Astronomisch gezichtspunt
1997-12-27
Een tijd geleden bestond er een tv-reclame van Dommelsch, waarbij vanuit de ruimte met een camera werd ingezoomd op de aarde. Steeds een stap dichterbij. Eerst het land, dan de kuststrook, het strand, een mooie vrouw die ligt te zonnebaden, maar ’t gaat niet om haar, maar om het flessendopje van Dommelsch dat naast haar ligt. Zo’n manier van inzoomen herken je enigszins bij het begin van het Nieuwe Testament. Nadat er eeuwenlang is uitgezien naar de komst van de Messias en met Hem het heil voor de volken, begint het Evangelie met iets kleins. De camera pikt er eerst Israël uit. En dan misschien de hoofdstad Jeruzalem? Nee, net ernaast: er wordt ingezoomd op het kleine plaatsje Betlehem. Wordt het vervolgens het gemeentehuis of een hotel? Nee, net ernaast: een stal. Die man of die vrouw misschien? Nee, net ernaast: een pasgeboren baby.- Jaargang 41
- nummer 26
Joodse sterrenkunde
Stap voor stap halen we de camera weer terug, en zoeken in steeds groter wordende cirkels naar verbanden.
Rond Betlehem weten de schriftgeleerden wel hoe het zit met de komst van de Messias. Op verzoek kijken ze het na, maar daarna klappen ze het boek weer dicht en gaan over tot de orde van de dag. Zij zitten niet te wachten op de vervulling van de profetie. Die waren er overigens wel, die dat bovendien in verband brachten met een ster. Zoals de Qumran-joden in de buurt van de Dode Zee, rond het begin van onze jaartelling. Ze keken uit naar de Messias en spraken over de 'ster die uit Jakob zou opgaan'. Later vond er een joodse opstand plaats onder leiding van Bar-Kochba, 'zoon van de ster', en ook die naam werd in verband gebracht met de Messias. Verder speelde dit bij de joden niet zo'n rol. De echte sterrenkundigen kwamen uit het Oosten.
Magiërs op bezoek
Dus nemen we met de camera wat meer afstand en zien de 'wijzen' uit het buitenland aankomen. De bijbel noemt ze (volgens het Grieks) magiërs, geleerden die de hemel bestuderen, sterrenkundigen, astrologen.
Ze hebben een bijzondere ster 'in het oosten' gezien. Dat wil niet anders zeggen dan dat ze die hebben zien 'opkomen' boven de horizon. Waar die ster precies stond, wordt niet verteld. Ook niet dat die ster hun voorging naar Judea. Ik ga niet in op alle mogelijke verklaringen. Was het een opvallende stand van een of meer planeten? Was het een komeet? Het gaat er nu om dat het schijnen van die ster op zich, ongeacht de plaats, hen doet denken aan de 'Koning der Joden'. Waar halen ze die gedachte vandaan? Wat is dat Oosten van hen eigenlijk? Misschien het verre bergachtige Perzië of Medië, of het iets dichterbij gelegen Babel? Maar dan hebben we het altijd nog over een afstand van minstens duizend kilometer.
Uit het Oosten
We zitten met onze camera alweer een eind in de ruimte, om dat nog te kunnen overzien. We moeten ook een eind terug in de tijd. Dat deze magiërs zich met astrologie bezighouden, is niet zo vreemd. Maar wat kunnen ze weten van een 'Koning der Joden'? Kan het zijn dat via Daniël, die vijf à zeshonderd jaar voor Christus hoofd werd over alle wijzen in Babel, de joodse verwachting van de 'Vredevorst op de troon van David' daar is doorgedrongen?
Nog verder terug, een eeuw of zeven, komen we bij Bi/eam. Bileam wás een 'wijze uit het Oosten', uit Mesopotamië.
Ooit [nqehuurd om Israël te vervloeken. Maar van die vervloeking kwam niets terecht. In Numeri vinden we de spreuken terug die God hem in de mond legde. Waaronder de woorden: "Ik zie hem, maar niet nu; ik schouw hem, maar niet van nabij; een ster gaat op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël!" Bileam ziet in de . toekomst, zeg maar achter de horizon, de Messias verschijnen. Wie weet heeft Bileam deze woorden mee teruggenomen naar zijn eigen land en zijn ze daar eeuwenlang bewaard gebleven. Totdat er werkelijk een bijzondere ster opging.
Morgenster
God heeft de komst van Jezus Christus in de profetieën van Israël gelegd. De joden hadden aan het begin van het Nieuwe Testament voldoende informatie op de boekenplank liggen. Maar wat deden ze ermee? Wat doen mensen met de school- of trouwbijbel die ze ergens in een la hebben liggen? Ooit meegekregen, misschien wel een heel passend cadeau gevonden, maar hoe vaak gaat die bijbel echt open? God maakt zich, voor de uitvoering van zijn plan, niet afhankelijk van ons bijbelgebruik. Dat is het grootse van deze geschiedenis. God gebruikt de sterrenhemel om de geboorte van Christus duidelijk te maken. Hij gebruikt mensen die wij niet zo gauw in de kerk zien zitten.
Iemand als Bileam, die over de hoofden van de Israëlieten heen grote dingen mocht zeggen die hij zelf niet eens begreep. Maar ondertussen bleef dat woord hangen in het oude Oosten en kwamen er aan het begin van het Nieuwe Testament weer een paar vreemdelingen aanzetten. Christus zelf overstijgt onze beperkte ideeën en probeersels. De Machtige, die de eerste en de laatste is, die niet aan tijd of ruimte gebonden is. Als we over die dimensies nadenken, worden we heel klein en hebben we de grootst mogelijke afstand van onszelf genomen. Verder terug de ruimte in kan onze camera niet. Dan zien we het grootste verband dat er is. En zijn we aangekomen bij Hem die zich aan het slot van de bijbel zelf de 'blinkende morgenster' noemt.