De sleutels van het koninkrijk der hemelen

1997-12-12
  • Jaargang 41
  • nummer 25
In De Wekker van 10 oktober gaat ds. J. Jonkman in op een vraag die hem gesteld werd door een broeder uit de kerken. Hij vertelt er dit over: Een predikant hield een prachtige preek over Psalm 23. Maar het was de broeder opgevallen dat er in de preek geen enkele oproep was of God ook onze Herder was. Er werd stilzwijgend vanuit gegaan dat voor alle hoorders God de Herder is. In een gesprek met de predikant zei deze dat hij het niet nodig vindt om elke zondag expliciet op te roepen tot geloof of in elke preek te waarschuwen. (...) Met deze benadering heeft de briefschrijver grote moeite. Hij weet dat er in onze kerken predikanten zijn die er ook zo over denken, al nuanceert hij dat ook door te zeggen dat velen van onze predikanten het Woord getrouw brengen en wel de 'twee wegen' met tweeërlei afloop verkondigen. De zorg van de broeder is dat we een gearriveerde gemeente krijgen.
En ds. Jonkman vervolgt dan met te zeggen: We hebben het hier over een belangrijke zaak! De kwestie is niet nieuw, maar wel altijd actueel. Moet iedere preek bediening van de sleutels van het Koninkrijk der hemelen zijn? Met andere woorden: Moet in elke preek gewaarschuwd worden dat een mens verloren kan gaan en verloren gaat als hij zich niet oprecht bekeert tot en gelooft in Jezus Christus? Hierachter zit de vraag van de gemeentebeschouwing (cursiveringen van ds. Jonkman).
Ik betwijfel of dát inderdaad de vraag is waar het in dit geding op vastzit. Naar mijn idee is er een andere vraag, die minstens even belangrijk is, zo niet in belangrijkheid voorafgaat aan die naar de gemeentebeschouwing. Dat is de vraag: hoe kijk je tegen de Bijbel aan, en tegen de verkondiging van het Evangelie als zodanig? Niet dus: hoe beschouw je de gemeente, maar - rare uitdrukking in dit verband - hoe beschouw je het Woord van God? Is dat Woord van God in zichzélf levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard (Hebr. 4: 12), of is het dat pas als ik daar een aantal, vrij nauwkeurig omschreven ingrediënten aan toevoeg?
Ik zou zeggen dat de verkondiging van het Evangelie zelf bediening is van de sleutels van het Koninkrijk der hemelen.
Over de wijze waarop kun je nog ruimschoots van mening verschillen, maar de bediening van de sleutelmacht is niet iets wat ik naar vrije keuze al dan niet toevoeg aan de verkondiging van het Evangelie, nee, die verkondiging zélf is bediening van de sleutels. Niet omdat ik die sleutels bedien, maar omdat God dat zélf doet, door Zijn Woord; ook door het woord van de prediking.

Of bedoelt ds. Jonkman dat uiteindelijk ook? Een tweede artikel van hem over ditzelfde onderwerp (in De Wekker van 31 oktober) eindigt met deze woorden: Vanaf elke kansel zul/en de sleutels van het Koninkrijk der hemelen gehanteerd moeten worden. Want de prediking van het Evangelie is per definitie bediening van de sleutelmacht. (cursiveringen opnieuw van ds. Jonkman)

Hoe heb ik dat nu te verstaan: mag ik de eerste zin lezen in het licht van de tweede? Of bedoelt de tweede zin een nadere uitleg te geven van de eerste? Inderdaad - daarin ben ik het volkomen eens met ds. Jonkman: we hebben het hier over een belangrijke zaak!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief