't Zijn geen touwen die ons binden

1997-12-12
  • Jaargang 41
  • nummer 25
Het is net alsof dit kleine persoonlijke briefje van Paulus per ongeluk tussen z’n degelijke preken is terechtgekomen. Het gaat om een bepaalde kwestie tussen twee mensen, en dan gaat het ook nog over iets dat echt van die tijd is. Een slaaf die is weggelopen, en die toch vrijwillig teruggaat naar z’n meester. Interessant voor de historici, maar wat moet ik met zo’n achterhaald briefje?

Voorgeschiedenis
Het briefje geeft inderdaad een historische doorkijk in een ethisch gevoelig onderwerp van die tijd: slavernij. Filemon is een welgesteld iemand in Colosse, die door Paulus' toedoen christen is geworden. Ze kennen elkaar dus. Het gaat over Onesimus, slaaf van Filemon, die er vandoor was gegaan. Hij had z'n toevlucht gevonden bij Paulus, die in Rome gevangen zit. Daar raakte hij zo onder de indruk van Paulus' boodschap, dat hij christen werd. En nu gaat Onesimus vrijwillig terug naar Filemon. Met in z'n tas het begeleidend schrijven van Paulus.

Vriendelijk verzoek
In Deuteronomium 23 staat: "U zult een slaaf die van zijn meester naar u gevlucht is, niet aan zijn meester uitleveren.
Hij mag bij u blijven." Heeft Paulus die regel overtreden? Het gaat Paulus niet om het terugdraaien van de situatie, naar de oude meester-slaafverhouding. Integendeel, hij doet niet wat met Onesimus, maar met Filemon.
In de vorm van een vriendelijk verzoek kneedt hij zijn vriend naar de gezindheid van Christus. "Beste Filemon, je begrijpt wel over wie ik het heb. Over degene van wie ik inmiddels de 'geestelijke vader' geworden ben. Onesimus (zijn naam betekent 'nuttig'!) wás vroeger niet zo nuttig, maar nu des te meer! Voor ons allebei trouwens. Ik had hem wel bij me willen houden, maar ik wilde niets zonder je voorkennis doen (oftewel: ik zou het nog steeds wel willen). Dus geef ik je de gelegenheid om een goede daad te doen. In zekere zin heb je Onesimus voor altijd weer terug, namelijk als broer in het geloof. Ontvang hem alsof je mij ontvangt (en je laat mij toch geen slavenwerk doen?). En als hij je iets schuldig is, zet dat maar op mijn rekening.
Maar sta jij niet bij mij in het krijt? Vooruit dan, vriend, doe jij eens een goede daad voor mij ..." Er kan geen misverstand over bestaan: Paulus doelt wel degelijk op de vrijlating van Onesimus. Maar hij wil dat niet hardop tegen z'n vriend Filemon zeggen. Met liefde en milde humor brengt hij Filemon zover, dat hij niet anders meer kan.

Een tijdlang weg geweest
Een interessante brief. Ook als je hem eens in een groter verband bekijkt. Veel christenen van vandaag zijn het steeds belangrijker gaan vinden dat ze vrij zijn. Vrij van beknellende kerkverbanden, die vanuit de hoogte plaatselijke gemeenten voorkauwden wat ze precies wel en niet konden zingen en dergelijke. Vrij van een kanselcultuur, waarin de dominees precies wisten wat je moest lezen en op wie je moest stemmen en naar welke school je je kinderen moest sturen. Vrij van ouderlingen die je op huisbezoek met een simpel beroep op een bijbeltekst de les kwamen lezen. In vergelijking met hoe het soms geweest is, is dat een terecht verlangen. In onze eigen Nederlands gereformeerde kerken hechten we veel waarde aan christelijke vrijheid op het gebied van regelgeving. Willen we niet al te veel 'afgetimmerd' hebben. Dat vraagt studie, rust, ruimte. Het lijkt me winst, als je als gelovige en als kerkelijke gemeenschap afstand hebt kunnen nemen van al te vanzelfsprekende antwoorden. Grote delen van de westerse christenheid hebben de laatste tientallen jaren die afstand genomen. In de overtuiging dat er inderdaad in Christus vrijheid is. Om het met Paulus te zeggen: we zijn 'een tijdlang weg geweest' en daar waren, gezien de soms teleurstellende geschiedenis, ook goede redenen voor.

Meer dan slaaf
Je hoort vandaag ook andere geluiden.
Dat het met die vrijheid nu wel mooi is geweest. Dat het allemaal wel erg vaag en vrijblijvend is geworden. Dat we weer eens de puntjes op de i moeten durven zetten. Dat het einde anders zoek is. We denken er blijkbaar niet allemaal hetzelfde over. Zou Paulus ons als westerse christenheid weer terugsturen? Ja en nee. Niet in die zin dat hij de zaak weer zou willen terugdraaien. Een goed verstaander hoort in zijn brief wel degelijk een warm pleidooi voor christelijke vrijheid. Waarin principieel geen slavernij meer past. Ook niet in die zin dat we in de gemeente of in een kerkverband over elkaar zouden heersen. Maar Paulus leert ons daar niet je eer in te stellen. Hij zou zeggen: we zijn een tijdlang weg geweest, we hebben terecht ontdekt wat vrijheid is, maar om elkaar 'voorgoed terug te hebben'! Om voor elkaar 'meer dan slaaf' te zijn! Het zijn geen touwen of regels die ons aan elkaar moeten binden, maar de liefde van de Here Jezus. Het is de hand van God die op onze hoofden rust. We moeten elkaar niet in irritatie of vanuit een soort rechtsgevoel vastpakken en vasthouden.

Gezindheid van Christus
Onesimus is misschien met een bonzend hart, met die brief van Paulus op zak, op pad gegaan. Filemon heeft vast verbaasd en beschaamd gestaan. Hoe magnifiek heeft Paulus met dit briefje de toon getroffen om die twee elkaar als christenen in de ogen te laten kijken. Hij heeft de gezindheid van Christus in z'n woorden gelegd, en tussen de regels.
Als gelovigen in een moderne tijd ontkomen we niet aan een stuk spanning. Spanning tussen vrijheid en gebondenheid, in ons geloof, in ons theologisch bezig zijn, in ons kerkelijk op elkaar betrokken zijn. Laten we dit fijnzinnige briefje van Paulus op zak hebben en zo op elkaar afstappen. Geen bazen of slaven van elkaar, maar meer dan dat. Broers en zussen, om Christus' wil.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief