Wat mij bezielt!?
1997-05-02
Voordat de Opbouwdag begon, kwam de voorbereidingscommissie nog even bij elkaar. Het was een team geworden dat elkaar goed had leren kennen.- Jaargang 41
- nummer 9
Er werd gebeden om een zegen voor de mensen die een actief aandeel zouden hebben en voor de bezoekers. Daarna werden de laatste zakelijke aspectennog even doorgenomen. En toen werd het spannend..... Hoe zou deze dag verlopen?
De traditionele jaarvergadering van Opbouw trok de afgelopen jaren een voor het merendeel vergrijzend publiek. Je zag er steeds dezelfde mensen. En dat ondanks goede sprekers met inleidingen die het dagelijkse leven van christenen betroffen. Die vaste kern van bezoekers gaf zo'n dag iets vertrouwds. En natuurlijk: grijs is meer dan welkom, maar waar blijft de rest? Zou het met de nieuwe opzet lukken om andere mensen te trekken?
Mijzelf
Als ds. Willem Smouter de dag opent, zit de Jeruzalemkerk veel voller dan in voorgaande jaren. De dagvoorzitter legt nog eens het 'waarom' van deze nieuwe vorm uit. Het thema van de dag: Wat mij bezielt!? lijkt op het thema van de Boekenweek (mijn God). In ieder geval zijn ze uit dezelfde lucht geplukt. Je ziet bij beide thema's een accent naar het kleine, naar mijzelf. Dat kan een verontrustend signaal zijn: de individualisering, de volkomen versplintering van de samenleving. Het kan ook een boodschap zijn van zeer persoonlijke toewijding, zoals verwoord in de catechismus: mijn enige troost.
Opdracht
Dan opeens is er een opdracht. Net als iedereen wil gaan luisteren, worden de deelnemers aan het werk gezet. Modern en interactief: betrek de mensen. Er moeten drie vragen worden beantwoord:
1) Wie is God voor mij?
2) Wat betekent de kerk voor mij?
3) Schrijf nog eens de antwoorden op, en doe dat op zo'n manier, dat de persoon die u in gedachten heeft, het kan begrijpen.
Alle bezoekers hebben een speciale pen gekregen; de ruimte in het programmaboekje kan gebruikt worden voor de antwoorden. Af en toe ritselt er een papier, maar de stilte is indrukwekkend.
Het is de stilte van een klas die ingespannen een proefwerk maakt. Of is het, zo vraag ik me af, de stilte van de Heilige Geest die hier aan het werk is? Overigens - even een tip - dezelfde vragen kunnen (zo is inmiddels mijn ervaring) ook goed gebruikt worden op een gesprekskring en waarschijnlijk ook op catechisatie.
Zingen is tweemaal bidden
Zingen is twee maal bidden. Muziek is een manier om te uiten wat jou bezielt.
Niet voor niets past de muziek vaak ook binnen een bepaalde cultuur.
Broeder Frans van Egmond uit Alkmaar is organist en dirigent van een aantal koren in Noord-Holland. Hij is net terug van een muziekconcours in Darmstadt. Vandaag leidt hij als dirigent en als voorzanger de zang in de Jeruzalemkerk. De voorzitter van de persvereniging, broeder J. Nugteren uit Voorschoten, beroert de toetsen van het orgel. Eerst wordt een bewerking van Psalm 146 gezongen. Later op de ochtend zingen we een lied van dr. A.F. Troost uit de bundel Zingend Geloven. De wijs is die van Psalm 68, maar ons wordt uitgelegd dat we dat lied toch altijd verkeerd zingen. Thuis nog maar eens oefenen. Tenslotte zingen we uit het Liedboek Lied 387. Dat is een canon, maar dat je het na een paar minuten ook met 8 partijen kunt zingen, dat had ik niet verwacht.
Iemand zegt na afloop: "Typisch Gereformeerd.
Allemaal tegen elkaar in, maar we eindigden toch gelijk".
Brieven
Er worden vandaag vier brieven voorgelezen.
Vooral tijdens de eerste brief is het muisstil in de zaal. De brief blijkt later veel reacties op te roepen, want het probleem is zeer herkenbaar. Het is niet het probleem van een bepaalde gemeente; we lijken er als gemeenten vaak geen raad mee te weten. Het maakt niet uit waar het is - om maar een willekeurig rijtje te noemen - het is het pastorale probleem van Heemstede, Heerde, Heerenveen, Den Helder en Hengelo. Hoe ga je als kerkelijke gemeente om met mensen die moeten ervaren dat hun kinderen de kerk vaarwel zeggen. Dat verdriet blijkt een rouwproces tot gevolg te hebben.
De tweede brief gaat over een ontmoeting met Iraanse asielzoekers.
Ook die brief komt recht uit het hart.
Waarom moet ik met die mensen praten, ik weet helemaal niet hoe dat moet.... En dan een dochter die juist op dat moment een bemoedigend woord spreekt, net zoals de Here tot Mozes.
De derde brief is een brief van een dochter aan haar vader. Ik weet dat u gelooft, maar we hebben het er zo weinig over. Ik wil graag dat geloof met u delen....
De vierde brief wordt voorgelezen door een vrouw die nog maar kort lid is van een kerkelijke gemeente. Na een lange zoektocht heeft ze mogen ervaren wat het geloof voor haar persoonlijk kan betekenen. Daarbij waren de christenen die haar in de gemeente hebben opgevangen van groot belang.
Er blijven vragen, maar er is ook veel rust en dankbaarheid.
Drama en mime
Van geheel andere aard dan het gesproken woord was het drama dat werd uitgevoerd door een groep uit de gemeente De Hoeksteen. In deze kerkelijke gemeente vormt uitbeelding door middel van drama meestal een onderdeel van de kerkdiensten. In het drama werd een conflict tussen twee buren uitgebeeld. Midden in de nacht geluidsoverlast, een defecte heggenschaar, een kopje suiker. Voor sommige deelnemers was het even zoeken naar de boodschap achter dit zeer expressief uitgevoerde drama, maar voor wie goed zocht was het thema van de dag zeker aanwezig.
Petronell van de Werf had een balletschool, totdat ze 6 jaar geleden God opnieuw leerde kennen en liefhebben in onze Heer Jezus. Ze werkt nu vooral als danstherapeute, met als specialisatie 'slachtoffers van seksueel geweld'. Ze voerde op muziek twee dansen uit. De eerste had als thema: 'Waar is God als het leven chaotisch en bedreigend is?' Het antwoord: 'Keer om, betrek God erin!' Het tweede thema ging over het maken van keuzen. Jezus was mens. Hij kende vreugde, drukte, pijn. Maar hij wist ook wat het belangrijkste is: wat je niet kunt kopen en niet kunt verliezen.
Kiezen voor Hem betekent dáárvoor kiezen.
In onze kerken hebben we ons sterk georiënteerd op het gesproken woord.
Dat moet het doen. Van christenen uit andere landen kunnen we leren dat er meer vormen zijn om God te dienen.
Uit het drama van De Hoeksteen en uit de dans van Petronell van de Werf konden de bezoekers aan de Opbouwdag zien dat je ook God kunt dienen door uitingsvormen met ons lichaam.
Het vissersbootje en De Haven
Ds. Ruard Ganzevoort zou inhoudelijk inhaken op de voorgelezen brieven.
Helaas is hij - als gevolg van een ongeval - verhinderd. Zijn plaats wordt ingenomen door Jeannette Westerkamp-Stegeman. Ze haakt o.a. in op het thema van de Ontmoetingsdag 1996, toen dr. Ganzevoort zich afvroeg of we niet met zijn allen als christelijke kerken bezig zijn onze ondergang tegemoet te varen, zonder dat we het zelf beseffen (Going Titanic First Class). In de zending heeft ze gezien wat zaaien betekent. Ze zaaide in de tuin in Ruanda zaadjes voor tomatenplantjes.
Wat een teleurstelling: er kwam niets op. Maar ergens anders stonden opeens wel jonge tomatenplantjes.
De zaadjes waren daar terecht gekomen met het stof dat ze uit huis had geveegd. Dat beeld laat ook zien wat afhankelijkheid van de Heer betekent. Ook ten aanzien van onze kerken gebruikt Jeannette een voorbeeld: het beeld van vissersbootjes.
We zijn geen grote, nauwelijks wendbare oceaanstomer. De kerken nemen als kleine vissersbootjes de kleur aan van de plaatselijke situatie, terwijl de leer wel beschermd wordt.
Er was nog een brief uit onverwachte hoek. Ds. Peter Strating stuurde een brief over een Afrikaanse vrouw die in Den Haag in de prostitutie terecht kwam. Ze overleed enkele dagen voor de Opbouwdag. Ook deze brief maakt een diepe indruk op de aanwezigen.
De collecte tijdens de dag is bestemd voor het werk van Stichting De Haven (evangelisatiewerk onder prostituées), waar ds. Strating nauw bij betrokken is. De opbrengst bedraagt bijna 1600 gulden.
Knorrende magen
In de loop van de ochtend zijn magen gaan knorren. Hoogste tijd voor de pauze. Het kosters-echtpaar van de Jeruzalemkerk heeft zich ingespannen om alle hongerige magen te vullen.
Zo'n pauze is ook bijzonder geschikt voor ontmoeting. Er wordt veel nagesproken over de invulling van deze dag. Een zeer enkele bezoeker kan zich minder vinden in de vormgeving of in het thema van de dag. Veruit de meeste reacties zijn echter zeer positief.
"Dat moeten jullie vaker doen." " Volgende keer kom ik weer." Een oudere zuster en trouwe bezoekster van de jaarvergaderingen: "Ik was niet van plan om te gaan, want ik hou meer van een stevig referaat. Maar een kennis heeft me over de streep getrokken, gisteravond besloot ik pas om wel naar Utrecht te komen. En nu zeg ik: zo'n dag vergeet je nooit meer; dit blijft je bij!"
Discussiegroepen
In tegenstelling tot de verwachtingen blijven bijna alle bezoekers ook 's middags.
Dat is een goed teken: men wil kennelijk dóórpraten. Het is dus maar goed dat er - naast de zaalruimtes in de Jeruzalemkerk - nog ruimtes elders, in het nabijgelegen zorgcentrum De Lichtkring, zijn gereserveerd.
Ondanks de regen gaan 5 groepen goedgemutst op weg; het voordeel van de frisse neus weegt ruimschoots op tegen het nadeel van een nat pak.
Slechts één bezoeker heeft De Lichtkring niet kunnen vinden; hij sluit zich later maar aan bij een groep in de Jeruzalemkerk. De 15 discussiegroepen hebben een aantal vragen meegekregen.
In iedere groep verloopt het gesprek weer anders, maar het is wel duidelijk dat het thema aanslaat en dat het ochtendprogramma een diepe indruk heeft gemaakt. Alle groepen brengen steekwoorden en korte zinnen uit het groepsgesprek mee naar de Jeruzalemkerk; daar worden ze op een bord gehangen. Het is wel dringen voor het bord; veel mensen blijken nieuwsgierig naar de 'uitkomsten'.
Veel reacties betreffen de eerste brief: het verdriet rond de kerkverlating; andere gaan over de inhoud van de dag. Een paar reacties: "Fantastisch.
En nu verder!" "Het gaat niet alleen om ervaring. Ook de kennis is belangrijk!"
"De kerk moet durven experimenteren."
"Probeer toch maar eens de taal van vandaag, ook in de kerk!"
"Een algemeen gevoel van ontroering over deze dag." "De gemeente is een weide." "Kinderen mag je nooit afschrijven en uitschrijven." "Niet alleen ouders raken een kind kwijt; de andere gemeenteleden raken een broer of een zus kwijt!" "We hebben in onze kerk minder koffiezetters en meer straatvegers nodig." "Te gek toch, dat ik geloof!"
Godsbrief aan ons De oudste brief die we kennen is Gods brief aan ons: de Bijbel. Jeannette Westerkamp leest enkele gedeelten uit de Bijbel voor. Bij het lezen uit de Bijbel hoort ook het bidden.
Alle bezoekers krijgen de gelegenheid om in stil gebed degene aan God op te dragen aan wie ze vanmorgen wilden vertellen wat het geloof en de kerk kan betekenen in het leven.
En natuurlijk wordt er ook nog gezongen.
Want: in ons zingen geven we iets van onze bezieling weer en.... zingen is twee maal bidden.
Voor de volhouders is er daarna nog de Jaarvergadering van de Gereformeerde persvereniging Opbouw. Als God het wil is er over twee jaar weer een Opbouwdag. Het thema van die dag is nu nog een verrassing. Maar hopelijk bent u dan ook van de partij....