Historiciteit van bijbelverhalen

1997-11-28
  • Jaargang 41
  • nummer 24
In Opbouw nr. 21 van 17 oktober j.1. reageert dominee Koers op de recente artikelen van dominee Van der Dussen "Over de historiciteit van bijbelverhalen". In deze reactie verwijt hij dominee Van der Dussen "onzorqvuldiqe exegese".
Deze beschuldiging komt mij onterecht voor. Er is veel eerder sprake van exegese van een tekstgedeelte dat groter is dan een of enkele verzen (een verhaal) binnen het verband van het hele bijbelboek. Dominee Van der Dussen maakt gebruik van deze stijl van exegese omdat het hem er vooral om gaat de verkondiging achter het verhaal te ontdekken.
Dominee Koers stelt dat hij niets herkent in de bevrijding die er volgens dominee Van der Dussen uitgaat van het zoeken naar de verkondiging in plaats van het bewijzen van feiten. Ik herken die bevrijdende werking echter heel goed. God heeft de werkelijkheid zo complex geschapen, en Zijn eigen wezen gaat ons bevattingsvermogen zozeer te boven, dat het rn.i. niet relevant is om ons al te zeer te richten op details, kleine bijbelzinnetjes e.d. Juist de exegese van grotere bijbelgedeelten en het zoeken naar de bedoelingen van de bijbelschrijvers geven ons een veel beter inzicht in de openbaring van de Schrift. Dit is juist ook een typerend verschil tussen de gereformeerde benadering van de bijbel en b.v. de evangelische. Op onze bijbelkring behandelen we het evangelie van Mattheus op deze manier, en we leren er veel van.

Naast de typering die Marcus en Johannes van de Here Jezus geven (respectievelijk zijn "warme menselijkheid en dienstbaarheid" en zijn "soevereiniteit") kunnen we ook die van Mattheus zetten. Mattheus typeert Jezus als de nieuwe Mozes. Daarbij kunnen we in de eerste plaats denken aan het feit dat hij de uitspraken van Jezus, die in de andere evangeliën her en der vermeld worden, met elkaar verbindt tot een aantal grote redevoeringen (vgl. de wetgeving op de Sinaï), maar grappig genoeg ook aan zijn beschrijvingen van de wonderbare spijzigingen.
Mattheus beschrijft er namelijk twee. Dat doet hij niet uit naïviteit, want in hoofdstuk 16:9 en 10 noemt hij ze in een adem, maar omdat zij deel uitmaken van een "stoomcursus" voor de discipelen. In de hoofdstukken 14 tJm 16 van Mattheus zien we hoe de Here Jezus zijn discipelen voorbereidt op de tijd dat Hij er zelf niet meer zal zijn. In dat verband wordt de les die ze niet hebben begrepen nog eens herhaald. Zo'n benadering legt meer de nadruk legt op de bedoeling van de spijzigingen binnen het grotere verband, dan op de vraag of het twee keer na elkaar gebeurd zou zijn. Hoewel, ook Mattheus heeft daar vast bewust over nagedacht. Dominee Koers is bang voor de gevolgen die de ruime aanpak van dominee Van der Dussen creëert. Maar het is toch mogelijk om bij iedere exegese na te gaan of die recht doet aan het bijbelboek? M.L gaat het er vooral om dat we elkaar de vraag stellen of we God gehoorzaam willen zijn, en of we de openbaring in de Schrift als gezaghebbend beschouwen. Wanneer we deze vragen bevestigend kunnen beantwoorden, is het goed om elkaar veel ruimte te gunnen bij het exegetiseren en interpreteren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief