Het fundament in India (3)

1997-05-02
  • Jaargang 41
  • nummer 9
Zelfs tijdens lessen in India kanik niet buiten de belijdenis vande Dordtse Leerregels. En debelijdenis als geheel kan onshelpen bij de noodzakelijkebezinning op het werk van Christus, het fundament van de kerk. Maar we moeten er niette gauw van omvallen, wanneer iemand bij bepaalde formuleringen van die belijdenis bedenkingen uit, zonder af te doen aan het fundament. Er zijn verschillen van inzicht, die je aan Christus moet overlaten, in plaats van er zijn kerk om tescheuren.

Deze lijn zetten we uit in de vorige twee artikelen. In deze laatste bijdrage wil ik dit nu toespitsen op de omgang met de Dordtse Leerregels. Ze vormen het duidelijkste voorbeeld waarbij de besproken leer (Gods verkiezing en het absolute karakter van de genade) voor ons van groot belang is, terwijl bepaalde formuleringen ervan in onze kerkdiensten moeilijk te plaatsen zijn.
Het is of de opstellers dat zelf beseft hebben, als je het Besluit leest dat op de artikelen volgt. Terwijl het voorwoord van de Catechismus aanbeveelt om de inhoud ervan geregeld een ruime plaats te geven in de kerkdiensten, zegt het nawoord van de Dordtse Leerregels vooral dat we met de besproken zaken binnen de perken van de Bijbel moeten blijven. Er wordt aanbevolen om de besproken leer "zowel mondeling als schriftelijk, tot eer van God, heiliging van het leven en troost van de verslagen harten te onderwijzen; met de Schrift naar de overeenstemming van het geloof niet alleen te denken maar ook te spreken; en tenslotte zich van alle manieren van spreken te onthouden, die de perken die ons door de ware zin van de Heilige Schrift zijn gesteld, te buiten gaan". Daarin lees ik het besef, dat wat in de Leerregels beleden wordt over Gods eeuwige verkiezing en verwerping, het risico in zich draagt dat je er al voortredenerend mee op de loop gaat. Je kunt dan conclusies trekken, die wel logisch zijn maar niet binnen

Five points: TULIP
In India kwam ik op dit vlak zowel iets negatiefs als iets positiefs tegen. Vanuit de Presbyteriaanse universiteit in Korea (en daarachter staan gereformeerde Amerikanen) kenden de docenten daar niet zozeer de DL zelf, als wel een sterk verkorte versie ervan. In boekjes las ik over 'the five points of calvinism'. Ze werden samengevat in het oer-Hollandse woord TULIP, maar dan als een afkorting voor achtereenvolgens: Total deprivation, Unconditional calling, Limited atonement, Irresistable grace, Perseverance of the saints. In het Hollands gezegd, maar dan raak je het handige tulp-woord kwijt: de totale verlorenheid, onvoorwaardelijke roeping, beperkte verzoening, onweerstandelijke genade en volharding der heiligen.
Wat bij mij bleef haken was de uitdrukking 'Limited atonement', beperkte verzoening. Dat wil zeggen, dat de verzoening beperkt is tot de uitverkorenen: Jezus stierf alleen voor de uitverkorenen. Dit is nu typisch iets wat je logisch wel kunt concluderen, maar wat niet binnen de perken van de Schrift blijft. Johannes schrijft immers: "Hij is een verzoening voor onze zonden, en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld" (1 Joh. 2:2). Je mag die woorden zeker en vast niet uitleggen in de zin van een soort alverzoening, maar het is te kort door de bocht om 'Iimited atonement' als één vijfde van de gereformeerde leer weer te geven. Je zag hierin heel puntig verwoord, wat toch ook in de DL zelf voorkomt, in 11,8: God heeft gewild dat Christus door zijn bloed al diegenen - en hen alleen - zou verlossen, die van eeuwigheid tot het behoud verkoren en Hem door de Vader gegeven zijn. Daar kriebelt iets, om het zacht uit te drukken. Maar het is nog niet zo makkelijk aan te duiden wàt dat is. Ik kom er zo op terug.
Overigens, en dat was weer het positieve dat ik in India aantrof, de prediking en evangelisatie die ik daar leerde kennen was weer heel gezond Bijbels. Je komt er totaal niet in tegen dat de oproep tot geloof en bekering steeds doorkruist, ingeperkt of ontkracht wordt door de leer van de verkiezing.
Integendeel, je ziet er - net als in de Bijbel - de twee draden van onze geloofskeus en Gods verkiezing samengeweven tot een feestkleed. En om dat feestkleed gaat het uiteindelijk!

Het kind en het badwater
Intussen, ik schreef over de uitdrukking 'beperkte verzoening'. Wil God nu echt een beperkte verzoening? Wil God niet dat alle mensen behouden worden? Drs. H. Smit heeft voor de Theologische Studie Begeleiding ooit op een indrukwekkende manier al deze vragen doordacht. Zijn lezing werd gepubliceerd in 'Begeleidend schrijven', de bundel die in 1994 verscheen ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de TSB. Zelden las ik een beschouwing die zo eerlijk en tegelijk zo constructief met de Leerregels omgaat. Met dat laatste bedoel ik: het is al te gemakkelijk om uit de DL een uitspraak te halen die verkeerd opgevat kan worden en er dan het geheel mee weg te honen. Dan zouden we het kind met het badwater weggooien. En daar is het kind véél te kostbaar voor!
Wat het punt van de verzoening betreft, schrijft ds. Smit: "Het gaat me niet om de ontkenning van de uitspraak, dat Christus' dood alleen de uitverkorenen ten goede komt. Het gaat me wel om de situering van deze uitspraak". Hij haalt dan de geschiedenis van Israëls reis door de woestijn aan, waarbij (wat de oudere generatie betreft) het grote verlossingswerk uiteindelijk slechts aan Jozua en Kaleb ten goede kwam. "Ik ontken evenmin dat zich daarin het soevereine plan van God realiseerde. Maar toch mogen we de geschiedenis van de uittocht, de woestijnreis, de verbondssluiting op Sinaï, niet horen of lezen met in het achterhoofd de gedachte, dat het uiteindelijk toch maar voor Jozua en Kaleb bestemd was!" Dan zou heel Gods woord en werk in de tijd verdampen. En dat gebeurde ook in het verleden. "Wanneer men de uitspraak van ll,8 een dominerende plaats toekende, werd telkens de doop gedevalueerd en opgesplitst in een 'volle doop' (voor de uitverkorenen) en een 'niet-volle' doop (voor de niet-uitverkorenen).
En dan maar benauwd gissen en tasten naar de kwaliteit van mijn doop! Het gehele geestelijke leven wordt samengebracht in de benauwde vraag 'Ben ik uitverkoren?'."

Evenwichtsconstructie
Zo bespreekt ds. Smit ook de leer van verkiezing en verwerping. Positief waardeert hij, dat de verkiezing direct met Gods genade en met Christus verbonden wordt. Maar juist daarom, zegt hij ook eerlijk, "is het te betreuren dat de DLR het geheel van Gods Raadsbesluiten toch weer vatten onder de éénheidsnoemer van 'het besluit van verkiezing en verwerping'.
Zie l,6." Hij zegt erover: "Impliceert het besluit van verkiezing van sommigen niet de verwerping van de overigen?
Ik geloof evenwel niet dat onze logika hier beslissen kan en - sterker nogik geloof dat ze hier schade veroorzaakt!"
Er is wel degelijk de genade van de onverdiende verkiezing en de gestrengheid van de rechtvaardige verwerping. Maar kun je ze wel in één besluit van verkiezing-en-verwerping vatten? "Men hoede zich ter wille van het behoud van het evangelie = goede boodschap, voor elke evenwichtskonstruktie!"

Ik bespreek deze studie nu zo uitvoerig, omdat hij tot mijn grote verbazing in de besluitvorming van de laatste Vrijgemaakte synode werd aangevoerd als nieuw bewijs van de te grote tolerantie die er in onze kerken zou heersen. Dat verwijt was in de landelijke samensprekingen al geuit en toen heeft onze commissie gezegd, zich niet te kunnen voorstellen dat ds. Smit hierover kerkelijk gekapitteld zou worden.
Er werd ter synode over gediscussieerd en ds. Smit kreeg ook wel verdedigers. Maar kortweg werd gesteld dat al zulk soort discussies niet nodig zijn, want de scribent had duidelijk niet met de DL in haar geheel en in al haar delen ingestemd. En nemen de Ned. Geref. daartegen geen maatregelen? Dan zijn ze te ruim en we kunnen helaas geen contact met ze oefenen.

Glashelder voorbeeld
Ik vind dit een glashelder voorbeeld van hoe broodnodig het onderscheid tussen fundament en opbouw is. Men leze niet alleen mijn samenvatting, maar de bijdrage van ds. Smit in z'n geheel - en het zal duidelijk zijn, dat hij heel de leer die in de DL verwoord wordt, van harte onderschrijft: genade alleen, en God alleen de eer daarvoor!
Op een aantal punten vindt hij de formulering te zeer gestempeld door het conflict van de 17e eeuwen de vraag is nu: mag een predikant zulke kritiek uiten of moet je hem erom schorsen?
Het is rondom die vraag, dat onze commissie Paulus' onderscheid tussen fundament en gebouw ter sprake bracht. De apostel vond, dat er teveel twisten en scheuringen in de kerk waren, waarbij men zich groepeerde rondom bepaalde voorgangers. Daarover zegt hij: er is maar één fundament, namelijk Jezus Christus. En het doet er wel toe hoe je daarop bouwt, maar vel daarover geen oordeel voor de dag des Heren. Doe je dat toch: "zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden". Ik begrijp best, dat dit niet betekent: als iemand maar van Jezus houdt, dan .doet het er verder niet toe. Ook de uitverkiezing heeft alles te maken met Gods genade in Christus. Maar is daarmee iedere formulering uit de DL zo fundamenteel, dat je een predikant moet schorsen die er opmerkingen bij plaatst? Concreet: op de wijze waarop ds. Smit dat doet? Ik bedoel dus niet of je het met ieder woord uit het artikel eens moet zijn, maar of je de auteur op basis daarvan zou moeten schorsen. Als de Vrijgemaakte kerken dit werkelijk zouden vinden, dan hebben ze gelijk in hun conclusie dat we een verschillend kerkmodel hebben. Maar het wil er bij mij niet in, dat ze dit werkelijk vinden.

Blijft in Mij
Laat ik toelichten waarom dat er bij mij niet in wil. De mening van ds. Smit komt hierop neer: de uitverkiezing is van fundamenteel belang, maar dan als een belijdenis achteraf van Gods soevereine genade. Het gaat om de plaats van de verkiezing. Je kunt de uitverkiezing zó voorop stellen, dat het concrete belovende en vermanende spreken van God erdoor verdampt. Hij vindt dat sommige formuleringen in de DL dat gevaar in zich dragen. Welnu, kerken die zelf ook de verkiezing te dominant voorop stellen, die kunnen over deze mening de wenkbrauwen fronsen. Ze hebben dan de letter van de DL aan hun kant, al denk ik dat ze de bedoeling ervan missen. Maar in de Vrijgemaakte kerken bespeur ik deze dominantie helemaal niet. Dan zouden ze met een doordenking als die van ds. Smit ook geen moeite moeten hebben. Persoonlijk vind ik zelfs dat ze die zouden moeten toejuichen: het juiste gebruik van deze belijdenis, binnen de perken die de Heilige Schrift stelt, wordt erdoor bevorderd.

Maar waar blijven we, als je over de formulering mag discussiëren? Ik zou zeggen: we blijven alleen ergens als we blijven in Hem. "Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen", zegt Jezus in Johannes 15. Het is in datzelfde verband, dat Jezus zegt: "Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen".
Laat ik eindigen in India. Toen ik aan ds. Roy vroeg of al die nieuwe gelovigen de uitverkiezing werkelijk begrijpen, toen antwoordde hij: "Als ze de Here Jezus werkelijk hebben leren kennen, dan begrijpen ze het". En dat is een fundamentele waarheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief