Actief, maar op welke plaats?

1997-05-30
  • Jaargang 41
  • nummer 11
Hij is tweeëntwintig, Nederlands Gereformeerd en God toegewijd. Daarom damt hij sinds kort zijn activiteiten en vriendschappen in christelijke kring drastisch in. Om toegankelijker te zijn voor ongelovigen. Want volgens hem vóelen zijn niet-christelijke medestudenten met wie hij bij de kopieermachine staat, volleybalt of in de pauze koffie drinkt, dat hij nu werkelijk behoefte heeft aan vriendschap. Een bomvolle agenda en een compleet adressenboekje beperkten vroeger zijn ontvankelijkheid en toegankelijkheid.

Het bewijs acht hij geleverd. Sinds hij het mes heeft gezet in bezigheden en contacten elders, voelt zijn studieomgeving dat hij daar open staat enheel belangrijk - behoefte heeft aan dieper en meer. Met een niet-christelijke studiegenoot die nog nooit een bijbel had opengeslagen, leest hij nu Gods woord.
Twee anderen opperden dat ook eens met hem te willen doen.
Overigens stelt hij nadrukkelijk dat zijn manier van God dienen geen indirecte kritiek is op christenen die wel voornamelijk binnen christelijke kring opereren.
"Ik voel me hier eenvoudigweg toe aangetrokken. Mijn keuze zegt niets over wat andere mensen moeten doen."
Hij is niet de enige' die ervoor kiest op deze manier God te dienen. Diverse vrienden van hem kozen ook bewust voor het laten verwateren van een groot deel van het contact met kerk en christelijke vrienden, om zo ruimte te scheppen voor een vriendenkring in een niet-christelijke omgeving.

Respect
Hij is mijn broer en zijn keuze houdt me bezig.
Ermee eens ben ik het nog lang niet.
Want de nood onder veel jongeren is anno 1997 groot, en het aantal enthousiaste, capabele jongeren dat zich actief wil inzetten klein. Daardoor stranden jeugdverenigingen en verdwijnen dolende jongeren uit het zicht van de kerk. Het Nederlands Gerefor- .
meerd Jeugdwerk (NGJ) moet bij gebrek aan mankracht activiteiten laten liggen en ziet zich gedwongen commissies op te heffen. Met alle respect voor mijn broers keuze zou ik er een lief ding voor over hebben als deze mensen hun handen hier uit de mouwen zouden steken.
Wat mij bezighoudt is mijn eigen toegankelijkheid en ontvankelijkheid wat betreft nieuwe contacten met nietchristenen.
Hoeveel trek heb ik in het sluiten van nieuwe vriendschappen, en - belangrijk - het onderhouden ervan? Als ik eerlijk ben: weinig. Ik heb mijn handen vol aan het onderhouden van mijn huidige omgeving.
Natuurlijk zou ik mijn buurman graag vertellen over Wie mijn leven bezielt, over mijn geloof, over de kerk. Maar tot op de dag van vandaag hebben onze gesprekken de diepgang van zijn grasmaaier die wij wekelijks lenen.
Waarom? Waarschijnlijk omdat ik me weinig inspan om tot echte vriendschap te komen. Op een nieuwe intensieve vriendschap zit ik niet te wachten en behalve zijn grasmaaier heb ik weinig van hem nodig ...
Hoezo toegankelijk.
Hoezo ontvankelijk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief