Lydia
1997-10-17
Er waren alleen maar zussen in het gezin waar ze opgroeide en zij was de jongste. Haar vader was zeeman, ze zagen hem weinig. Na haar twaalfde verjaardag ging er ieder jaar wel een zus de deur uit. Tot ze met haar moeder alleen bleef.- Jaargang 41
- nummer 21
Toen concentreerde zich alle aandacht van haar moeder op haar. Ze kon geen stap meer doen, of haar moeder wist er van. Uitgaan moest ze maar liever niet. 'Blijf toch gezellig thuis, meid!', zei haar moeder dan. En ze liet zich overhalen.
Mama was ook zo alleen, want hun vader kwam niet meer terug. Hij had ergens een andere vrouw gevonden.
Dat was voor haar moeder bijna niet te dragen, en ze hadden met z'n allen als een muur om haar heen gestaan. De oudere zussen kwamen nu nog vaker even aanwippen, maar Lydia ving de grootste klappen op.
Ze voltooide haar studie en kreeg een baan in het voortgezet onderwijs. En daar ontmoette ze Hermien.
Later vertelde ze hoe die ontmoeting haar aangegrepen had, maar dat ze er toen nog geen idee van had hoe diep haar gevoelens voor Hermien waren. Pas toen ze merkte dat Hermien zich ook tot haar aangetrokken voelde, durfde ze er mee voor de dag te komen. Aanvankelijk waren ze gewoon vriendinnen. Wel heel goede vriendinnen. Er werden wel eens grapjes over gemaakt. Flauwe grapjes, gemene grapjes óók. Lydia was toen nog heel naïef, maar Hermien begreep dat ze moesten praten. Wat ze voor Lydia voelde, zou ze nooit voor een man kunnen voelen. Was dat bij Lydia ook zo? 'Nu ben ik haar kwijt,' dacht Hermien, toen ze haar eerlijke verhaal had verteld. Maar over Lydia's gezicht liepen alleen maar tranen.
Het werd een moeilijk jaar voor ze. Het bestuur van de school accepteerde hun levenshouding niet. Ze moesten een andere baan zoeken. Er was onbegrip bij de wederzijdse families.
Toen ze gingen samenwonen mochten ze nog wel in de kerk, maar niet aan het avondmaal komen. De ouderlingen verdrongen zich bij hun voordeur. Na vier jaar werd de druk van buiten af voor Lydia te groot.
Ze leefde in grote zonde met Hermien, zei men. Dus scheurde ze zich van Hermien los. Wat dit hen beiden kostte was met geen pen te beschrijven.
In die nood leerde Lydia haar andere vrienden kennen. Ze verwonderde zich erover dat het er nog zoveel waren. Er waren er, bij wie ze huilen kon, bij wie ze raad kon vragen. Ze hielpen haar verhuizen naar een andere stad, zochten met haar naar een andere baan. De kerk meed ze. Wel kwam de dominee haar opzoeken. En bij hem kreeg ze voor het eerst namens de kerk begrip. Later hoorde ze dat hij haar probleem van binnen uit kende. Maar zelfs dat begrip loste haar eenzaamheid niet op. Ze miste Hermien Ze concentreerde zich op haar werk, nam er een pittige studie bij en sloeg geen uitnodiging van vrienden af. Zo probeerde ze iets van haar leven te maken. Het lukte ook wel, voor het oog. Maar soms overviel haar een diepe depressie die dagen lang aanhield. Dan hoopte ze hartstochtelijk dat er toch nog iemand op haar weg zou komen. Dat ze niet altijd zo alleen zou blijven. Maar tegelijkertijd wist ze, dat ze weer voor hetzelfde dilemma zou komen te staan.
Na zo'n ellendige dip zocht ze haar vrienden op en liet zich koesteren in de warmte van hun gezinnen. En zo langzamerhand, met het verstrijken van de jaren, leerde ze er een beetje mee leven. Ze liep weer braaf op het paadje. Maar ze was en bleef een verscheurd mens.