Familievetes in de kerk
1997-11-28
Er was ruzie in de familie Nxele; ik had al er van gehoord. Toen kwam de oude vader op een dag naar de zendingspost om te vragen of ik niet kon bemiddelen. Dat wilde ik graag; het verzoek duidde erop dat de kerk toch al een rol begon te spelen in wat voor de Zoeloes belangrijk is: de onderlinge gemeenschap.- Jaargang 41
- nummer 24
Het overgrote deel van de uitgebreide familie kwam in de kerk op Groothoek en zo luidde mijn antwoord: komen jullie vanavond als het werk aan kant is, allemaal maar naar de kerk op de zendingspost en dan praten we. Door het gevoel van dankbaarheid heen groeit ook meteen een brok onzekerheid. Het was zo vele jaren geleden niet alleen de taal - ook datmaar ook het besef van vreemdheid tegenover de andersheid van de denken gevoelswereld van Afrika. Het was in het midden van de zestiger jaren en ik had nog niet - zoals de Afrikaners zo treffend zeggen - helemaal mijn voeten gevonden als zendeling. Dankbaarheid en onzekerheid worden de hele dag zolang weggezet in een hoekje van het hart vanwaar steeds een benauwde zucht opgaat: Heer, U bent er toch ook bij?
Toen we die avond bij de petroleumlichtjes in de Groothoek-kerk aan het praten gingen, was het niet zo moeilijk te kunnen vaststellen waar het allemaal verkeerd was gegaan. De schuld lag bij die jonge vrouw van de familie, nog ongetrouwd maar wel met een zakvol problemen. Dààr en nergens anders! Het recept leek nogal eenvoudig.
Zij had als persoon gezondigd, ook tegenover de Heer. Zonde belijden, de Heer vergeeft en met een gebed gaan we verder. Maar ik begon wel aan te voelen dat dit alleen niet de weg van Afrika kon zijn. De securiteit van de gemeenschap was wel degelijk door die jonge vrouw verbroken, maar door alleen over haar het "schuldig" uit te spreken, zou ik haar wel isoleren in haar leefwereldje. De zo belangrijke familiebalans zou wel heel zwaar naar één kant doorslaan. Zo zouden we mogelijk in Europa in een andere cultuur onze problemen met de Bijbel in de hand oplossen, maar hier in een andere leefwereld moet je anders met het Evangelie werken. Hier, waar anders dan in een geïndividualiseerde samenleving de sociale harmonie eerst komt, moest de schuld ook samen gedragen worden. Vanuit de gemeenschappelijke schuld tegenover de Heer kom je pas bij broeder x of zuster y persoonlijk uit. Jullie dragen allemaal schuld, zei ik; jij, jonge vrouw, met name, maar de anderen ook want je eigen mensen hebben je niet opgevangen, vermaand, in liefde gedragen maar vermeden, bepraat en apart gezet. Zo doen we niet in Afrika. Samen gezondigd, samen vergeven, samen verder. Het werkte! De vrede kwam terug.
Dat recept heb ik later verscheidene malen toegepast. Nooit bij één alleen de schuld leggen al is hij of zij wel de duidelijke instigator. Er is in een conflictsituatie altijd wel ergens de vinger bij te leggen waar allen samen verkeerd gingen; het geeft niet dat gemeenschappelijke element naar eigen gevoel wat op te blazen. Het Bijbelse "allen zijn afgeweken" wordt hier werkelijkheid.