een christologie van Boven
1997-05-02
Onlangs las ik een artikel van David M. Ball, I am... The 'I Am"'- Sayings of Jesus andReligious Pluralism. Het verscheen in een door A.D. Clarke & B.W. Winter uitgegeven bundel One God, One Lord. Christianity in a World of Religious Pluralism (Grand Rapids: Baker Bookhouse 1992). Hier treft men evangelische theologie op haar best aan over een onderwerp dat ook ons raakt: het christelijk geloof in een religieus plurale samenleving. Een boek dat het waard is in het Nederlands vertaald te worden.- Jaargang 41
- nummer 9
Ik geef het een en ander door van wat ik bij Ball las.
Ik ben Hij
We komen die woorden vrij regelmatig tegen in het tweede deel van het boek Jesaja: 41:4, 43:10,13, 46:4,9, 52:6 bijvoorbeeld. In de Nederlandse vertalingen zijn ze echter niet letterlijk weergegeven; vaak wordt er vertaald met Ik, Ik ben het. De behoefte aan wat gangbaarder Nederlands is natuurlijk begrijpelijk maar doet wel wat tekort aan het Hebreeuwse taaleigen.
Kort en krachtig wordt in deze woorden beleden dat de Heere, en Hij alleen, God is en niemand anders. Hij, en Hij alleen, redt en verlost, zodat de ballingen naar Jeruzalem kunnen terugkeren. En geen god van Babel die daar iets aan veranderen kan. Ik ben Hij; mijn naam is Jahwe. Dus jullie kunnen er wel op rekenen dat de terugkeer naar Jeruzalem een feit is.
Deze woorden komen voor in een context, waarin het heil absoluut zeker en heel exclusief van God komt.
Ik ben
Deze twee woordjes komen we nogal eens tegen in het Johannes-evangelie, bij voorbeeld in hst 8, dat zijn hoogtepunt bereikt in Jezus' uitspraak in vs 58: eer Abraham was, ben ik. Er is al vaker op gewezen, en ook Bali doet dat, dat Jezus' Ik ben - uitspraken gelezen moeten worden tegen de achtergrond van deze woorden inII Jesaja. Soms wordt wel gezegd dat zo de vroege christenen een heel speciale band legden tussen God en Jezus. Dat klinkt mooi, en het levert een zogenaamde christologie van beneden op. Jezus is een heel speciaal, ja uniek mens. Maar het is veel te weinig. Jezus is volgens Johannes nu eenmaal veel meer. Hij identificeert zich in deze Ik ben - uitspraken met God, die zichzelf in II Jesaja aankondigt met Ik ben Hij. Jezus noemt zichzelf de Ik ben Hij, geheel in overeenstemming met Joh. 1:14: God werd vlees. Vaak staat er in het Johannesevangelie nog iets achter de woordjes ik ben: de deur, het licht, de goede herder, het brood des levens. En dat is Jezus allemaal ook juist omdat hij de Ik ben Hij is. Hij is God in het vlees verschenen om te sterven aan het kruis om een in zonde verloren mensheid te verlossen. Het heil komt absoluut zeker en heel exclusief van Jezus.
Daarom zegt Jezus in Joh. 8:28 ook tegen zijn discipelen dat ze zullen zien dat 'ik het ben', wanneer hij verhoogd, dat is: gekruisigd wordt. Juist aan het kruis komt Jezus' ware God-zijn op het scherpst aan het licht. Juist dààr komt zijn 'Ik ben Hij' op onweerstaanbare wijze tot uitdrukking, geheel overeenkomstig Jesaja 53. Het wordt bevestigd door zijn opstanding en hemelvaart.
Val en opstanding
Deze woorden krijgen Jozef en Maria in de tempel te horen van Simeon de profeet op de dag van Jezus' besnijdenis.
Hij zal tot een val en opstanding zijn voor velen in Israël, en sindsdien voor velen onder de volkeren bovendien.
Juist vandaag de dag kunnen we dat zien. In een religieus plurale samenleving, waarin het aankomt op een goede samenwerking tussen de aanhangers van verschillende religies, vormen deze woorden van en over Jezus een struikelblok. Joden en Islamieten vallen erover; en er zijn christenen die in naastenliefde proberen deze rotsvaste woorden uit de weg te ruimen. Dat kan alleen maar ten koste gaan van de Ik ben Hij, van God die zich alleen laat kennen in en door Jezus van Nazareth, God in het vlees verschenen. Goede nabuurschap en politieke samenwerking moet ons allemaal buitengewoon ter harte gaan in een religieus plurale wereld. Respect voor de religieuze overtuigingen van anders-gelovigen moet ons als christenen in het hart gebrand staan. Maar de ene naam opgeven, waarin behoud gelegen is, kan niet! Een christologie van beneden is vallen over het ware God-zijn van Jezus. Wij hebben ook vandaag nog een christologie van Boven nodig. Hij zal ook tot een opstanding zijn. Wie hem belijdt als de Zoon van God, heeft het eeuwig leven. Het evangelie kan inderdaad in drie woorden worden uitgespeld: Ik ben Hij. Maar het heeft wel getuigen nodig, die er tekst en uitleg bij geven.
Dat doet de kerk dan ook in de zending temidden van christenen en niet-christenen waar ook ter wereld.