Bivakkeren in een moeilijk gebied

2010-03-19
  • Jaargang 54
  • nummer 6
‘Na mijn studie theologie aan de VU ben ik een aantal jaren pastoraal werker geweest in Hoogeveen. Met die ervaring startte ik in Amsterdam, maar aan het teamwerk in hospice Kuria moest ik erg wennen. Aan het bed komen verpleegkundigen, twee artsen, een maatschappelijk werker, een fysiotherapeut en veel vrijwilligers. In 2000 kwam ik erbij als geestelijk verzorger; bewoners noemen me vaak “dominee”.’

Judith Gerkema-Mudde (48) vindt daarom de nieuwe studie geestelijke verzorging heel terecht. ‘Ik werd welingepraat door een verpleegkundige, maar iets als een zorgmap kende ik niet. Je moest dingen invullen, verantwoording afleggen. Voor mij iets nieuws. Freddy (Gerkema - haar echtgenoot) heeft in het ziekenhuis trouwens ook geen contact met de verpleging. Maar het denken hierover is erg in beweging met vragen als: hoe bied je samen goede palliatieve zorg en welke rol spelen zinvragen en levensbeschouwing daarin?’
Palliatief betekent ‘verzachtend’, in de zin dat niet meer genezend kan worden behandeld en dat de resterende zorg gericht is op een zo goed mogelijke kwaliteit van leven. Het idee voor het hospice ontstond in Groot-Brittannië, waar initiatiefneemster Cecile Saunders het zo zei:

U bent belangrijk omdat u u bent.
U bent belangrijk tot het laatste moment van uw leven
en wij zullen er alles aan doen
om u niet alleen te helpen om in vrede te sterven,
maar we zullen er ook alles aan doen
om u te helpen léven tot u sterft.

Drie maanden
‘Minister Borst werd later wat milder, maar wilde dit werk aanvankelijk niet loskoppelen van bestaande zorginstellingen. Daardoor werd wel de verpleegkundige hulp vergoed, maar de overige kosten van het huis niet of veel minder. De geestelijke verzorging betaalt de stichting.’
Het hospice van stichting Kuria aan het Amsterdamse Valeriusplein heeft tien kamers voor terminale patiënten, waarvan één voor tijdelijke opnames. De bewoners hebben, veelal door kanker, een levensverwachting van minder dan drie maanden. Oorspronkelijk ondersteunden vijf kleine kerkgenootschappen (Gereformeerde Bond, Gereformeerde Gemeente, GKv, NGK en CGK) het hospice. In de beginjaren waren er relatief veel AIDS-patiënten. ‘Maar de medicatie voor AIDS is een stuk verbeterd en dus is ook de levensverwachting toegenomen. Ook kanker verandert trouwens langzaam in een meer chronische ziekte, in plaats van een direct fatale diagnose.’
De levensverwachting van drie maanden is overigens geen harde grens. ‘Door de goede sociale en medische zorg leven sommigen hier helemaal op en heel soms gaat iemand terug naar een andere instelling, omdat er geen dringende noodzaak meer is. Soms zijn bewoners hier langer dan drie maanden.’
Kuria is een high care hospice, toegerust voor specialiseerde zorg. ‘Daarvan zijn er landelijk een stuk of vijftien. Daarnaast zijn er nog “bijna-thuis-huizen”, die worden gerund door vrijwilligers en ondersteund door thuiszorg.’
Kuria heeft zo’n 180 vrijwilligers, die af en toe van ver komen. ‘We hebben mensen uit Groningen, Zeeland en Hattem. Zo zijn er twee vriendinnen die het samen een week doen. Ze logeren dan in het appartement in het hospice.’

Wat met categorialen?
Organisatorisch valt Gerkema ‘door alle mazen heen’. Ze behoort niet tot de doelgroep van de landelijke NGK-begeleidingscommissie voor categoriale werkers. ‘Ik snap dat wel een beetje, want ik ben geen dominee en heb ook geen zendende kerk achter mij. Als lid van het zorgteam leg ik intern verantwoording af, maar niet naar buiten toe. Ambtelijk verantwoord ik mij naar niemand. Ook het bestuur van de stichting heeft mij nooit op zoiets bevraagd. Dus wie kijkt mee of de geestelijk verzorger voor de goede leer staat? Kerkelijk gezien blijven kansen liggen om elkaar te inspireren. Kuria speelt een missionaire rol in Amsterdam, maar er ontbreekt op mijn vakgebied een schakel met de ondersteunende kerken.’
Omdat ze acht uur per week werkt, is ze ook geen lid van de vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen. ‘Twaalf uur is de drempel, maar ik lees hun orgaan wel. Overigens heb ik goede aansluiting bij het pastoresconvent, het Integraal Kankercentrum Amsterdam en het Amsterdams netwerk van palliatieve zorg. In het NGK-verband kun je je toch afvragen wat je met je HBO’ers in de geestelijke verzorging gaat doen. Ik voel geen concrete nood, maar het is wel een gemiste kans. Het gaat me dan vooral om die stimulerende rol die we over en weer kunnen hebben. Wat betekenen de kerken voor dit soort werk en wat betekent dit soort werk voor de kerken?’

Zonder vooroordeel
In haar werk draait het om ‘echtheid, openheid en ontvankelijkheid’. ‘Je probeert aandachtig en onbevooroordeeld te luisteren en in zekere zin te doen “alsof” de beleving van de bewoner jouw beleving is. Zo hoop je dichtbij iemand te komen en hem of haar te helpen door dat gesprek weer in beweging te komen. Daarvoor moet je de goede vragen stellen en dat is soms hard werken. Want er zijn altijd valkuilen: wel met een vooroordeel luisteren, om iemands pijn heen wandelen, ook zijn spirituele pijn. Het vraagt veel energie om niet direct in oplossingen en clichés te schieten.
‘En je moet niet terugschrikken voor waarom-vragen. Mensen zitten vaak ook niet op jouw antwoord te wachten, maar vinden het fijn dat je met hen in dat moeilijke gebied durft te bivakkeren. En soms vinden ze ook zelf antwoord op vragen als: waarom overkomt mij dit? Die waarom-vraag is onderdeel van het rouwproces. Een christen zal zich afvragen: waartoe? Hij wil er iets mee kunnen. Maar misschien kom je wel niet verder dan: zo gaat het nu eenmaal in het leven. En let wel: een antwoord op de waarom-vraag geeft niet automatisch rust en vrede.’

Harmonie blijft
Slechts weinig bewoners hebben een sterke kerkelijke binding. ‘Maar wie er ook komt, in een hospice blijkt wat wel en geen franje is en komen ook positieve christenen soms niet klaar met hun sterven. Zo ligt dat nu eenmaal, dat is niet bijvoorbaat goed of slecht. Soms is er angst voor het hiernamaals. Anderen zijn niet klaar met het leven, kunnen nog niet loslaten of willen nog ergens vergeving voor vinden. Het valt me wel op dat mensen die in harmonie zijn met hun leven, die harmonie ook meedragen in hun sterven. Een kerkelijke binding biedt geen enkele garantie voor die harmonie. Ook blijken kerkmensen hun geestelijke bagage lang niet altijd echt te gebruiken. Bagage die niet wordt gebruikt, kan dan werkelijkballast blijken. Het is bijzonder hoeveel sommige mensen aan hun Rooms-Katholieke achtergrond hebben:rituelen diezo bruikbaar blijken en vormen zijnvoor een heel doorleefd geloof.’

Strategisch tv kijken
‘Door bewoners wordt relatief veel gerookt en televisie gekeken. Sommigen gaanzo echt hun sterven tegemoet.De televisie moet afleiding brengen om niet door moeilijke vragente worden opgeslokt. Het aan laten staan van het apparaat is dan haast een strategie om niet over meer dan koetjes en kalfjes te praten. Ook roken is een moment van ontspanning, tegen alle stress die speelt. Toch grijp ik dat moment wel aan om bij iemand te gaan zitten - een bedlegerige mag wegens brandveiligheid ook niet alleen roken - al heb ik niets met roken en vind ik het nog stinken ook. Toch biedt zo'n rustpunt kansen voor een dieper gesprek. En dat is toch wat mij uiteindelijk motiveert: mensen nabij te zijn en in die nabijheid misschien iets van God binnen te dragen in m'n houding, in een enkel woord, soms zelfs door ruimte voor een gebed.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief