Het groeiproces van Gideon
1997-11-14
De Here ziet in de onzekere Gideon een dappere held schuilgaan, zoals een beeldhouwer in het ongevormde marmer reeds een kunstwerk aanwezig ziet. Met zorg gaat Hij met Gideon aan de slag. Dat vormingsproces draagt lessen voor ons leven in deze wereld met zich mee.- Jaargang 41
- nummer 23
Gods geduld
Allereerst zien we het geduld en de tact van de Here. In de wijnpersbak zegt Hij tegen Gideon dat hij een dappere held is, en geeft Hij hem de opdracht om de strijd aan te binden tegen Midian. Dit wil Gideon pas geloven als hij zeker weet dat deze bode de Here zelf is. De Here gaat daar op in, en door met vuur uit de hemel Gideons offer te verteren, bewijst Hij wie Hij is. God komt tegemoet aan Gideons onzekerheid en twijfel. En dat wil Hij ook doen bij ons. Onze onzekerheid om met Hem op weg te gaan, is voor Hem geen belemmering. Hij neemt ons inclusief onze vragen serieus, en gaat tegelijk doelgericht verder.
De afgoden
De eerste taak die Gideon moet uitvoeren is het uitroeien van de vruchtbaarheidsafgoden die een vernietigende invloed hebben op de kinderen van de Here. Het altaar en de gewijde paal van Baäl die de tuin staan van zijn vader moeten worden vernietigd. Eigenlijk is er sinds toen vergeleken met nu niet veel veranderd. De goden van toen zijn ten diepste niet veranderd, omdat de mens niet is veranderd. De goden vandaag in Nederland zijn een volle portemonnee, commerciële TV-stations, een comfortabel huis en goede vakanties - en dat alles overgoten met een saus van religieus besef. Dit zijn de ingrediënten voor geluk. En die afgoden dringen zich ook op in het midden van de kinderen van Gods volk. De god van de vruchtbaarheid en de god van de welvaart zijn twee takken van dezelfde boom. Gideon durft die paal en dat altaar niet goed te verwijderen. En daarom doet hij het maar 's nachts. Maar dat is niet erg, het gaat er om dát hij het doet. Zo zet de Here de volgende stap in het proces van zijn vorming. Ook wij vinden het moeilijk om de afgoden van onze tijd weg te bannen uit ons leven. Er was een broeder die vertelde: 'Uiteindelijk heb ik mijn aandelen verkocht, ik kon de onrust van de zich steeds wijzigende koersen niet aan'. Als aandelen tot zonde verleiden moeten ze worden uitgerukt. Niet de vakanties, niet ons huis, niet onze bankrekening geven ons een gelukkig hart. De Here zelf wil vanuit Zijn bron geluk geven.
Midian
Nu de eerste vijand is uitgeschakeld, ontstaat er ruimte om de tweede aan te pakken. Dat zijn de kwaadaardige Midianieten die het land plunderen. Doordat Israël de Baäl vereerde had God Zijn bescherming van Zijn volk afgetrokken, en was Israël kwetsbaar geworden voor de vijand. Hun vertrouwen op wereldse krachten als de vruchtbaarheidsgoden, maakte hen veel kwetsbaarder voor andere wereldse krachten, de Midianieten. Dat werkt vandaag nog zo. Wie teveel waarde hecht aan zijn huis, vakantie, portemonnee en noem maar op, wordt veel kwetsbaarder voor andere krachten als hebzucht, jaloezie, overdreven bezorgdheid voor eigen bezit. Het zijn even zo vele vijandige machten die het . op Gods volk voorzien hebben. Gideon blaast op de hoorn om de stammen op te wekken tot de strijd. En de stammen staan op, en sluiten zich bij Gideon aan. En wat is het goed om ook in de gemeente samen op te trekken in de strijd. Dat we niet in ons eentje worstelen met eerzucht, met jaloezie, met frustraties omdat bijv. ons inkomen terugloopt. En het gaat niet alleen om bezit. Het kan ook zijn dat we oorlog moeten voeren tegen de invloed van moedeloosheid of lauwheid.
De ontdekking dat ook anderen die strijd voeren verdrijft de eenzaamheid in die strijd. Durven we daarin kwetsbaar te zijn? Durven we elkaar te steunen in die strijd die we persoonlijk zo moeilijk vinden? Samen vormt de gemeente het leger dat de Here op pad stuurt. Zo mobiliseert Gideon het volk van God en groeit steeds verder naar het beeld van de 'dappere held' dat God voor ogen staat.
Eigen onzekerheid
De derde vijand die Gideon tenslotte tegemoet moet treden is de moeilijkste. Het zijn de zwakheden van zijn eigen karakter. En dat geldt misschien ook voor ons. We hebben de moed gehad om de verlangens van de wereld af te wijzen, en we hebben de moed gehad om met onze medebroeders en zusters op te trekken in de strijd door onszelf kwetsbaar op te stellen. Maar toch blijft er iets haperen. Er is geen overgave van honderd procent. Dat leidt naar de geschiedenis van de schapenvacht die Gideon uitlegt op het gras. Er zijn christenen die dit zien als een teken van groot geloof. Maar is dat wel zo? De reden waarom Gideon het hier doet, is niet zozeer een teken van geloof, als wel van twijfel. Hij wist precies wat zijn opdracht was, maar de moed zakt hem nu in de schoenen. Hij heeft nog steeds iets van de man in de wijnpersbak, en daarom heeft hij behoefte aan versterking van zijn geloofsvertrouwen. Wat is het dan een troost als we zien hoe de Here Gideon daarin opnieuw tegemoet komt. De vacht wordt eerst bedauwd en blijft daarna droog. Zo leidt de Here hem door zijn onzekerheid heen. Zo vormt de Here Gideon steeds verder, zodat hij de leider wordt die straks de grote overwinning zal behalen op Midian. Zo is de Here aan het werk. Geeft leiding in drie fasen: eerst het vernietigen van afgoden, vervolgens het gezamenlijk optrekken, en tenslotte leidt Hij geduldig maar beslist door onzekerheid en twijfel heen. Zo is Hij bezig met het vormingsproces. Zo is Hij bezig, ook met ons. Liefdevolle vorming naar het beeld van Jezus Christus.