Getuigen in 2020
1997-11-28
De kalender wijst het jaar 2020. De wereld is één groot machtsblok met aan het hoofd de Grote Leider. Hij eist een soort goddelijke macht voor zich op en krijgt die nog ook. “Wij leggen onze toekomst in uw handen / en wijden heel ons leven aan u toe, “ wordt het in het volkslied toegezongen. Met een door de veiligheidsdienst uitgedacht indoctrinatiesysteem en met behulp van het leger en politie krijgt hij de hele wereldbevolking achter zich aan. De mensen hebben niet eens door hoe zeer ze bedrogen en geïndoctrineerd worden. Natuurlijk is er voor God en de gelovigen in die atheïstische maatschappij geen plaats.- Jaargang 41
- nummer 24
Christenen als terrorist
Zo ziet de wereld eruit in De twee getuigen. de onlangs verschenen toekomstroman van Meint R. van den Berg. Als bijbellezer associeer je de titel van het boek natuurlijk onmiddellijk met de twee getuigen uit Openbaring 11. Ze zijn de vertegenwoordigers van de kerk in de eindtijd, waarin alles en iedereen zich tegen de gemeente van Christus keert. Als ze hun getuigenis gegeven hebben, worden ze dan ook door het beest uit de afgrond gedood, tot grote vreugde van de hele wereld.
Openbaring 11 was inderdaad de inspiratiebron voor de schrijver van het boek. Hij heeft de getuigen tot individuen gemaakt; ze hebben een naam gekregen. Het zijn Justus Wagenaar en Esther Korporaal, die elkaar in het eerste hoofdstuk toevallig ontmoeten. Esther biedt Justus, die gezocht wordt omdat hij christen is, onderdak aan als de veiligheidsdienst hem op de hielen zit. Vanaf dat moment is ze medeplichtig. Elke avond besteedt het tv-journaal uitgebreid aandacht aan de 'misdaden' van Justus. Niet zijn christen-zijn wordt daarbij als het gevaar getekend; hij wordt beschuldigd van roofovervallen en moord. Zo wordt gesuggereerd dat hij een gevaarlijke terrorist is, lid van een misdadige ondergrondse organisatie, "maar kijkers, wees niet bang, de veiligheidsdienst heeft een idee in welke richting ze hem moet zoeken". In werkelijkheid is het precies bekend waar Justus en Esther zich ophouden, maar de gevangenneming en liquidatie worden uitgesteld om de haat- en angstgevoelens van de bevolking aan te wakkeren.
Ontsnappen om te getuigen
Justus weet dat de veiligheidsdienst hen uiteindelijk in handen zal krijgen. Het doel in hun leven wordt dan ook niet dat leven te redden, maar nog één keer ervan te getuigen dat niet de Grote Leider je redder is, maar dat je alleen behouden wordt door de naam van Jezus Christus. Justus wil dat doen in het kerkgebouw waar de Grote Leider 15 jaar geleden de atheïstische heilstaat uitgeroepen heeft met de woorden: "Ik heb God overbodig gemaakt, want ik voorzie in alle behoeften en wensen van de mensen." Met dat getuigen als doel proberen Justus en Esther te ontkomen aan de grijparmen van de veiligheidsdienst. Dat brengt spanning in het verhaal. Zeker als ze in eerste instantie toch nog weten te ontsnappen aan hun achtervolgers.
Boeiend
Het hele verhaal wordt vanuit Justus verteld, maar de geschiedenis van hem en Esther wordt zo nu en dan onderbroken door hoofdstukken waarin verslag gedaan wordt van de vergadering van het 'overlegorgaan', waar de veiligheidsdienst deel van uitmaakt. Het maakt de roman extra boeiend: Je bent veel beter op de hoogte dan Justus en waar hij onzeker is of vraagtekens zet, weet je als lezer precies wat er aan de hand is. Zo besef je dat de veiligheidsdienst Justus dóór heeft, terwijl hij nog voorzorgsmaatregelen treft. En daarmee heb ik een ander spanningselement te pakken. Justus is niet alleen slachtoffer, hij is ook slim. Hij doorziet de tactiek van de veiligheidsdienst, tot in details soms. Zo is hij in staat tegenzetten te doen, al zal hem dat uiteindelijk niet helpen.
Niet geloofwaardig
Het maakt het verhaal spannender, maar verzwakt het tegelijkertijd als toekomstroman; bij een boek als dit ga je onwillekeurig vergelijken met die andere toekomstroman, 1984 van George Orwell, uit 1949. Ik realiseer me wel degelijk dat dat niet helemaal eerlijk is tegenover Meint van den Berg, maar hij roept het zelf op door zijn stofkeuze. Toen ik 1984 vlak na verschijnen las, werd ik er angstig van. Het verhaal werkte beklemmend, benauwend. De werkelijkheid van toen - het waren de hoogtijdagen van de totalitaire staten! - maakte het verhaal bovendien heel geloofwaardig. Als je daartegenover in De twee getuigen leest dat in het jaar 2004 de VN ontbonden is en de ministers-presidenten van de diverse nationale staten hun macht overgedragen hebben aan de Grote Leider die ook nog over een systeem beschikt om die macht uit te oefenen, kost het je moeite dat als mogelijke realiteit te aanvaarden: Zouden Kok, Blair, Kohl, Clinton of hun opvolgers ...? Nee toch!'
Vingerafdrukken
In de roman 1984 gaat Winston Smith, de hoofdpersoon, onontkoombaar zijn ondergang tegemoet. Hij heeft geen moment vrijheid, wordt volledig in de tang gehouden. De staat, gepersonifieerd in Grote Broer, krijgt hem zelfs zo ver dat hij zijn geliefde verraadt en gaat inzien dat zijn eigen executie terecht is. Daarentegen hebben Justus en Esther in De twee getuigen meer mogelijkheden; bovendien kiezen ze zelf voor hun situatie. Dat komt natuurlijk mee door het uitgangspunt: de tekst uit Openbaring 11. Het heeft wel tot gevolg dat de roman minder indringend is en je de afloop weet; je blijft alleen nieuwsgierig hoe die beschreven is. Het leven dat in de twee getuigen beschreven wordt is ook wat comfortabeler. AI is wel iedereen geregistreerd door middel van zijn vingerafdrukken. Je komt geen bank (en binnenkort geen winkel) binnen zonder dat je met je vingerafdruk geïdentificeerd wordt. Zodat een gezochte, die van het openbare leven gebruik maakt, onmiddellijk gelokaliseerd en gepakt kan worden.
Laconiek
Van de twee hoofdpersonen komt Justus het best uit de verf, maar dat je je als lezer echt bij hem betrokken voelt, kan ik niet zeggen. Hij accepteert zijn benauwende situatie wel heel laconiek. Zo nu en dan een beetje angst of radeloosheid zou hem wat menselijker gemaakt hebben. De afstandelijkheid wordt nog in de hand gewerkt door de manier waarop Justus en Esther met elkaar spreken; die taal is zo officieel, terwijl zich nota bene een liefdes relatie tussen hen ontwikkelt. Heel doelbewust gaat Justus zijn weg in vertrouwen op God, volledig geïsoleerd van andere gelovigen: van kerkelijk leven al was het maar via een huisgemeente is geen sprake meer.
Psalmen
Aan de andere kant maken zijn vertrouwen op de Here en zijn afhankelijkheid van Hem veel indruk. Zeker waar die een rol spelen in hun omstandigheden. Daarin zit voor mij de grote waarde van deze roman. Op de momenten dat ze in de moeite zitten of belangrijke beslissingen moeten nemen, lezen ze bijbelgedeelten. Justus weet die prachtig te kiezen. In hun situatie zijn ze heel aansprekend. Psalmen komen zo - ook voor de lezeropnieuw tot leven (Psalm 139 bijvoorbeeld).
Levensecht is de discussie die ontstaat als Esther Psalm 91 niet kan meelezen, omdat ze er niets van merkt dat "God zijn engelen stuurt, die over je zullen waken". De afloop is eerlijk: Ze komen er niet uit. Ontroerend is het gebed van Justus vlak voor dat hij en Esther gaan trouwen. En indrukwekkend de manier waarop Handelingen 4 op de achtergrond steeds meespeelt, waar de discipelen niet om uitschakeling van de vijand bidden, maar om moed om vrijmoedig van God te getuigen. Tenslotte, het getuigen van Justus en Esther en alles wat er om heen gebeurt, inclusief het wonder, brengen Openbaring 11 wel heel dicht bij. 2
Oordeel
Zo kom ik tot een enigszins tweeslachtig oordeel. Aan de ene kant vind ik De twee getuigen een voluit christelijk, spannend, vlot leesbaar boek met prachtige passages en originele gedachten; aan de ander kant denk ik dat het als toekomstroman niet geslaagd is, al brengt het je wel tot nadenken over de positie van de gelovigen in de eindtijd.
Noten
1 Dat het regime niet zo angstaanjagend is komt mijns inziens ook door de spot die de schrijver ermee driift (de Grote Leider als beschermheer van de mycologen als operacomponist; de redevoeringen die al maar herhaald worden om verveling te voorkomen. enz.). Dit werkt humoristisch. maar maakt het bewind minder bedreigend.
2 Overigens heeft de schrijver alleen het gedeelte van vers 7 tot en met 12 als uitgangspunt genomen. Dat de getuigen een geweldige macht hebben. komt daardoor niet in beeld. Ook duuri hun getuigen niet 1260 dagen. maar is eenmalig.
Wel komt het getal 1260 terug in het dossiernummer van de 'zaak-Wagenaar' en strekt het onderzoek in die zaak zich uit over een periode van 1260 dagen. Het mooie pak dat Justus expres aantrekt staat in schril contrast met de zak waarmee de getuigen volgens vers 3 gekleed zijn; maar de verklaring ervoor is wel heel mooi.
n.a.v. Meint R. van den Berg. De twee getuigen. Uitg: Kok Voorhoeve. Kampen; 1997. f 24.90.