Twee schilderijen (2)

1997-04-04
  • Jaargang 41
  • nummer 7
Wanneer ik met het schilderij van de vorige keer klaar was, zou ik nog een tweede maken. Want Christus' dood is heus niet in één enkel schilderij te vangen.
Dat tweede schilderij zou een groot stadsplein van immense afmetingen voorstellen: een grote woestijn van asfalt. De enige begroeiing in deze asfaltwoestijn bestaat uit eindeloze rijen parkeermeters, verkeerslichten en lantaarnpalen met neonlampen.
Rondom het plein zou ik moderne gebouwen van glas en beton schilderen, vooral bankgebouwen, maar ook hotels enjlats. Nergens is een spoor van leven te bekennen. Je ziet geen auto, geen fietser. Er is sprake van een absolute verlatenheid.
Midden op het plein rijst een massief kruis van gewapend beton op. En aan dat kruis hangt Christus, klein en nietig in die geweldige lege ruimte. Nergens is iemand te zien. Alleen in een van de flats, zes of zeven hoog, wordt ergens een gordijn iets opzij geschoven en kijkt iemand door een kier naar die krimpende, nietige figuur aan het kruis. Die éne nieuwsgierige met zijn steelse blikken, die zichzelf toch niet bloot geeft, accentueert alleen maar Christus' eenzaamheid.
Alle andere gordijnen zijn stijf gesloten. Niemand is bij Hem gebleven.
Niemand wil iets met Hem te maken hebben. Hij hangt er in volstrekte verlatenheid. Op dat schilderij zou ik mezelf dan ook niet schilderen.
Want ook ik zou Hem alleen gelaten hebben.
Zo was het ook in werkelijkheid. In volstrekte eenzaamheid droeg Hij de zonden van de wereld en van mij. En zijn dood die onze schuld is, geeft ons tegelijkertijd het leven. O, wondere diepte van Gods wijsheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief