Maranatha! De bruid zingt: Kom!
1997-04-04
"Er rolt straks een complete nieuwe maatschappij van stapel," hoorde ik ds. Moggré eens zeggen in een preek over de opstanding. In die tijd klonk dat revolutionair: het beeld dat men zich van het leven op de nieuwe aarde had gevormd, was zeer onwezenlijk. Het vooruitzicht dat men daar niets anders omhanden zal hebben dan 'eeuwig zingen voor Gods troon', schrikte menigeen zelfs af.- Jaargang 41
- nummer 7
De werkelijkheid zal veel adembenemender zijn dan 'eeuwig zingen'. Het leven in het Vrederijk van Christus zal een enorme uitdaging betekenen: méé-regeren met Koning Jezus. Een uitdaging waar we nu al op kunnen ingaan.
Uitspraken van Jezus
Uit de tweede eeuw zijn een paar uitspraken van Jezus bekend die mondeling zijn overgeleverd. Volgens Justinus Martyr zou Jezus gezegd hebben: "Waarin ik u (bezig) vind, daarin zal Ik u ook oordelen." En Clemens van Alexandrië tekende het volgende als uitspraak van Jezus op: "Vraagt om de grote dingen, dan zullen de kleine u er bij gegeven worden. Vraagt om de hemelse dingen, dan zullen u de aardse er bij geschonken worden(1)." In de gelijkenis van de talenten liet Jezus een heer die uit het buitenland terugkeerde tegen een slaaf zeggen: "In het kleine ben je trouw geweest, over het grote zal Ik je aanstellen" (Matt. 25:21). Met andere woorden: welke taak Jezus ons straks in zijn Koninkrijk zal toevertrouwen, hangt af van de trouw die we nu tonen.
In m'n vorige artikel(2) schetste ik hoe de duivel de aandacht van christenen van het Koninkrijk Gods en het eeuwige leven heeft weten af te leiden. Ik sprak van een ontwikkeling in drie fasen. De eerste fase was die van toewending tot deze wereld, met de bedoeling een rechtvaardiger samenleving tot stand te brengen (horizontalistische theologie).
De tweede fase is een blijven steken in deze wereld: de interesses van christenen komen steeds meer buiten het Koninkrijk Gods te liggen. Het aantal jong-volwassen christènen dat zich niet '41-128, meer abonneert op een christelijk dagblad en op christelijke tijdschriften neemt toe. Ze willen best in hun hart de Heer Jezus liefhebben, maar wat het nieuws betreft laten ze zich voorlichten door de wereldse media: de vaten die het hart van bloed moeten voorzien knijpen ze af. Zo ontwikkelen ze geen antenne voor wat er zich op het gebied van het Koninkrijk Gods afspeelt. Dat uit zich ook in het giften patroon: veel christelijke organisaties die werk van onschatbare waarde verrichten, zien hun inkomsten teruglopen, omdat jonge christenen (althans een deel van hen) hun giften liever besteden aan organisaties waar de wereld ook al aan geeft: Amnesty International, het Rode Kruis, Artsen zonder grenzen. Als deze ontwikkeling zich doorzet, zal veel werk voor evangelieverspreiding, hulp aan de Lijdende Kerk en typisch christelijk ontwikkelingswerk moeten inkrimpen en op den duur zelfs moeten stoppen.
Geen roepingen meer
Christenen die zich niet oriënteren op het Koninkrijk, zijn voor God verminderd inzetbaar, schreef ik de vorige keer. Ze kunnen niet worden ingeschakeld als voorbidders (en juist voorbidders zijn zo hard nodig in het Koninkrijk!), als geldvoorzieners en... de kans dat ze zélf ooit nog ergens een roeping voor krijgen is bijna uitgesloten! Roepingen zijn namelijk wel uit de Geest, maar ze komen niet uit de lucht vallen. Alleen christenen die zich betrokken weten bij de voortgang van Gods Koninkrijk en zich daarover laten voorlichten, kunnen er zicht op krijgen welke taak zij zelf eventueel op zich kunnen nemen. Een (van boven) uitgesproken roeping is daarvoor lang niet altijd nodig: vaak pak je dingen aan omdat ze je hart hebben en volgt later de bevestiging die het tot een 'roeping' maakt. Maar: uit het oog, uit het hart: wie zich niet laat informeren, kan moeilijk door de Geest worden aangeraakt.
En daarmee zijn we in de derde fase van de geschetste ontwikkeling terechtgekomen.
Veel christelijke organisaties zien hun achterban langzamerhand vergrijzen: er is veel te weinig jong bloed dat de openvallende plaatsen opvult. Als er geen ommekeer komt, komen we binnen enkele decennia voor de situatie te staan dat er meer dan genoeg christelijk werk te verrichten is (evangelieverkondiging, hulp aan de Lijdende Kerk, christelijk ontwikkelingswerk, pastoraal werk, predikantswerk), maar dat er geen mensen meer zijn om al dat werk te doen!
Afrikaanse pastores?
'Je kunt de Heer ook in het gewone leven dienen' blijft altijd een waarheid als een koe. Maar als steeds minder christenen zich geroepen voelen een specifieke taak in Gods Koninkrijk te vervuilen, is er iets aan de hand. Er is sprake van een trend. Het is fijn als alle schapen in geloof hun dagelijkse bezigheden verrichten en elke zondag trouw naar de kooi (lees: de kerk) komenmaar waar halen we straks nog herders vandaan om die schapen te weiden?
Misschien uit de gelederen van de christelijke asielzoekers die ons land binnendruppelen?
Of rechtstreeks uit Afrika?
Wat een vuur ineens! 't Zou niet eens slecht voor ons zijn, alleen maar beschamend. Natuurlijk is bovenstaande ontwikkelingsschets eenzijdig. Er zou een Opbouw-dik artikel te vullen zijn met nuanceringen, blijken van het tegendeel, ontwikkelingen die in een andere richting (kunnen) wijzen. Voor al die nuances is in deze serie geen ruimte, omdat ze de bedoeling heeft een trend te signaleren.
Ik hoop dat anderen met nuanceringen de pagina's van Opbouw (blijven) vullen.
Hoe meer ongelijk ik krijg, hoe liever het me is: het zal olie op mijn schedel wezen (Ps. 141:5). Maar ik ben bang dat mijn verhaal als beschrijving van een trend klopt. De hogedrukpan van de eeuwigheid is laaggedraaid, er komt geen stoom meer vanaf.
De uitdaging
Jongeren worden niet bezield door de telkens terugkerende boodschap dat wij christenen 'helemaal niets hoeven te doen'. Jongeren willen merken dat iets de moeite waard is om zich voor in te zetten! Vinden ze in de kerk geen uitdagingen, dan vinden ze die wel in de wereld in een (burgerlijke) carrière. Er bestaat geen grote uitdaging dan de boodschap dat Jezus zeer spoedig terugkomt en het de moeite waard is je op zijn Koninkrijk te richten. Grote werkers in Gods Koninkrijk haalden hun energie uit... het eeuwige leven. Johannes de Heer schreef: "Ten opzichte van zending en evangelisatie is er geen boodschap die meer aandringt op 'het handeling doen totdat Hij komt' (Luk. 19:13), 'de tijd uit te kopen, omdat de dagen boos zijn' (Ef. 5:16) en los te worden van deze wereld, omdat 'haar gedaante voorbijgaat' (1 Kor. 7:31)(3)."
Predikanten en prekende ouderlingen zou ik willen vragen: plaats uw preken in de spanning van Christus' terugkomst, maak zijn verschijning niet tot staart, maar tot uitgangspunt van al uw preken.
Doe dat vooral in bemoedigende zin: waarschuwen voor hel en verdoemenis kán de zondaar op zijn weg doen omkeren, maar het breed uitmeten van de heerlijkheid van Jezus' Koninkrijk zál menige christen moed doen vatten om offers te brengen en zich aan de Here en zijn dienst toe te wijden.
Ook preken over levensheiliging krijgen pas effect als die heiliging uit de cirkelgang van het hier en nu wordt weggetrokken en geplaatst wordt in het perspectief van de eeuwigheid. Zoals Petrus, die eenmaal had 'gefaald', dat deed in zijn tweede brief: "De dag van de Heer zal komen als een dief. Dan zullen de hemelruimten met een dof gedreun vergaan en de elementen vlam vatten en verdwijnen, en de aarde met al haar werken zal zich voor God moeten verantwoorden. Als dat allemaal zo verdwijnt, hoe heilig en vroom moet u dan niet leven! Zie gespannen uit naar de dag van de Heer en bespoedig zijn komst - die dag waarop de hemelruimten in vlammen zullen opgaan en de elementen wegsmelten door de hitte.
Maar Hij heeft ons een nieuwe hemel en een nieuwe aarde beloofd, waar gerechtigheid zal heersen, en daar zien we verlangend naar uit. In afwachting daarvan moet u, dierbare vrienden, uw best doen om in Gods ogen vlekkeloos en onberispelijk te zijn en in vrede met Hem te leven. Bedenk dat het geduld dat de Heer met ons heeft, onze redding is" (2 Petr. 3:10-15, vert. Groot Nieuws).
In deze tijd is er een groot verlangen naar een geestelijke 'opwekking'. Maar die kan niet doorbreken waar christenen achter hun eigen staart aanjagen en in cirkeltjes. ronddraaien. Johan de Heer schreef over 'het verlangen naar waar, geestelijk leven' het volgende: "Het is van belang hierbij op te merken dat deze ontwaking der Maranathagedachte(4) een begeleidend verschijnsel is van de in de laatste honderd jaar herleefde evangelisatie- en zendingsactie, van bijbelverspreiding en onderzoek der Schriften. Voorts merken we op dat bij alle grote opwekkingsbewegingen van de laatste honderd jaar de Maranathagedachte steeds naar voren trad en deze haar getuigen had in de verschillende kerken en kringen." Niet álle jongeren zullen door deze boodschap van Jezus' spoedige terugkomst worden geïnspireerd; er zullen er ook door worden afgestoten, want échte evangelieprediking maakt (onbedoeld) scheiding.
Let op het élan van de blijvers!
Aad Kamsteeg
Dat brengt me bij m'n laatste onderwerp.
Ik zie gebeuren dat in de 21e eeuw consequenties van het christen-zijn gigantisch zullen zijn. Aan heel veel dingen die dan 'gewoon' zijn zullen we niet kunnen meedoen en van heel veel andere dingen zullen we worden uitgesloten omdat we er in de ogen van de wereld 'niet in passen'. Ook zonder brute vervolging kunnen we veel subtiele tegenwerking en achteruitzegging verwachten, niet het minst van de kant van moderne, aangepaste christenen. Ons geloof zal door elkaar worden geschud, doordat ze zóveel praktische consequenties met zich meerbrengt, dat het haast niet meer is op te brengen. Dan móet het geloof van diegenen die eigenlijk vooral voor dit leven zekerheid bij Christus hebben gezocht, haast wel bezwijken. Alleen een voortdurende en steeds weer herhaalde prediking waarin het 'eeuwig gewicht van heerlijkheid' breed wordt uitgemeten, kan christenen de moed geven 'de lichte last der verdrukking' op zich te nemen en 'het lijden van de tegenwoordige eeuw' te verdragen.
Zoals de Chinese christenen dat doen, die zich geen zorgen maken voor de dag van morgen, omdat ze hun halsspieren uitrekken naar de dag van Christus' terugkomst! Ze worden zwaar vervolgd, maar hun grootste zorg is: hoe kan ik mijn medemensen helpen redden van de eeuwige dood? Enkele jaren geleden bezocht Aad Kamsteeg een aantal Chinese huisgemeenten. Die reis vormde het begin van zijn 'kleine opwekking' onder de lezers van het Nederlands Dagblad. Kamsteeg sprak in China ook met ds. Samuel Lamb, die 22 jaar van zijn leven in gevangenissen, werkkampen en een kolenmijn heeft moeten doorbrengen. Lamb zegt: "God heeft dit lijden gebruikt om de gemèente in China aan te scherpen." Hij herinnert aan de bijbelwoorden dat "de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding beproefdheid, en de beproefdheid hoop". Zeker, hij weet dat niet elke christen met lichamelijke vervolging te maken krijgt. "Maar als een kind van God een toegewijd leven wil leiden... Als een gelovige niet op jacht wil gaan naar aardse schatten... Dan zal hij ook leren wat zelfverloochening is... Wat het is Christus te volgen... Waarheen Hij ook gaat." Lamb sprak met Kamsteeg over de verschillen tussen christenen in China en in het westen. Hij weet dat elders velen mooie huizen hebben en in dure auto's rijden. "God zegene hen. Maar wij zijn niet jaloers. Wij bidden dat in hun leven wereldse rijkdom nooit de plaats van geestelijke rijkdom zal innemen.
Zoek eerst het Koninkrijk van God, zegt de Here Jezus. Daarom is het net zo verkeerd om over armoede te klagen, als in je leven overvloed als het allerbelangrijkste te beschouwen. En weet u: Niet alleen in China, maar over de hele wereld moeten Gods kinderen zich voorbereiden op de wederkomst van Christus.
Per se geld willen verdienen en je richten op aardse bezittingen, dat is voor ongelovigen(5)," En díe hebben hun loon reeds, zegt Jezus, het ónze komt nog.
De bruid zingt: Kom!
Predikanten en prekende ouderlingen zou ik willen vragen: zet niet alleen uw preken, maar ook uw gebeden onder de spanning van Christus' terugkomst.
Mensen léren van de gebeden van hun dominees en nemen daar thuis elementen uit over: bidt dus vaak om Jezus' terugkomst. En laat liederen zingen die zijn terugkomst en het komende Vrederijk beschrijven: niet alleen van die 'zuinige' (zoals gez. 279), maar vooral van die royale, zoals Psalm 72, gez. 262, 281,288,291,296,297,298,299. Vaak gezongen versregels spelen een psychologische rol in het geloofsleven van christenen. Door vaak en veel van Jezus' wederkomst te zingen wordt het verlangen ernaar opgewekt en gevoed.
Zingen over zijn dag vormt een oefening in het omhoog kijken en het verwachten van zijn verschijning. Preken zullen afgedaan hebben, het moraliseren zal verstommen, maar de zang blijft eeuwig. In de eeuwigheid zal eindeloos veel gezongen worden - tussen de bedrijven door. Ik besluit met een lied uit (u voelde het aankomen) de bundel van Johannes de Heer (nr. 722), overgenomen in de bundel Opwekkingsliederen (nr. 366), dus het lied 'mag' nog steeds: Kroon Hem met gouden kroon.
We zongen het een paar jaar geleden met z'n allen voor de ambassade van Iran aan de Haagse Duinweg. De derde strofe luidt:
Kroon Hem, de Vredevorst!
Wiens macht eens heersen zal
van pool tot pool, van zee tot zee.
't Klinke over berg en dal!
Als alles voor Hem buigt
en vrede heerst alom,
wordt d'aarde weer een paradijs.
KOM, HERE JEZUS, KOM!
Noten
1. Dr. A. van der Hoeven: De karakteristiek van de vier Evangeliën, blz. 10/11.
2. De voorgaande artikelen in deze serie waren:
- Het einde van het hiernamaals (Opbouw nr. 1)
- De Maranatha-boodschap van Joh. de Heer (Opbouw nr. 3)
- Maranatha! Hoe blijf ik 'bij de tijd'? (Opbouw nr. 5)
3. Drs. Domus Elsman: Johannes de Heer, Evangelist in het licht van de wederkomst, blz. 114/115 (ook de volgende citaten zijn op deze bladzijden te vinden).
4. Voor wie de voorgaande artikelen niet gelezen heeft: 'Maranatha' is een Aramees woord, dat 'Onze Heer, kom' betekent (1 Kor. 16:22).
5. Aad Kamsteeg: China, een uitslaande brand.