Verraad in tweevoud

2010-03-19
  • Jaargang 54
  • nummer 6
De laatste tijd is er nogal veel te doen over seksueel misbruik in de kerk. Dat is een ernstige en bedroevende zaak. Eerlijk gezegd had ik dit in deze omvang niet verwacht. Het is nogal ontluisterend allemaal. In alle ophef die erover wordt gemaakt, proef ik ook wel iets triomfantelijks, alsof velen dit altijd wel gedacht hadden. En ja, als je een hoge moraal verkondigt en je houdt dit misbruik ernaast – de verontwaardiging is heel goed te begrijpen. Er past dan ook diep schaamte en een royale erkenning van schuld.

Maar het is niet voor het eerst dat vooraanstaande mensen in de kerk in de fout gaan. We staan in deze lijdenstijd stil bij twee mannen uit de tijd dat de kerk nog in de steigers stond.

Twee mensen
De laatste avond van Jezus met zijn leerlingen. Wat een bewogen avond. Tijdens die laatste maaltijd spreekt Jezus twee mensen aan die hem in de steek zullen laten. De naam van de éne heeft een weerzinwekkende klank gekregen: Judas, terwijl de naam van de andere een heel hoge klank heeft gekregen: Petrus, de aanvoerder van de leerlingen en volgens miljoenen christenen de eerste Paus.
Als je er goed over nadenkt is Judas de intelligentste van de twee, de meest realistische. Judas is de enige die de woorden over het komende lijden heeft begrepen en hij heeft er zich aan gestoten. Hij wilde geen lijdende Messias. Petrus wilde ook geen lijdende Messias. Hij wilde het lijden voorkómen, hij belooft zijn leven te zullen geven om zijn meester te verdedigen. Petrus is de niet-realist. Zijn verraad is dan ook niet een verraad met voorbedachten rade, maar een verraad uit angst.

Voorzegd
‘Waarachtig, ik verzeker jullie: één van jullie zal mij verraden’, zegt Jezus. Het is al de derde keer dat hij dat zegt. In vs 10: ’Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal’ en vs 18: ‘Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd’. Nu is het voor de derde keer met het bekende ‘amen, amen, ik zeg jullie’, een manier van zeggen die van grote nadruk blijk geeft.
En – hij wordt ontroerd in de geest. ‘Diepbedroefd’ heeft de NBV, maar er staat een woord dat een diepe emotie weergeeft. Een geëmotioneerde nadrukkelijke aankondiging van het verraad. Hoe moeten we dat opvatten? Ik denk dat die drievoudige voorspelling niet een noodlot aankondigt, maar dat het een laatste appèl is op Judas. En dat gebeurt niet alleen met woorden maar ook met daden. Jezus heeft ook de voeten van Judas gewassen. Ik vrees dat Judas de enige was die dit heeft begrepen en toch trekt hij zijn voeten niet terug. Ook voor Judas wil Jezus een dienaar zijn.
Bij de derde waarschuwing worden de leerlingen pas wakker. Ze kijken elkaar aan en ze vragen zich verbijsterd af: Wie zou er bedoeld worden? Ze kijken elkaar aan en niet speciaal naar Judas. Ze denken niet: ‘Dat zal die Judas wel weer wezen’. En dan komt er nog een gebaar. Petrus wil graag duidelijkheid en hij geeft Johannes een wenk om Jezus uit te horen.

Laat appèl
En dan komt de finale poging om door te dringen tot het hart van Judas.
‘Hij, voor wie ik dit stukje indoop en het hem geef’.
Samen eten is in het Oosten een teken van vertrouwen. Bij de maaltijd is het de gewoonte dat de gastheer de beste stukjes op het bord van de gast legt. In de vertaling staat ‘brood’, maar het gaat om een ‘stukje’. In de Statenvertaling ‘een bete’.
Wat Jezus hier doet is niet in de eerste plaats het aanwijzen van de verrader, maar een laatste appèl. Hij reikt Judas een lekker stukje aan: hier Judas, dat is voor jou, ik weet wat er in je hart omgaat, dat heb je wel gemerkt. Toch schop ik je niet de deur uit naar ik reik je de hand van vertrouwen. Mijn hand van liefde trekt zich nóg naar je uit.
Liefde geven aan iemand die tegen je is. Wij geven vaak niet eens liefde aan iemand die vóór ons is.

Mislukt
Judas heeft die laatste hand, die naar hem werd uitgestoken, niet gegrepen. Judas heeft voor een andere meester gekozen. De duivel neemt bezit van hem. Hij trapt de liefde van zich af. De laatste poging is mislukt en dan zegt Jezus: Wat je moet doen, doe dat nu maar meteen. En Judas gaat. Hebben de andere leerlingen het begrepen? Het lijkt er niet op. Ze denken dat hij nog ergens een boodschap heeft. Ze zullen niet vermoed hebben dat Judas op weg is naar het Sanhedrin. ‘Die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.’ Judas verlaat de maaltijd als de liefde recht op hem af komt. Liefde kan verbitteren. Het is lang niet altijd zo dat liefde mensen ontdooit, het kan hen ook verharden. Judas slaat de deur achter zich dicht.
En het was nacht.

Petrus
Ook Petrus heeft op onverwachte wijze zijn meester in de steek gelaten. Maar hij zat daar niet met een hart vol verraad. Hij trok zijn voeten terug toen Jezus die wilde wassen. Hij begreep het niet. Ook hij wil niet een lijdende Messias. Naïeve Petrus, hij weet niet waar Jezus heen wil. Hij wil Jezus volgen al kost het hem zijn leven. Jawel – vóór het ochtendgloren heeft hij hem driemaal verloochend.
Judas de geraffineerde en Petrus de naïeve. Tussen die twee in spreekt Jezus over de liefde. Heeft Johannes dat met opzet zo gedaan? Ik weet het niet maar het staat er wel zo. ‘Jullie moeten elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad’, zegt Jezus. Een duizelingwekkende opdracht. ‘Liefde kan niet van één kant komen’, zeggen wij vaak. De liefde van Jezus voor Judas kwam wel van één kant.

Avondmaal
De maaltijd van die avond liep uit op de instelling van het Avondmaal. Johannes beschrijft dat niet maar we weten het uit de drie andere evangeliën. Was Judas daarbij? Ik denk het niet, als ik het verslag van Johannes lees.
In het avondmaal strekt Jezus zijn hand naar ons uit, met een stukje brood, met een beker wijn. Sla die hand niet weg. Buiten is het nacht.

Meditatie over Johannes 13:21-30.

Ds. Han Horsman is emeritus predikant van de NGK Zwolle (2).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief