Dubbelportret: Debora en Jaël
1997-10-17
Onze god treedt steeds opnieuw op om zijn volk te verlossen. De wegen die Hij kiest zijn soms onvoorspelbaar. Hij is soeverein. In Richteren 4 gebruikt Hij twee vrouwen, Debora en Jaël, die in de loop van dit verhaal ten opzichte van elkaar een bijzondere en veelzeggende positiewisseling ondergaan.- Jaargang 41
- nummer 21
Debora
Debora staat op in een tijd van zware onderdrukking. De Kanaänitische koning Jabin oefende grote pressie uit op het volk, twintig jaar lang. Er was continu gevaar van plundering. Alles kwijnde. Mensen leden armoede. En Israël was tot overmaat van ramp ontwapend door de vijand. In deze ellende treedt Debora aan. Zij had door de Heilige Geest een bijzonder inzicht in Gods weg met zijn volk. En daardoor had zij invloed. Mensen zochten haar op met hun problemen, en vroegen haar om haar wijze raad.
Jaël
Naast Debora komt Jaël naar voren. Zij is vrouw van de Keniet Heber. De Kenieten oefenden het beroep van smid uit. Als een soort zigeuners reisden zij rond en boden hun diensten aan, aan de rondtrekkende nomadenstammen. Zij bekleedden een speciale positie. In oorlogen waren zij neutraal, omdat beide partijen hen nodig hadden.
Was er ergens een veldslag op til dan vestigden de smeden zich vlak bij het strijdtoneel. Daar was werk in overvloed. Zo is Jaël, als vrouw van zo'n smid, present in de omgeving van het slagveld waar Israël tegen Kanaän ten strijde zal trekken.
Debora en Jaël. Beide vrouwen zullen allebei een centrale rol spelen in de overwinning op koning Jabin. Maar hoe?
Debora,de legerleidster
Debora, geleid door de Here, draagt Barak op om een leger te vormen, 10.000 man sterk. Dit leger is bewapend met een provisorische gevechtsuitrusting. In vergelijking met de goed getrainde troepen van Sisera met zijn 900 ijzeren strijdwagens moet het een lachertje zijn geweest. Barak twijfelt of het met dit legertje wel zal lukken. Daarom weigert hij te vertrekken zonder dat Debora meegaat als een soort geestelijke garantie. Debora gaat in op het verzoek, maar maakt tegelijk aan Barak duidelijk: 'omdat jij op God niet vertrouwt, zul jij geen eer behalen op de tocht die jij onderneemt', en vervolgt dan met de mistige opmerking: 'want in de macht van een vrouw zal de Here Sisera overgeven'. Wat ligt er meer voor de hand om dan te denken: Die vrouw, dat is Debora zelf. Zij is de vrouw, die in Gods naam de legercampagne heeft opgezet. Zij geeft straks persoonlijk het sein tot de aanval. Zij zal dan toch ook wel de vrouw zijn die met de eer van de overwinning zal gaan strijken. Maar hoe anders is de werkelijkheid, hoe anders leidt de Here de strijd. Israël drijft, met behulp van een door de Here bewerkt noodweer, de Kanaänieten in het nauw. Generaal Sisera van Kanaän slaat op de vlucht. Te voet. Zijn opzet is duidelijk. In de vrouwententen van het nabijgelegen tentenkamp van de Kenieten zullen zijn achtervolgers hem niet zoeken.
Het centrale punt waar het in deze geschiedenis nu om draait is dat onder geen enkele omstandigheid een vreemde man een vrouwenafdeling van een Arabische tent mag binnengaan. Er zijn voorbeelden van Arabische krijgers die zich schuilhielden, maar altijd volgde er het doodvonnis op. Een ernstiger inbreuk op de oosterse zede is niet denkbaar.
Jaël. de koelbloedige
Jaël staande in de opening van haar tent, ziet hem aan komen rennen. Sisera moet gevreesd zijn geweest zoals generaal Mladic in het voormalig Joegoslavië. Die man was vast en zeker besloten om toelating af te dwingen in de tent. Wat kon zij doen om deze wanhopige man te weerstaan? Zij kon niets anders doen dan de zaak maar te nemen zoals die was en de man binnen te nodigen. Als Sisera om water vraagt, geeft zij hem melk te drinken. De melk die hier genoemd wordt is heilzaam en slaapbevorderend. Jaël dacht nuchter na over de vraag: "Hoe kom ik mijn man Heber nog onder ogen als hij een vreemde man in mijn tent aantreft?". Als Sisera diep zou slapen zou zij zijn gedrag kunnen straften op een manier die in haar ogen, en in de ogen van het hele volk wettig was. In een tent van een smid is er altijd wel een hamer en een ijzeren tentpin voorhanden. En als Sisera slaapt voltrekt Jaël doelbewust het gruwelijke vonnis. Zo verricht Jaël de beslissende daad die leidt tot de bevrijding uit de onderdrukking van Jabin.
De positiewisseling
Debora leek op de voorgrond te staan. Een gelovige vrouwen afhankelijk van de Here. Maar op het moment dat deze bijzondere profetes een held moet worden, wijkt zij naar de achtergrond. En de volstrekt onbekende Jaël, van wie heel onduidelijk is hoe zij over God en zijn volk dacht komt op de voorgrond. Zij mag met de eer gaan strijken. Twee vrouwen. Twee strijdsters. Allebei krachtig en vastbesloten. Allebei gebruikt in het doel van God. God biedt hen beide de noodzakelijke mogelijkheden en middelen. De les die deze geschiedenis ons leert is dat Gods handelen niet is onder te brengen in een systeem. Dwars door alles heen werkt Hij toe naar zijn doel: De verlossing van Zijn volk. Jaël wordt straks door Debora in haar lied bezongen als de gezegende onder de vrouwen. Een titel die nota bene elders in de Bijbel alleen nog gebruikt wordt voor Maria, de moeder van onze Heiland. Zij wordt op het schild geheven.
De Here werkt naar zijn doel toe, ook door de hand van heidenen die zich dat zelf niet bewust zijn. Soeverein en magistraal overziet Hij de geschiedenis. En zo is onze God nog steeds. Wij zijn niet alleen op weg. Wij mogen ons beschermd weten in de handen van Hem die ook in de geschiedenis anno 1997 het laatste woord heeft.