we God als een Vader mogen zien, die je van alles mag vragen. Je mag zomaar met je vragen bij God op schoot klimmen.
Er zijn ook mensen die beweren dat er geen antwoord is. Trap daar ook niet in!
Het is zoeken, zoeken, een stukje antwoord, steeds weer verder zoeken. Je legt een puzzelstukje, maar het ligt verkeerd.
Je legt het ergens anders: weer verkeerd.
En opeens ligt het ergens en zie je wat het voorstelt.
Ik schreef over jou als klein meisje in de couveuse. Daama werd je een peutertje.
Dat was erg gezellig. Je ging al snel praten.
Soms dachten we: "hadden we jou maar nooit geleerd om te praten". Het stopte inderdaad nooit, behalve als je sliep. Hoewel: heel vaak werd het praten zingen. Met een psalmboek in de hand op de stoel verzon je allerlei eigen psalmen.
Je werd een kleuter. Er kwam een broertje bij. "Ik wil geen broertje, ik wil een zusje!"
De basisschool. Wat was het moeilijk om 'ja juf te zeggen. Je hebt er een jaar over gedaan, want je was nogal verlegen....
Dan de lagere school. Je leerde te lezen en er ging een wereld voor je open. Thuis hadden we iedere week kinderclub. Wat genoot je daar van. Je nam altijd vriendinnetjes mee uit jouw klas. Je hebt het natuurlijk niet op die manier opgevat, maar eigenlijk was het jouw manier om iets te doen aan evangelisatie, iets te vertellen uit de Bijbel. Je groeide groter en opeens stond je daar op dat podium in de Schouwburg.
Je moest een stukje solo zingen. Met grote stappen en een veel te grote mand aan de arm beende je het podium op. We hoorden de trilling in je stem, maar je deed het! Het kleine meisje werd groot.
Het werd tijd voor de middelbare school.
Tot nu toe was alles veilig. Een basisschool met een fijn team met onderwijzers die het geloof serieus namen. En niet te vergeten: mamma in het schoolbestuur. Ze was bijna iedere dag op school. De avond voor je eerste schooldag op de nieuwe school hebben we met elkaar gebeden.
Alles zou immers anders worden.
Maandenlang ging je lachend en zwaaiend naar school. Je had een leuke klas en je ontmoette er ook christelijke vriendinnen.
Mijn geloof zegt mij dat dat niet toevallig was. Iedere zondag ging je mee naar de kerk. We vroegen ons wel eens af wanneer je zou gaan protesteren. Dat hoort toch bij pubers? Bij jou was het andersom: je miste de kerk als je ziek was.... Je mocht onze dominee Wim erg graag en je ging ook met plezier naar catechisatie. Je hield je hobby's; de muziek was daarbij veruit favoriet. Je ging wel anders naar ons als ouders kijken. Je schaamde je vaak voor mamma, vertelde je later, en misschien ook wel voor je vader. Daar is niks mis mee. Je hebt ook je eigen wereld, dingen die je niet tegen ons vertelt. Dat heeft niets met 'stiekemigheid' te maken. Kinderen moeten ook een stukje wereld voor zichzelf kunnen hebben. Ik weet lang niet alles van je, hoe je over de dingen denkt.
We hebben ook niet veel tijd om met elkaar te praten. Jij hebt het druk met je examens en je hobby's, en ik ben veel te weinig thuis door mijn werk en de kerkenraad.
Dat vind ik wel jammer, want die 18 jaar ging snel voorbij. Gelukkig heb ik niet de indruk dat je me veel verwijten maakt.
Je vader en je moeder. Ze hebben, merk je op, niet altijd gelijk. Wat eerst heel vertrouwd was, daar zet je nu je vraagtekens bij. Zo is het ook met het geloof. Wat eerst vertrouwd en zeker was, dat komt later wel eens op losse schroeven te staan. Nu denk ik dat de één het daar gemakkelijker mee heeft dan de ander. De één botst eerder, de ander accepteert het gemakkelijker.
Ik denk dat jij eerder moeite zult hebben met het gedrag van mensen dan met wat God doet. De indruk die je geeft is dat je op jouw manier een bepaald vertrouwen hebt opgebouwd. Dat is niet op baisis van je verstand, bij jou is het veel meer gevoelsmatig. Je houdt niet zo van beredeneren.
Ik zeg wel: de indruk die je geeft, want het gekke is weer dat we daar nooit over praten. Wat is nu eigenlijk vertrouwen?
Kun je je dat voorstellen? Wat betekent vertrouwen voor jou? Wat betekent het voor mij?
Daar vraag je me wat! Wat betekent vertrouwen voor mij? Toen ik 5 jaar oud was mocht ik van mijn vader een keer in een diep bad zwemmen. En ik kon helemaal niet zwemmen! Ik kon alleen met mijn handen langs de rand vooruit komen. Halverwege realiseerde ik me dat dat eigenlijk toch wel gevaarlijk was. Ik zou zomaar kunnen verdrinken. En tegelijk wist ik: aan de andere kant staat mijn vader. Als het mis gaat, haalt hij me eruit. Dat is vertrouwen.
Je weet dat het mis kan gaan, maar je weet ook dat er iemand is die voor jou zorgt. Dat gebeurt zelfs als je meters ver weg bent....
En dan dat verhaal van Gert en van Jaap: hoe zit dat dan? Nee: ik laat nu toch dat verhaal over dat vertrouwen even zo staan. Het is geen antwoord op alle vragen.
Maar voel je wat ik ermee bedoel? Ik hoop dat wij jou ook zo'n basisgevoel van vertrouwen mee hebben kunnen geven in de afgelopen 18 jaar. Er kan om jou heen van alles gebeuren, en tóch.... Dit jaar ga je deur uit. Je wilt graag een jaar naar de Evangelische Hogeschool.
We vinden dat een goede keus, waar we echt dankbaar voor zijn. Je kunt daar in geestelijk opzicht verder groeien en ook voor de praktijk is zo'n jaar goed. Een tussenstap, onderweg naar je eigen wandeling door de wereld.
Laat ik je 'in vertrouwen gaan'? Ja! Natuurlijk hebben we onze zorgen. Maar die zorgen komen meer vanuit de hardheid van de maatschappij dan dat we denken dat je alle remmen los gooit. Waar ik me zorgen over maak? Je hebt nu twee jaar verkering met Theo. Hij heeft een heel andere achtergrond dan jij. Je verdedigt hem tegenover ons en dat is terecht. Maar we maken ons wel zorgen als Theo niet leert te geloven.
Daarmee bedoelen we echt niet dat hij niet wil geloven. Er is iets wat hem tegenhoudt. Net zoals hij zijn vader mist, zo mist hij ook een hemelse Vader. Maar hoe moet het met jullie verder als Theo nooit die Vader ontmoet? Je mist veel in een huwelijk waarin de één wel gelooft en de ander niet. Ook als je erg veel van elkaar blijft houden, mis je (te) veel als je je geloof niet kunt delen. Ik kan me niet voorstellen hoe het zou zijn als mamma niet zou geloven. Het is zo fijn dat we dat samen delen. Wat geef ik je mee? Hou vol! Dat is in onze tijd heel belangrijk. Laat je niet afleiden door de samenleving, door de drukte, maar neem de tijd voor het geloof. Misschien word je lid van een kerk waar spanningen zijn. Daar zijn christenen goed in. Maar ook dan: hou vol! En gelukkig zijn er ook heel andere dingen die in de kerk gebeuren. Ik zou me mijn leven niet kunnen en willen voorstellen zonder al die contacten met andere mensen uit de kerk.
Hou vol dus! Zorg dat je bidt, lees uit de Bijbel, ga naar de kerk, ontmoet andere christenen. En vooral: hou de lijn met onze Hemelse Vader vast. Dat gaat soms gemakkelijk, soms ook best moeilijk De ene keer lijkt God vlakbij, met zijn arm om jouw schouder, de andere keer verder weg. Maar nogmaals: hou vol! God blijft wachten, net zoals de vader dag en nacht op zijn verloren zoon bleef wachten.
Ben ik nu niet teveel aan het preken? Misschien wel. Maar alvast een beetje afscheid nemen van een dochter die de deur uit gaat is niet niks. Dan wil je als het ware nog even inhalen waar je niet genoeg aan toe bent gekomen.
Uit jouw Latijnse woordenboek heb ik geleerd dat communicatie betekent dat je iets deelt met elkaar. Probeer het maar: als je lief en leed deelt met anderen en deelt met je Hemelse Vader ziet het leven er anders uit. Dat heb ik in de afgelopen jaren wel mogen ervaren. Jammer dat we het daar niet vaker over hebben, eigenlijk.
Je vader Roel

N.B: de namen in deze brief zijn (in 'Opbouw') gefingeerd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief