De kerk van China
1997-11-14
Eind vorig jaar heb ik twee weken in Hong Kong en Peking doorgebracht. Tijdens dat verblijf heb ik met een aantal leiders of leden van christelijke gemeenschappen contact gehad. Mijn persoonlijke contacten zijn voornamelijk met leden van de Huiskerk-beweging geweest, de vanouds vervolgde groeperingen die desondanks veruit de grootste groei meegemaakt hebben. Zij hebben stellig hun zwakheden, vele zelfs; toch kan men vooral uit hun ervaringen diverse lessen trekken. - Jaargang 41
- nummer 23
a. Gods kracht en onze zwakheid
De eerste les is dat we moeten opmerken dat God er écht is! Hoe valt anders te verklaren dat de Christelijke beweging na vijftig jaar van geestelijk isolement überhaupt nog bestaat?
Continue discriminatie, heftige aanvallen, verbeten pogingen om hen "gelijk te schakelen" en (in zeker een aantal gevallen) gruwelijke onderdrukking zijn de samenvatting van een halve eeuw Chinese Kerkgeschiedenis. Maar na die halve eeuw is de Christenheid in dit land niet alleen staande gebleven, maar minstens veertig keer zo groot geworden als in 1949 het geval was!
In China worden 's zondags de bijeenkomsten door méér gelovigen bezocht dan in heel West-Europa bij elkaar ...
Die spectaculaire groei is niet alleen sociologisch te verklaren, of psychologisch, of af te doen met verwijzing naar inderdaad doorzettende bevolkingsgroei. Eén ding is helder: Westers geld en westerse hulpverlening (van theologische of andere aard) hebben dit niet teweeg gebracht! "Gods werk kan nooit gestuit worden door het kwaad", is het antwoord dat een van de al genoemde "Chinawatchers" op de vraag had wat hij geestelijk van de situatie van de Chinese christenen geleerd had. "Dat God een enorme Kerk heeft gebouwd op de puinhopen van de Culturele Revolutie is het grootste verhaal van opwekking in de twintigste eeuw! Hij nam het meest kwade dat Mao, of de Duivel, de Kerk kon aandoen en vormde het om tot werktuigen voor opwekking. Het doet je beseffen dat je als Christen staat aan de kant die niet kan verliezen." 1) Een ander valt hem bij: "De Chinese Kerk heeft me geleerd dat God vaak op bovennatuurlijke wijze ingrijpt. Vroeger dacht ik dat God niet al te vaak ingreep en dat Christelijk leven inhield dat je die realiteit aanvaardde en desondanks Hem leerde loven. Maar in China geeft God zo vaak antwoord op gebed, op de meest gedurfde gebeden, dat ik voortdurend leer in alles te vragen dat Hij ook echt zal ingrijpen. De Chinese Kerk heeft me dat geleerd."
b. De "weg van het kruis"
Ten tweede leren we dat Christus' woord over de navolging van zijn "Weg van het Kruis" serieus genomen moet worden. "Leven en dood van de martelaren uit de jaren '50 en '60 hebben rijke vrucht gedragen. Het lijden van velen in meer recente tijd is een getuigenis van de liefde van Christus." 2) Kennelijk mede door het feit dat zoveel individuele Christenen bereid waren om voor hun geloof te sterven, is de Chinese Kerk als zodanig niet gestorven! (Dat is ook de titel van een uitstekend, zij het al weer wat ouder, boek, geschreven door Mary Wang, De Chinese Kerk die niet zal sterven.3) Christenen in het Westen hebben de vraag van het lijden vaak niet zo diep onder ogen durven zien. (Het lijden, voor alle goede verstaan, dat je in navolging van de Heer bewust op je neemt. Niet het lijden van "elk huisje heeft zijn kruisje". maar het lijden van Christus' kruis opnemen en achter Hem aan dragen, terwijl je dat kruis in principe ook niet op kan nemen en je eigen weg gaan.) De vraag van lijden omwille van je geloof staat vaak ver bij onze beleving vandaan - in China echter heeft men die vraag wel moeten doordenken en er een praktisch antwoord op moeten geven. En dat is ook gebeurd, met vallen en opstaan.
c. Terug naar de basis
Chinese Christenen, zeker de leden van de Huisgemeenten (maar niet alleen zij) hebben ervaren dat zij alleen staande konden blijven, als ze dicht bij het Woord van God bleven en dichtbij de centrale noties uit dat Woord. De noodzaak van bekering en wedergeboorte. De noodzaak om als geestelijke mensen in het leven te staan, shuling, geestelijk, te zijn. De noodzaak om het Woord te overdenken en zich ook in gebed tot God te wenden. De noodzaak om te geloven dat er méér is dan deze materiële en zichtbare wereld om ons heen. Dat God Zelf er is - Vader, Zoon en Heilige Geest en een "beloner is van wie hem ernstig zoeken". De noodzaak om te geloven in het bestaan van engelen én in het bestaan van geestelijke machten van kwaad, ontwrichting en afval, tegenstanders van de heilige en almachtige God. Besef dat keuzes van ons verwacht worden: in allerlei situaties duikt de vraag op: waar staan we zelf?
Chinese Christenen zijn zelden rijk, vaker nog: verpletterend arm! Toch hebben ze, juist in het niet-hebben der dingen, zich vaak heel andere prioriteiten gesteld dan mensen in de rijke Buitenwereld. Men is "rijk in God".
(Lukas 12:21) Men is zich de macht en de majesteit van God erg bewust! In hun midden zijn genezingen en wonderen klaarblijkelijk een en andermaal voorgekomen. Op het uitgestrekte platteland, maar ook in de immense steden heeft God geregeld bijzonder antwoord gegeven! Velen hebben daar ook om leren bidden, geleerd daarop te durven vertrouwen.
Wonderen en tekenen (met name genezing en bevrijding van boze machten) zijn té vaak gemeld dan dat men er aan kan twijfelen dat ze zijn voorgekomen, kennelijk veelvuldig. 4)
d. De mogelijkheid van vreugde
Een van de andere deskundigen, iemand met jarenlange ervaring in China, merkt op:"lk ben elke keer weer verbaasd hoe mensen die zoveel geleden, hebben zoveel vreugde kunnen bezitten! Dat is me in twintig jaar studie van de Chinese Kerk het meest opgevallen. In alle pijn, verlies en verdrukking (van een aard die ik alleen me maar kan indenken, want ik heb dat zelf nooit zo aan den lijve meegemaakt) ervaren ze God nog steeds als een liefhebbende Metgezel. Mijn geloof ontleent daar kracht aan en dus zeg ik: 'Ik ben zo blij dat God zo groot is dat mensen die alles kwijt zijn, wanneer ze Hem vinden, kunnen zeggen: Kennis van Hem is het verlies van alle dingen waard ." 1)
e.Elkaar bijstaan
Men heeft ook geleerd elkaar praktisch bij te staan en voor de kinderen van gevangenen of van rondtrekkende predikers zorg te dragen. Ik heb er persoonlijk indrukwekkende voorbeelden van vernomen: waar een vrouw bijna vijftien jaar in gevangenschap verkeerde, werden haar twee kinderen al die tijd opgevangen en opgevoed door medegelovigen. Niet door familie, want de man en schoonmoeder waren meteen voor het vuurpeloton geëindigd en de overige familieleden zaten straffen uit van vier tot tien jaar - het gezinsleven was diepgaand ontwricht, maar anderen namen de taak vanzelfsprekend over. Stel je voor: kinderen van vier en een half jaar, zijn achttien en vijftien jaar, als je hen weer ziet!
De onderlinge trouwen loyaliteit ten opzichte van elkaar zijn sterk, gegroeid in decennia van gezamenlijk leven tot eer van God. Er is aandacht geweest voor geloofsoverdracht aan de volgende generatie, aan het uitleven van het geloof.
Men heeft niet geïnvesteerd in programma's, maar in mensen.
f.Geloven zonder Bijbel
We kunnen de Bijbel brengen bij mensen die hem niet bezitten, maar wij van onze kant kunnen ook leren van hen hoe je er dan mee om moet gaan! Daarvan een paar voorbeelden. Of ze voor het hele land kenmerkend zijn weet ik niet. China is immers zo immens groot, dat men zich moet hoeden voor generalisaties. .
Een gesprekspartner vertelde over een "geheim christen" die hij op een van zijn reizen op het Vasteland ontmoet had. Deze inmiddels gestorven man had een heel hoge positie bekleed in de Communistische Partij!
Hij had, al in de periode voor 1949, een Bijbel gekregen van een predikant. Die had gezegd:"Lees dit boek elke dag" en eraan toegevoegd een bekende uitspraak van de Amerikaanse evangelist Moody: "Het lezen van dit boek zal je weerhouden te zondigen, of zonde zal je weerhouden dit boek te lezen! Lees dit boek elke dag!" Hij wilde wel, maar het viel heIT,!niet mee dat te doen. AI probeerde hij .bet ook steeds, het lukte hem niet. Hij ) kwam in zijn loopbaan dicht bij Mao te staan, reisde met hem mee naar Moskou, in de jaren '50, en glipte daar een Russisch- Orthodoxe Kerk binnen. Hij merkte hoe visuéél het geloof daar beleefd werd, met iconen. Ook kwam hij soms in Centraal- Azi%, met zijn voornamelijk islamitische bevolking en zag hoe lichamelijk het geloof beleefd werd. Men moest bij het gebed zich voor Allah buigen, neerwerpen, handen en voeten wassen.
Hij dacht: "Dat heb ik nodig! Het is veel te gevaarlijk om hier een Bijbel op zak te hebben." Daarom nam hij twee stenen, een ruwe en een gladde steen. Op de eerste, ruwe, steen schreef hij: "Ik ben slechts stof en as".
Op de andere schreef hij: "Ik zal voor eeuwig met Christus regeren!" In die tijd waarin hij mee moest werken aan de formulering van nieuwe wetgeving, merkte hij hoe ongebreideld optimistisch men was over de nieuwe Chinese mens! leder zou een volmaakt mens worden, volmaakt in dienstbetoon aan de samenleving. Zelf was hij echter van mening dat mensen van nature hebzuchtig zijn, en gemakzuchtig. Het zou niet meevallen hen om te vormen tot het volstrekte altruïsme dat het Communistisch systeem wenste. Hij besefte dat met een vals mensbeeld voor ogen men van China een grote Chaos zou kunnen maken (wat ook gebeurd is). Hij zag dat alles al op een vroeg moment aankomen; door z'n ruwe steen werd hij voor al te groot optimisme behoed. Toen ook hij in de tijd van de Culturele Revolutie door Rode Gardisten werd opgepakt, er ook tegen hem bijeenkomsten kwamen waarin men hem van van alles beschuldigde, had hij zijn gladde steen op zak. "Ik had mijn hand in mijn zak en hield steeds de gladde steen in mijn hand! Ik weigerde die ontmenselijkende en ontgoochelende ervaring te aanvaarden; mijn leven lag niet in Mao's hand, maar in Gods hand." De toekomst bij Christus, tot in alle eeuwigheid, was in die onzegbaar moeilijke tijd voor hem tastbaar door het aanraken van die gladde steen. Zijn idee was: de waarheid is niet alleen iets in je denken, het is iets dat in je handpalm kan liggen! "Geef me een Bijbel", zei hij. "Heel goed, maar ik heb ook iets tastbaars nodig!" En dat had hij, in de vorm van twee stenen ... Hij en talloze anderen zijn geïsoleerd geweest, van andere gelovigen afgesneden, in binnen - en buitenland, en toch hebben ze vaak opmerkelijk zuiver het geloof bewaard, eraan vastgehouden. In een tijd dat men vaak geen eigen Bijbel bezat, of maar een klein stukje, waren er toch manieren om Gods aanwezigheid te beseffen, zich aan Hem vast te klampen. Ze hadden de tekst zo te zeggen "in hun handpalm" gegrift.
Zo wist mijn gesprekspartner van een andere Huiskerkleider die mensen die net tot geloof gekomen waren de volgende opdracht gaf:"Ga naar de rivier of beek en raap er vijf gladde stenen op, net als David vroeger!" Op elk van die stenen schreef hij dan vijf Bijbelteksten en hij zei hun:"Draag die stenen altijd bij je, je hele leven lang!"
Dat is een manier van omgaan met het geloof die wij niet zo kennen. Draag het woord met je om, leef eruit, overpeins het dag en nacht. Laat het door je heen gaan. Heb, zo nodig, ook visuele herinneringen bij je, in je handpalm.
Noten
1. "What's nextJor China's Church in 1997? Compass Direct. 24 Januari 1997. p. 12.
2. Tony Lambert. The Resurrection oJ the Chinese Church.Hodder & Stoughton. Londen, 1991. p. 267.
3. Mary Wang/Gwen & Edward England. The Chinese Church that will not die. Hodder & Stoughton. Londen, 1971.
4. Deng Zhaoming. "Miracles or Misguided Faith. Stories of Healing in China. " In Areopagus. A living Encounter with Today's Religious World. Hongkong. Advent 1993. pp.27-31. De vele getuigenissen die voor een groot deel van het Chinese platteland komen, worden meestal nogal kritisch besproken of ronduit ontkend door leiders van de Drie-Zelf-Kerk. Met naam en toenaam staat een aantal genezingen en één "dodenopwekking" geregistreerd. De indruk wordt gewekt dat de geclaimde gevallen in principe verifieerbaar z!}n.
N.a. v. Pieter van Kampen. De Kerk van China. Het Mandaat van de Hemel. Kok-Voorhoeve. Kampen, 1997.