Waarden-volle opvoeding

1997-05-16
  • Jaargang 41
  • nummer 10
Wie in onze tijd de menselijkheid centraal wil stellen, moet zich bijna als dissident opstellen. Onze tijd versnelt, de samenleving valt uit elkaar (‘fragmentarisering’), er is sprake van individualisering, we hebben weinig tijd meer voor elkaar. Er is nauwelijks ruimte om ons te bezinnen op zingevingsvragen. Daarom is een klein moreel beraad op zijn plaats.

Aldus drs. Jacques de Bruyn, voorzitter van de VCPB (1). Nu zal een club van pedagogen zich altijd moeten bezinnen op vragen naar het 'waarom' van de opvoeding. Wat is de zin van ons handelen, wat geven we de kinderen mee?
Maar juist in een periode waarin in de samenleving weinig tijd is voor zingevingsvragen, zal er extra tijd moeten worden ingeruimd voor vragen naar de zin achter ons pedagogisch doen en laten. De sfeervolle woonkamer vanL'Abri in Utrecht vormde een dag lang het decor voor de ontmoeting tussen een 30-tal pedagogen en mensen uit het onderwijs. De opkomst viel tegen, maar de inhoud van de dag was er niet minder om.

Hoe geven we de jongeren iets mee?
Eerst werden de pedagogen zelf aan de tand gevoeld. Wat zijn voor jou belangrijke waarden? Dat waren bijvoorbeeld: respect, blijdschap, kunnen zijn wie je bent. Maar hoe geef je die waarden dan mee? Een bloemlezing: uit onderzoek blijkt dat het bevestigend omgaan van groot belang is. Als iemand niet het gevoel heeft dat hij er mag zijn, wordt het erg moeilijk om lief te hebben. Fantasie, gevoel voor schoonheid, is ook een belangrijk thema. Het is een verwaarloosd terrein binnen de opvoeding; toch zijn veel jongeren bezig met vragen over wat mooi is. Eerlijkheid: ook een centraal thema.
Eerlijk zijn naar jezelf, naar je naasten, naar God: dan wordt het leven goed.
Maar hoe leg je dat uit aan een puber?

Kritiek op het onderwijs
De opmerkingen van Ton Senf (zie het kader) vormden de aanzet voor een discussie over het onderwijs. Werkt het huidige onderwijs-systeem niet infantiliserend: houdt het de leerlingen niet kunstmatig 'kinderachtig'? En hoe komt dat dan? Vermoedelijk ook doordat zowel leerlingen als docenten opgaan in de massa. Er is geen ruimte meer voor de persoonlijke relatie. En juist dat individu is, zo zagen we bij Senf, wél aanspreekbaar. De hervormingen van het Ministerie richten zich op de effectiviteit van het onderwijs. Men dacht dat een grote school eftectiever zou zijn.
Inderdaad kunnen we niet ontkennen dat er betere prestaties mogelijk zijn.
Dat gaat echter ten koste van het emotionele en het morele aspect, van het elkaar kunnen aanspreken. De winst in het systeem leidt tot verlies aan morele waarden. "De kaalslag vanuit Zoetermeer leidt tot grote gaten in de morele opvoeding. Die schade valt nauwelijks in geld uit te drukken", aldus één van de deelnemers aan de discussie.

Checklist voor moraliteit
Indrukwekkend was een lezing van Dr. L.J.H. van Spengler, voormalig adviseur van de Minister-President.
Van Spengler kwam op latere leeftijd met het christelijk geloof in aanraking.
Hij maakt zich zorgen over de maatschappelijke ontwikkelingen, maar hij verbaast zich evenzeer over de houding van de kerken. Ook bij hem zouden we (net als tijdens de Ontmoetingsdag) het thema 'Going Titanic first Class' kunnen noemen. De samenleving staat in brand, maar in de kerk heeft men het over heel andere dingen.
"Als je daar over nadenkt, ga je je zorgen maken," aldus Van Spengler.
"Bezoek maar eens een willekeurig verpleeghuis in Amsterdam. Daar worden mensen verzorgd die een heel jaar geen bezoek krijgen. "Heer, er is niemand die naar mij omziet. " Je wordt bepaald niet vrolijk van deze situatie, maar hoe blijf je toch nog optimistisch?
Hoe vorm je in deze tijd nieuwe waarden?
Door er over te communiceren!
Door je je geloof bewust te zijn, kun je richting geven aan je gedrag en kun je prioriteiten stellen. In onze waarden openbaart zich iets wat buiten ons is.

Checklist
Hoe kun je nu aan die waarden toekomen?
Van Spengler had voor zichzelf een checklist gemaakt.
1. Kijk naar je eigen gedrag. Niet eindeloos doorgaan met handelen, maar ook even stil staan en oog hebben voor waar je mee bezig bent. Oude waarden kunnen zo soms in een nieuw jasje terug komen. Bijvoorbeeld: vroeger zorgde de zuinigheid voor milieu-verantwoordelijk handelen, nu komt daar respect voor de Schepping voor terug, omdat we zien dat het fout gaat.
2. Ontwikkel een fundamentele twijfel voor eigen waarden en voor die van anderen. In de orthodoxe kerken wordt twijfel als zeer gevaarlijk gezien. Datzelfde zien we in organisaties waar het niet goed gaat. Maar soms moet je juist twijfelen, om tot de werkelijke waarden te komen. "Wat is dor hout en wat wil je bewaren?"
3. Zelfvertrouwen ("ik mag er zijn; uiteindelijk komt het toch goed") is een voorwaarde om twijfel toe te staan. In het geloof: vertrouwen hebben dat er vergeving is (genade), zodat men fouten mag maken en toch door mag gaan.
4. Om het vertrouwen te kunnen laten groeien is een dialoog nodig. Dus niet: het is zo, ''want'' het is zo. Je kunt een dialoog met jezelf voeren ('heen-en-weer-praten'), maar ook met de ander.
In de kerken wordt, aldus Van Speng Ier, nog te vaak een monoloog gevoerd. Denk aan de klassieke discussies over homofilie. Zo'n monoloog schaadt op den duur het vertrouwen en werkt groei-belemmerend.
5. Het is belangrijk om ook betrokkenheid op anderen te ervaren. Denk aan het voetballen: je leert de regels en je ervaart dat voetballen leuk is. Het christendom kan ook leren van andere culturen.
Japanners hebben een heilig ontzag voor een berg. We noemen dat animisme. Maar zou het voor onze westerse cultuur niet goed zijn om ook eens te leren ontzag te hebben voor zo'n berg? De arrogante westerse cultuur zegt dat je zomaar een berg mag afgraven. Maar zegt het christelijk geloof niet ook dat we respect behoren te hebben voor Gods Schepping?
6. Waarden groeien vaak in de confrontatie met het ongewenste. Een vredesbeweging groeit pas als er oorlog is, een milieubeweging als het milieu bedreigd wordt. De 10 geboden leren ons de wet kennen, confronteren ons met het ongewenste en scherpen daarmee ons normbesef.
7. Van groot belang is het hebben van voorbeelden: mensen aan wie je kunt zien dat waarden waardevol zijn; in de theorie én in de praktijk.
8. Om met waarden om te kunnen gaan, moet je creatief kunnen handelen, los van de bestaande situatie. "Als onze voorvaderen niet kritisch hadden nagedacht over de slavernij, hadden we nu nog - gebaseerd op teksten uit de Bijbel - de slavernij gerechtvaardigd." Datzelfde geldt ook voor de positie van de vrouw. Juist het christendom is hierin vernieuwend: het kan anders!
9. Het leren van waarden gaat met vallen en opstaan gepaard, met pijn en moeite. En toch weet je dat het gaande houden van dit proces aantrekkelijk is.
Je bent als persoon kwetsbaar en toch ga je ermee door, want er is een meerwaarde.
In de mens die worstelt met deze weerbarstige wereld zit een openbarend element voor ons. Er is rouw, er is angst, maar er is méér. Vanuit ons christelijk geloof weten we dat er meer is: er is hoop!

Allochtone jongeren en Nederlandse waarden
Een andere ingang bood het verhaal van Bob Horjus. In de samenleving zien we een groeiende criminaliteit bij allochtone jongeren. Vooral Marokkaanse jongeren vallen tussen de wal en het schip. Horjus is betrokken bij een project om te kijken hoe er weer aansluiting kan groeien tussen Marokkaanse jongeren en de Nederlandse samenleving. Bij zijn onderzoek bleken jongeren vaak wel een eigen verklaring te hebben voor hun gedrag. "Een meisje dat 's nachts op straat loopt, vraagt om moeilijkheden". 'Wie daar zijn fiets neerzet, vraagt erom dat hij gestolen wordt". In gezinnen: "Incest mag, zolang je maar lief bent voor elkaar." (overigens: deze manieren om het eigen gedrag te rechtvaardigen komen zowel in allochtone milieus als in Nederlandse gezinnen voor).
Een heikel punt voor allochtone jongeren is daarnaast dat men niet meer weet 'waar' men bij hoort, bij wie men hoort en wat de gemeenschappelijke waarden zijn. Voorzover men waarden (h)erkent, heeft men er vaak geen binding aan. OK, je mag geen rommel op straat gooien, maar wat heb ik daarmee te maken? Vaak wordt gedacht dat de ouders van Marokkaanse jongeren geen waarden proberen over te dragen. Het tegendeel is waar: ze zijn eerder onmachtig als gevolg van de twee culturen waar ze in moeten leven.
Marokkaanse ouders begrijpen niet hoe onze samenleving in elkaar zit. Hoe kan dat nou, die televisieprogramma's vol met seks en geweld, in een christelijk land? De Marokkaanse waarden die ze proberen over te brengen op hun kinderen landen echter weer niet in de Nederlandse context. Waarom moet een meisje met een hoofddoek lopen?
Allochtone jongeren begrijpen de achtergronden van de Marokkaanse waarden niet, maar evenmin de context van de Nederlandse waarden. Een dure auto is heel mooi, maar waarom moet je daar zoveel schooldiploma's voor halen? Dat heeft toch niets met elkaar te maken?

Argwaan verminderen
Wat vindt de gemiddelde Nederlander van allochtone jongeren? Het antwoord: 'ze' moeten zich maar aanpassen!
Juist die houding is, volgens Horjus, fnuikend voor de toekomst. Wie zo met de vinger wijst schept afstand.
Marokkaanse ouderen én jongeren reageren daardoor met nog meer argwaan op de Nederlandse samenleving.
En: als iets toch niet van jou is (het Nederlandse cultuurgoed), dan hoef je er ook niet zuinig mee om te springen.
Het ontbreekt dus aan een gemeenschappelijke basis. Ouders zouden een brugfunctie van cultuur naar cultuur kunnen vervullen, maar door het wederzijdse wantrouwen wordt er geen brug geslagen. Criminaliteit ontstaat daar waar mensen 'niet op de normale manier aan waarden kunnen komen', aldus Horjus. Vaak gaat dit samen met een knauw in het zelfvertrouwen. Bijvoorbeeld: je komt naar Nederland met het idee dat je vader erg rijk is; en dan blijkt dat hij een eenvoudige arbeider in een volksbuurt is: iedereen lijkt op hem neer te kijken. Wat heb je nodig om toch een brug te slaan? Er zijn de afgelopen jaren veel vaardigheidstrainingen ontwikkeld. Jongeren leren er een vak.
Ter relativering: daarnaast lopen er 100.000 kansloze jongeren op straat, terwijl er voor maximaal 2.000 jongeren plaats is in die programma's. Helaas blijkt het met de effectiviteit van deze trainingen droevig te zijn gesteld. Het enige wat kan helpen is een combinatie: én het leren van vaardigheden én de omgang met waarden. Het failliet van de moderne samenleving blijkt uit het feit dat men de waarden vaak vergeet.
En een waarden-loze samenleving gaat snel zijn ondergang tegemoet.
Het is belangrijk om eerst de mens te ontmoeten. Een ontmoeting van mens tot mens leidt tot minder argwaan en maakt het gesprek mogelijk.
Wat staat er ook alweer in de Bijbel over de omgang met onze gasten? Wat is ook alweer de waarde van onze waarden?

1) VCPB= Vereniging van ChristenPedagogen enBeroepsopvoeders.

Meneer, dat kan toch niet?
Ton Senf, directeur van de Stichting Christelijk Studiecentrum ICS en daarnaast werkzaam op een scholengemeenschap in Amsterdam-Noord, liet een kilometerteller zien van een fiets. De teller had het begeven om 10.07 uur. Dat was in de pauze. Een leerling had er een aansteker onder gehouden; de bedrading was gesmolten, de teller had door de hitte een grillig uiterlijk gekregen. De eigenaar kwam naar hem toe met de mededeling: "Meneer, dat kan toch zomaar niet? Ik heb die teller deze week voor mijn verjaardag van mijn ouders gekregen." Aanvankelijk wilde Senf er geen werk van maken. Zo'n vergrijp; het komt dagelijks voor en wie laat die teller nu op school aan zijn fiets zitten? Toch ging hij met de teller de klas in. Hij stelde aan de leerlingen de vraag: "Waarom kan dit niet?" Iedereen was van mening dat dit zo niet kon. Het was asociaal, de daders waren zeker niet opgevoed, ze moesten maar van school worden gestuurd: een boekje vol oordelen en straften.
En dat terwijl de daders mogelijk in dezelfde klas zaten..... Het antwoord van de samenleving op criminaliteit op het schoolplein is: video-systemen, bewaking, meer controle, alles driedubbel op slot. En in een gesprek in de klas is iedereen het er over eens dat dit zo niet kan. Maar waarom gebeurt het dan toch? Kennelijk wéét men de waarden, maar in een anonieme sfeer mankeert het aan de uitvoering.
Trouwens: docenten weten maar al te goed hoe goed leerlingen op de hoogte zijn van de regels. Als er maar een seconde kan worden aangewezen waarop de Ieraar faalt, wordt hem dat direct voor de voeten geworpen..... De beste manier waarop er nog iets blijft hangen is de persoonlijke relatie, zoals deze o.a. door ouders via de opvoeding gestalte krijgt. En soms helpt de wet ook een handje mee om te leren omgaan met waarden en normen. Maar in een tijd waarin je als docent ouders soms alleen nog maar via de fax en het antwoordapparaat kunt bereiken, kun je je afvragen hoe het met de persoonlijke relatie gesteld is.....

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief