Loods

1997-10-31
  • Jaargang 41
  • nummer 22
Wie door de Geest van God geleid worden, schrijft Paulus in Rom 8: 14, zijn zonen van God. Kind van God zijn is geen natuurlijke zaak, niet iets waar je om zo te zeggen vanzelf inrolt. Om kind van God te zijn moetje erkennen, datje uit jezelf de weg naar God niet vinden kunt en hopeloos verdwaalt. Zolang we op eigen kompas een eigen koers varen, zijn we geen kinderen van God. Als een schip een haven wil binnenvaren en dwars door allerlei zandbanken moet koersen, heeft het een loods nodig. Als het schip weigert de loods aan boord te nemen en zich niet aan diens leiding wil overgeven, komt het niet in de haven. Zo hebben ook wij een loods, een gids, nodig om de haven binnen te komen: de Heilige Geest. Hij bepaalt onze koers en route. Hij zorgt ervoor dat we niet vastlopen op de zandbanken.
Alleen wie het stuurwiel van zijn leven en zijn plaats op de brug uit handen wil geven en afstaat aan de Heilige Geest, is kind van God. Daar hoef je geen angst voor te hebben, voegt Paulus eraan toe. Die angst is wel menselijk.
Er zijn mensen dieje gewoon niet bij een ander in de auto moet laten meerijden, omdat ze permanent zitten mee te sturen en de neiging hebben het stuur vast te pakken en van de ander over te nemen.
Ze zijn bang zich aan de leiding van die ander over te geven. Zo is de mens ook geneigd bang te zijn, als hij de leiding van zijn leven moet overdragen aan de Heilige Geest. Voor die angst is geen reden, zegt Paulus.
De Geest pakt ons onze vrijheid niet af Hij maakt ons niet tot slaven, maar bevrijdt ons juist van onszelf fundamentele slavernij en maakt ons tot zonen van God. Want waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief