Psalm 88

1997-12-27
  • Jaargang 41
  • nummer 26
Het deed me goed om in Opbouw nr. 24 (28 nov.) te lezen over Psalm 88. Ik vermoed dat er weinig, heel weinig, over gepreekt wordt en dat dit lied zelden tot nooit een plekje krijgt in de gemeentezang. Mooi daarom dat kollege Gerkema dit lied onder onze aandacht brengt. Sterk vind ik m.n. deze woorden van hem. "Zo vertolkt Psalm 88 de hartverscheurende ervaring van een eenzame sterveling. Verwonder1ijk zo'n lied. Dat deze psalm er gewoon tussen staat...! Mensen kunnen soms met een geweldige boog de dood, de eenzaamheid, het geklaag van iemand omzeilen ... De bijbel laat zo'n eenzame aan het woord komen - breeduit - zonder hem in de rede te vallen." Het laatste kopje in de gedachten over deze Psalm luidt: Jezus als antwoord. Ik proef er toch - gewild of niet - een in de rede vallen in; of eigenlijk: na het laten uitspreken van de dichter moet er een reactie komen, een bedoelde troost voor de ontroostbaren. Typerend is dan ook het slot: "Onze Heer stapte zelf in de donkerste schaduwen van Psalm 88. En Hij is ook de garantie dat het licht zelfs in de diepste duistemis haar stralen spreidt (Gezang 75:8)." Dat vers trouwens zegt ook: "er is voor wie U kent geen duisternis". Het zijn gedachten die wellicht helemaal waar zijn, alleen: ik heb er het gevoel bij dat op deze manier, met het noemen van Jezus, de lege plekken moeten worden opgevuld, alsof alle duistemis in een mensenleven door Hem wordt vervuld met licht. Een heel simpele vraag: wat zou Heman, de dichter van Psalm 88, na het lezen van Opbouw nog moeten zeggen? Ik vond het opvallend dat de overdenking eindigt met 'licht', terwijl de Psalm eindigt met 'duistemis', ongetwijfeld niet toevallig het laatste woord hier. Voor mezelf haal ik hier dit uit: ik ben zo bang dat wij moeiten van elkaar het liefst willen bedekken met goedbedoelde woorden. Het lijkt te zwaar om jezelf echt te confronteren met leegte en eenzaamheid. Maar wat is er mis mee om in dit geval Psalm 88 te nemen zoals die er staat, zonder toevoegingen van onze kant? Laten we het maar heel eer1ijkstellen: er is ontroostbaar verdriet. Maar het lijkt erop dat we - simpel gesteld - menen dat Christus niet alleen maar gekomen is om de beloften van het Oude Testament te vervullen, maar dat Hij ook het antwoord is op de verwoorde menselijke gevoelens in dat Testament en dat die gevoelens dus in feite geen bestaansrecht meer hebben. Om het voor die gevoelens en hun verwoording op te nemen deze reactie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief