Handreiking beroepingswerk met beide handen aangegrepen
2010-03-19
De handreiking voor beroepingswerk van de Vertrouwens- en Adviescommissie is goed ontvangen in diverse Nederlands Gereformeerde Kerken die momenteel met een beroepingsprocedure bezig zijn of er net één hebben afgerond. Veel aanbevelingen werden weliswaar al opgevolgd, maar het document is zeker een steun in de rug.- Jaargang 54
- nummer 6
De Landelijke Vergadering Lelystad gaf de Vertrouwens- en Adviescommissie (VAC) in 2004 de opdracht om een handreiking te maken voor beroepingswerk. Omdat de andere taken de commissieleden flink bezighielden, ging er wat tijd overheen voordat de VAC zich aan de klus kon zetten. Maar eind augustus 2009 lag er een document, dat naar alle predikanten en scriba’s gestuurd werd.
‘We merkten als commissie dat er in toenemende mate problemen en conflicten ontstaan tussen predikanten en kerkenraden’, vertelt commissievoorzitter Bram Wattèl. ‘Soms was dat terug te voeren tot “onzorgvuldig” beroepingswerk. Dat klinkt hard, maar daar heeft het wel mee te maken. Wij denken dat conflicten voorkomen kunnen worden door een zorgvuldige, afgewogen procedure.’ Wattèl benadrukt dat de handreiking geen garantie is voor een probleemloze toekomst tussen predikant en gemeente, maar is geschreven vanuit de gedachte dat er meer voorkomen kan worden dan nu in de praktijk voorkomen wordt.
Suboptimaal
De drie leden van de VAC baseerden zich bij het schrijven van de handreiking op hun eigen jarenlange ervaring binnen de NGK en legden het document ook voor aan een aantal predikanten, die er vanuit hun oogpunt kritiek op konden leveren. ‘Het is dus niet alleen achter ons bureau bedacht’, zegt Wattèl.
Hoofdpunt van de handreiking is dat het van groot belang is dat een predikant en zijn nieuwe gemeente vooraf helder hun verwachtingen uitspreken. Zeker in deze tijd. Wattèl: ‘We zijn een kleine kerk, dus de optimale predikant is nauwelijks vindbaar. Ook omdat de diversiteit binnen de NGK groeit. Een suboptimale keus is realistischer. En juist dan zijn heldere verwachtingen erg belangrijk.’ Als de verwachtingen niet matchen, ‘is het wachten op problemen’, waarschuwt hij. ‘Gemeenteleden zijn mondiger. Als iets ze niet zint, gaan ze weg of laten ze duidelijk hun mening blijken.’
De handreiking adviseert gemeenten om eerst een profiel van de eigen gemeente te maken, zodat men een realistisch zelfbeeld heeft. Aan de hand daarvan kan een profiel gemaakt worden van de predikant die de gemeente zoekt. De commissie verwacht niet dat gemeenten een predikant vinden die precies in dat profiel past, maar het helpt wel om de verwachtingen over en weer helder neer te zetten.
Schaap
De richtlijnen van de VAC zijn niet baanbrekend. Diverse gemeenten die net een beroepingsprocedure doorlopen hebben of er nog mee bezig zijn, vinden eerder herkenning dan verrassing in het document. Zo is het maken van profielen in Nieuwegein, Nijmegen en IJsselmuiden al gemeengoed.
In IJsselmuiden is de herkenning het grootst. Die gemeente maakte twee à drie jaar geleden een eigen procedure voor het beroepingswerk, na de werkwijzen van zo’n vijf andere gemeenten geïnventariseerd te hebben. ‘Onze procedure heeft heel veel overeenkomsten met de handreiking’, zegt Allard van Bruggen, voorzitter van de beroepingscommissie. ‘Alleen in de details verschilt het.’ Zo wordt in IJsselmuiden ook gewerkt met profielen van de gemeente en de gezochte predikant, én merkt de commissie dat zo’n profiel niet meer dan een ideaalbeeld is. ‘Dat hebben we direct gezegd: het profiel is een schaap met vijf poten. Je begint bij degene die er het beste bij past.’
In Nieuwegein gebruikte de beroepingscommissie een enquête om een profiel samen te stellen. ‘Wij wilden peilen wat de gemeenteleden belangrijk vonden in een predikant en wie ze geschikt zouden vinden’, vertelt voorzitter Kees de Best. Uit de enquête kwamen belangrijke suggesties en aanbevelingen voor de profielen en ook namen, waar de commissie mee aan de slag ging. Uiteindelijk werd na een paar bedankjes Fred Blokhuis uit Schiedam eind januari met succes beroepen.
In Nijmegen ging men nog een stapje verder door een vacaturetekst te schrijven (iets wat in een voetnoot van de handreiking ook genoemd wordt). De tekst werd via het predikantennetwerk rondgemaild en als wervingsadvertentie geplaatst in Visie, Trouw, de Volkskrant en Opbouw. De gemeente ontving tien tot vijftien reacties. Inmiddels is Koos Jonker gekozen als nieuwe predikant. Hij is op 14 maart bevestigd. ‘We vonden het belangrijk om van tevoren op papier te zetten wat wij zochten in een predikant’, licht voorzitter van de kerkenraad Sandra Ruta toe. ‘Verder speelde mee dat we een kleine gemeente zijn en dat het dus praktisch niet haalbaar was om allerlei dominees te gaan bezoeken.’
De profielschets die de gemeente in de vacaturetekst gebruikte, werd tijdens een gemeenteavond samengesteld. De gemeenteleden dachten in groepjes na over wat zij van een nieuwe predikant verwachtten. Daar kwamen dingen uit als: geestelijke verdieping geven, inzet voor missionaire activiteiten en opbouw van het jeugdwerk.
75 procent
Ook dominee Maikel de Kreek, die half september 2009 maar liefst vier beroepen ontving, herkent zich in de handreiking. ‘Eigenlijk doet iedereen al wat in het stuk staat. Wat ik meemaak in de praktijk, staat daar op papier’, zegt hij. Dat neemt niet weg dat De Kreek het “hartstikke goed” vindt dat de procedure op papier gezet is. Dat geldt ook voor de eerdergenoemde gemeenten. Het feit dat de VAC het hele beroepingsproces tot in detail heeft beschreven en omkleed heeft met advies, wordt als welkome steun in de rug ervaren. ‘Alle lof voor de handreiking’, zegt Sandra Ruta uit Nijmegen. ‘Die kwam voor ons op een heel goed moment. Met name als het gaat om de fase waarin je een beroep overweegt, hebben we veel gemak van de handreiking ondervonden. Hoe neem je de gemeente daarin mee? Hoe laat je de predikant kennismaken met de gemeente?’
De gemeente in Nieuwegein benutte de handreiking eveneens op dit punt. De VAC geeft bijvoorbeeld aanbevelingen voor de gemeenteavond waar gestemd wordt over een mogelijk beroep. Aanbevelingen als dat er van tevoren afgesproken moet worden welke meerderheid vereist is (de handreiking gaat uit van ten minste 75 procent van de gemeente).
‘Dat hebben we zeker kunnen gebruiken’, zegt De Best. ‘Het is toch altijd een spannend moment. Je hebt je keuze toegelicht en hoopt op instemming, maar je hoort toch van gemeenten dat er soms nog bezwaren naar voren komen. Dan moet je niet hebben dat je je pas op dat moment gaat afvragen hoe je daarmee om moet gaan.’
De commissie in Nieuwegein heeft de handreiking verder ook gebruikt bij het vooronderzoek, vertelt De Best. ‘Je moet investeren in die fase. Over welke predikant heb je het? Wat voor type? En matcht dat met de gemeente? Het is belangrijk om een goed beeld van iemand te hebben. Daarom hebben we ook enkele adviseurs van buiten de gemeente geraadpleegd in ons vooronderzoek.’ Hij waarschuwt ‘niet verder te categoriseren. Je moet niet zeggen: dit is voor ons nummer één. Je moet ook zuinig zijn op de anderen.’
Bedenktijd
Hoewel de gemeenten lovend zijn over de handreiking, plaatsen ze hier en daar ook wel wat kanttekeningen. Ruta mist in het stuk bijvoorbeeld een soort format om afspraken in vast te leggen. ‘Inhoudelijk is het wel duidelijk wat er allemaal vastgelegd moet worden, maar een handreiking voor de manier waarop je dat dan vastlegt, zou ook handig zijn. Nu hebben we zelf her en der geïnformeerd over hoe je dat zou kunnen doen.’
In IJsselmuiden twijfelt men enigszins over de aanwijzing in de handreiking dat het horen van predikanten altijd aangekondigd moet worden. ‘Dat is natuurlijk wel netjes, maar wij doen het niet altijd. Een predikant staat toch anders op de kansel, als hij weet dat er een beroepingscommissie in de kerk zit.’
Vanuit predikantsogen bezien, heeft De Kreek twee praktische bezwaren. ‘Ik las dat het gewenst is dat een predikant binnen zes maanden na het aannemen van het beroep van de ene gemeente naar de andere overgaat. Dat verbaasde me. Het is natuurlijk een mooi streven, maar de praktijk is anders, bijvoorbeeld doordat je een huis moet kopen. Bij mij duurt het nu acht of negen maanden voor ik in Doetinchem aan de slag kan.’
De bedenktijd van drie weken die de VAC voorschrijft, vindt De Kreek ook aan de korte kant. ‘Ik had vier beroepen tegelijk, dan zijn drie weken erg weinig. Je eigen werk gaat ondertussen natuurlijk ook door, daar wordt geen rekening mee gehouden. En je wilt toch ook tijd nemen om met de gemeenteleden te praten en je een beeld te vormen. Als je één beroep krijgt, is drie weken denk ik prima. Maar er zou misschien een regeltje bij kunnen dat je meer tijd krijgt bij meerdere beroepen. Aan de andere kant vind ik zes weken tijd voor een kandidaat dan weer veel te lang.’
Huiverig
Een scepticus zou zich bij het hele verhaal kunnen afvragen of het niet al te veel op een sollicitatieprocedure gaat lijken. Wattèl kan zich dat wel voorstellen. ‘De handreiking is horizontaal gericht, maar de verticale lijn zit er wel in, al wordt die niet overal genoemd. Het is een roeping van God, dus het proces moet wel op een geestelijke wijze gebeuren. Tegelijk zeggen wij dat je het ook niet te ver buiten de werkelijkheid moet plaatsen.’
‘Het is best ingewikkeld’, erkent hij. ‘Maar je moet er ook niet te verheven over doen. Stel dat een predikant zich absoluut geroepen voelt om ergens naartoe te gaan, maar de gemeente is er niet gelukkig mee, dan ben ik toch huiverig om zoiets door te laten gaan. Het blijft zoeken en tasten.’
De gemeenten wijzen erop dat alles vooral biddend moet gebeuren. ‘Ik vond het zelf heel belangrijk dat we het proces samen met de gemeente begonnen door het bij God te brengen’, zegt Ruta. ‘Het is goed om stil te staan bij de vraag wat nodig is voor de gemeente om te groeien. Je moet het niet zien als een sollicitatieprocedure. Dat zal het ook nooit worden.’
Van Bruggen vult aan: ‘Je moet je toch door gebed laten leiden. Want als je alles zou afwegen met je verstand, zou je nooit een dominee vinden.’
Cultuuromslag nodig
Sinds enkele weken liggen er nieuwe voorstellen rond het beroepingswerk op de kerkelijke tafels. In haar LV-rapport ‘Tussen gisteren en morgen’ pleit de Commissie Toekomstig Predikantsprofiel voor een ‘cultuuromslag’ in het beroepingswerk en voor ‘openheid en transparantie’. De wens van predikanten om een beroep te ontvangen moet volgens de commissie ‘uit de taboesfeer’. Het moet normaal worden ‘dat predikant en gemeente een wens tot verandering in de situatie eerlijk tegen elkaar kunnen uitspreken en vanuit die openheid gezamenlijk een weg uitstippelen naar de toekomst’.
Daarom stelt de commissie voor dat alle actieve gemeentepredikanten voortaan jaarlijks aangeven zichzelf als beroepbaar of niet-beroepbaar te beschouwen. Dat kan besproken worden in het jaarlijks evaluatiegesprek tussen kerkenraad en predikant. Een landelijke LoopBaanCommissie (LBC) zou deze gegevens moeten verzamelen. Gemeenten die vacant zijn, kunnen dan bij de LBC terecht voor informatie en predikanten die het initiatief nemen om te veranderen, kunnen zich bij de LBC melden voor bemiddeling. Eind dit jaar buigt de Landelijke Vergadering zich over deze voorstellen.
| Googelend beroepen Predikant Maikel de Kreek uit Rijsbergen kreeg de afgelopen tijd uitgebreid te maken met het beroepingsproces. Half september kreeg hij in één klap vier beroepen op de deurmat. Waar hij zich in dat proces enorm over verbaasde, was de grote rol die internet bij twee beroepingscommissies speelde. ‘Zij kwamen op gesprek bij mij, maar ze hadden me nog nooit horen preken. Dus ik vroeg: hoe komen jullie bij mij? Via Google, was het antwoord. Ze hadden me gewoon beluisterd via internet. Dat is toch wel apart en ik denk dat we ons daar als predikanten ook meer bewust van moeten zijn. Mensen kunnen je downloaden. En het gekke is dat je het zelf ook doet. Als je iets over een gemeente wil weten, ga je ook eerst op internet kijken. Websites zijn tegenwoordig zo belangrijk.’ |