De vrouw in de gemeente
1997-11-14
In het septembernummer van Nader Bekeken, het blad van de behoudende Vrijgemaakte Gereformeerden, neemt ds. M. Heemskerk uit Rozenburg de knuppel op die dit voorjaar door zijn Rotterdamse collega ds. H. Folkers in het hoenderhok is gegooid: volgens Folkers zou er een debat moeten worden gevoerd over de plaats van de vrouw in de gemeente. In het Nederlands Dagblad van 17 april schreef hij: Ik ben van mening dat de discussie over de plaats van de vrouw in de kerk ook hier (d.i. binnen de orthodox-gereformeerde kerken in Nederland) niet uit de weg gegaan mag worden. (...) Zij (d.i, die kerken) zullen zich meer en meer geplaatst zien voor de vraag of het Schriftbewijs, waardoor aan de vrouw een plaats binnen het ambtelijk college van de kerkenraad wordt ontzegd, nog wel toereikend is.- Jaargang 41
- nummer 23
Daarop reageert dus in Nader Bekeken ds. Heemskerk (zonder overigens de naam van Folkers te noemen). Hij doet dat door eerst het Schriftgedeelte 1 Tim 2:9-15 te citeren ("Ik sta niet toe dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft ..."), en daarna introduceert hij zijn artikel als volgt: Wat in het bovenstaande gedeelte door Paulus naar voren wordt gebracht, vinden velen volledig achterhaald. Als je het vergelijkt met de manier waarop wij vandaag over de positie van de vrouw denken ...! Als je erover spreekt zoals Paulus ben je bijna aan een proces wegens discriminatie toe. Man en vrouw hebben immers gelijke rechten?
Maar de apostel heeft daar kennelijk absoluut geen oog voor. Ja, en dan de argumenten die hij naar voren brengt voor de levenshouding, die hij de vrouwen beveelt...! Die slaan toch ook nergens op? De vrouw een tweederangs positie in de kerk, omdat Adam eerst geschapen is, en omdat hij zich in het paradijs heeft laten verleiden.
Kom nou! Echt spannend kan het na zo'n begin ook al niet meer worden; iedereen die niet helemaal een vreemdeling is in kerkelijk Jeruzalem, herkent immers het patroon van een bepaald type preek zoals dat in elk geval destijds populair was, en misschien vandaag nog wel is: begin je preek met een goed woordje te doen voor een dwaling, en gebruik dan de rest van de preek om die dwaling te weerleggen. En inderdaad, een eindje verderop in het artikel van Heemskerk lezen we: We willen daarom - naar de bedoeling van ons blad - dit woord van de apostel eens wat nader bekijken. Waarbij we tot de ontdekking zullen komen, dat het verre van achterhaald is. En dat het geen pleidooi is voor bekrompen discriminatie. Maar dat de vrouw hier juist het evangelie te horen krijgt van haar ware emancipatie (= bevrijding).
Nee, dit soort artikelen brengt het gesprek over deze dingen rn.i, niet verder. Waarom niet? Omdat er de verkeerde vragen in worden gesteld en beantwoord. Om duidelijk te maken wat ik daarmee bedoel kan het verhelderend zijn om naast deze woorden van de apostel Paulus over de rol van de vrouw, datgene te leggen wat de Here Jezus heeft gezegd over het zweren van een eed. Dan valt het op dat je exact dezelfde serie opmerkingen van Heemskerk (zie boven) ook kunt koppelen aan dit woord van Jezus: "Ik zeg u in het geheel niet te zweren. (...) Laat het ja, dat gij zegt, ja zijn, en het neen neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze" (Matteüs 5:34-
37). Dat wordt dan, met een enkele wijziging: Wat in het bovenstaande gedeelte door Jezus naar voren wordt gebracht, vinden velen volledig achterhaald. Als je het vergelijkt met de manier waarop wij vandaag over de eed denken ...! Als je erover spreekt zoals Jezus word je in de kerk bijna verdacht van Doperse sympatieën. De overheid heeft immers het recht om de eed te vragen van haar onderdanen? Maar Jezus heeft daar kennelijk absoluut geen oog voor.
Het punt in discussie is niet of Paulus in 1 Timoteüs 2 aan het optreden van vrouwen beperkingen oplegt; dat doet hij zonneklaar wél. En als wij in onze bijbels over dit onderwerp niet meer hadden dan 1 Tim. 2:9-15 (en 1 Kor. 14:34w), dan was de zaak ook glashelder: dan zou er geen sprake kunnen zijn van enig (ambtelijk) optreden van vrouwen binnen de gemeente van Christus. Nog eens: dat is niet in geding. Het punt waar het allemaal om draait, is - net als bij de eed - dat er in de bijbel ook nog zoveel ándere dingen staan; zoveel dingen die in een andere richting lijken te wijzen; waar veel méér ruimte lijkt te zijn voor vrouwen in de dienst van Christus. Wat is de regel, wat is de uitzondering? Heemskerk gaat uit van 1 Timoteüs 2, en beschouwt dat als de regel. Een ander gaat uit van een ander Schriftwoord, en komt tot een andere visie. De vraag waarover het zou moeten gaan, is naar mijn idee: Kunnen we op dit punt verder komen? Kunnen we samen ontdekken wat regel is en wat uitzondering?